Stijgende lonen

Door: Jan-willem Nijkamp - 10 juli 2018

Leuk voor werknemers, minder voor beleggers

Mooie arbeidsmarktcijfers

Afgelopen vrijdag bleek het officiële percentage werklozen in de Verenigde Staten iets te zijn opgelopen, van 3,8 naar 4,0 procent. Ondertussen kwamen er wel weer meer dan 200.000 nieuwe banen bij. De gestegen werkloosheid was voornamelijk het gevolg van het feit dat er weer meer mensen op zoek zijn gegaan naar een baan. Mensen die voorheen de moed volledig hadden verloren maar zich nu toch weer hebben laten inschrijven als werkzoekende nu de economie blijkbaar booming is. Bovendien zit het schooljaar er ook in de Verenigde Staten weer op. Veel scholieren en studenten overspoelen in deze periode de arbeidsmarkt waardoor het werkloosheidspercentage weer iets oploopt.

Krapte op de arbeidsmarkt

Ondanks deze lichte stijging is de werkloosheid nog altijd zeer laag. Bovendien staan er in de Verenigde Staten – net als bij ons – behoorlijk wat vacatures open. Banen waar momenteel niemand voor gevonden kan worden. Of in ieder geval niet tegen het geboden salaris. Want daarmee komen we op een heikel punt dat economen al enige tijd bezighoudt. Hoe komt het toch dat de lonen maar niet echt willen stijgen terwijl er inmiddels een enorme krapte heerst op de arbeidsmarkt? Mede door de achterblijvende loonstijging blijft de inflatie laag. En in het kielzog daarvan ook de rente. Een doorstomende economie gecombineerd met een lage inflatie en een lage rente is een paradijs voor beleggers. Het is dan ook niet vreemd dat de huidige stierenmarkt voortduurt.

Loon-prijs spiraal

De traditionele angst onder beleggers is dat bedrijven de hogere lonen die ze hun werknemers moeten uitbetalen doorrekenen in hogere prijzen. De inflatie zou erdoor oplopen. De rente ook. De economie zou er vervolgens door in een recessie geraken. Het is juist deze gevreesde uitkomst die de Federal Reserve heeft doen besluiten de rente geleidelijk op te trekken naar een meer normaal niveau. Het is echter maar de vraag of deze weg der geleidelijkheid begaanbaar blijft. Er komt immers een punt waarop bedrijven zo hard nieuwe werknemers nodig hebben dat ze bereid zijn er flink voor in de buidel te tasten met alle gevolgen voor de inflatie en de rente van dien.

Aandeel werknemers historisch laag

De grote vraag is uiteraard wanneer dat punt wordt bereikt. Sinds 1929 – het jaar dat men dergelijke data is gaan bijhouden – bedroeg het aandeel van de werkende klasse in de winst van bedrijven tussen de 65 en 80 procent. Naast de belasting ging de rest van de winst naar aandeelhouders en schuldeisers in de vorm van dividend en rente. Tussen 1970 en 2003 bedroeg dit percentage gemiddeld 73 procent, terwijl er 12 procent aan beleggers werd verschaft. In de 21e eeuw vond er echter langzaam een verschuiving plaats. Een verschuiving die nog versnelde gedurende de financiële crisis. Zo bedraagt het aandeel dat naar de kapitaalverschaffers gaat sinds 2011 maar liefst 17 procent! Dat is vijf procent meer dan het historisch gemiddelde. Niet zo vreemd dus dat de beurzen maar bleven stijgen terwijl de werknemers wereldwijd steeds meer begonnen te morren. De verkiezing van Trump kwam niet zomaar uit de lucht vallen.

Het elastiek lijkt maximaal opgerekt

Deze situatie lijkt nu tot het uiterste punt opgerekt. Dat blijkt ook uit de cijfers. Het aandeel van de werknemers begint sinds enkele jaren weer iets op te lopen. Zo groeien de lonen momenteel harder dan de arbeidsproductiviteit. Het aandeel van de werknemers in de winst na belasting is dus weer iets aan het stijgen. Een voortzetting van deze trend zal beleggers pijn kunnen gaan doen. De balans tussen arbeid en kapitaal lijkt weer enigszins in het voordeel van arbeid door te gaan slaan. En beleggers doen er goed aan dit in hun beslissingen mee te nemen. Zo wijst onderzoek uit dat ieder procent minder winstaandeel leidt tot een daling van 13 procent aan rente- en dividenduitkering. Zou het werknemersaandeel weer oplopen naar het niveau van 1970-2003 dan zouden beleggers zomaar tegen een verlies van 50 procent kunnen aanhikken!

Welke kant gaan we op?

Het is erg interessant te zien welke kant de balans uiteindelijk zal uitslaan. Het lijkt er een beetje op dat de gouden tijden van beleggers weliswaar nog niet voorbij zijn maar wel op hun einde lopen. De onrust op de beurzen komt de laatste tijd niet voor niets vooral uit politieke hoek. Handelsoorlogen, nationalisme en importtarieven zijn immers stokpaardjes van politici die in de gaten hebben wat er aan de hand is. En daar hun voordeel mee willen doen. Beleggers doen er goed aan er rekening mee te houden dat die onrust voorlopig niet voorbij zal gaan.

Fintessa is een zelfstandige vermogensbeheerder. Wij bedienen particulieren, instituten, stichtingen en ondernemers met onafhankelijk en persoonlijk vermogensbeheer. Wilt u ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws, schrijf u dan hier in voor onze maandelijkse nieuwsbrief. Wilt u meer weten over de mogelijkheden? Vraag dan een terugbelverzoek aan. Wij nemen vrijblijvend contact met u op.

 

Meer relevante berichten

Italië en Europese Commissie dicht bij akkoord

Italië en Europese Commissie dicht bij akkoord

13 december 2018

De Italiaanse beurs steeg gisteren met een kleine 2% en vandaag begon men met een winst van ruim 1% op… Meer...

Er zit muziek in vandaag

Er zit muziek in vandaag

12 december 2018

De muziekdienst Tencent Music krijgt vandaag een notering aan de beurs van New York. De beursgang levert… Meer...

Vrees voor omgekeerde rentecurve onterecht

Vrees voor omgekeerde rentecurve onterecht

11 december 2018

Vorige week raakte de correctie op de beurzen in een versnelling. Eén van de redenen zou de verdere afvlakking… Meer...

Meer nieuws  

Deel deze pagina: