Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 25-03-2025
25 jaar later
24 maart 2000
Gisteren was het 25 jaar geleden dat de internetluchtbel op de beurs uiteenspatte. Een historisch moment. Een zelden vertoonde explosie van euforie onder beleggers maakte plaats voor een ongekende verkoopgolf. De S & P 500 zou in een periode van 3 ½ jaar de helft van zijn waarde verliezen. Beleggers in de Cubes (Nasdaq 100-index) zelfs 80 procent. In ons land waren we overigens niet veel beter af. De AEX-index verloor in enkele jaren niet minder dan 70 procent van zijn waarde. Een hele generatie beleggers een flink stuk armer, maar ook wijzer, achterlatend.
Tech, ook toen
De rally die er aan vooraf ging was eveneens historisch. De beurzen waren eind jaren ’90 maar liefst vijf jaar-op-rij gestegen. Beleggers waren euforisch. Portefeuilles werden besproken bij de koffie-automaat. Banken en brokers schermden met rendementen waar ze dezer dagen flink voor op de vingers zouden worden getikt door de toezichthouders. Mensen stopten zelfs met werken, omdat ze met hun beleggingen aanmerkelijk meer konden verdienen. Net als nu werden de indices door fancy techfondsen aangevoerd.
Als eerste de 1000-grens
Cisco Systems passeerde als eerste in de historie de grens van 1000 miljard dollar aan beurswaarde. In hun kielzog volgden Microsoft, Intel, Oracle, Sun Microsystems, EMC, Dell en Amazon. De waarderingen van vooral de technologiefondsen spotten met de zwaartekracht. Een dot.com achter je bedrijfsnaam zetten was al voldoende voor extra koerswinst. Dividendaandelen en defensieve waarden waren slechts voor sukkels. Warren Buffett miste de slag volledig en had er volgens velen weinig verstand van.
Vergelijkbaar?
Is de situatie van nu vergelijkbaar met toen? De afgelopen jaren was het wederom Big Tech dat de beurzen naar steeds grotere hoogten joeg. Alleen de namen van sommige bedrijven waren anders. Microsoft en Amazon hadden wonderwel overleefd (vraag niet hoe), maar hadden nu gezelschap van Alphabet, Meta, Tesla, Apple en Nvidia. Medio februari bereikte de Nasdaq 100 zijn hoogste stand ooit. In de jaren ’90 zorgde de komst van Netscape voor fantasie, nu de komst van AI.
Nee, toch niet
Sinds de top is de S & P 500 met 10 procent gecorrigeerd, de Nasdaq 100 met 14 procent. De Magnificent Seven lijken al hun glans te hebben verloren. Maar gaat AI dezelfde weg als destijds het internet? Moeten beleggers bevreesd zijn voor een desastreuze herhaling? Nee, waarschijnlijk niet. Ten eerste viel de AI-rally tot nog toe in het niet bij de beruchte dot.com-rally uit de jaren ’90. Deze laatste zorgde al gauw voor vier keer zo veel koerswinst als de recente AI-rally. Maar ook de waarderingen bleven deze keer ver achter. Van exorbitante waarderingen was deze keer geen sprake. Nu, na de correctie, lijken de meeste techfondsen zelfs alleszins redelijk geprijsd. Zeker afgezet tegen de fenomenale winsten die ze nog steeds realiseren.
Wealth effect
Maar er is meer. Destijds veroorzaakte de crash op de beurs slechts een kleine recessie. De economie verloor stoom, maar herstelde al snel. Het zogenaamde wealth effect was destijds nog beperkt. Dat laatste is inmiddels behoorlijk veranderd. Er zijn zoveel mensen op de een of andere manier afhankelijk van de beurs dat dalende beurskoersen onmiddellijk doorwerken in de economie. Zo heeft men berekend dat iedere dollar koerswinst zorgt voor 2,8 cent aan extra consumentenbestedingen.
De overheid vaart er ook wel bij
Niet alleen de consument vaart wel bij een opgaande beurs. De overheid ontvangt in de VS belasting over koerswinsten. Een niet te verwaarlozen bron van inkomsten. Een scherpe koersval op de beurs zou al snel tot een recessie leiden. De consument zou zijn uitgaven onmiddellijk beperken. De overheid zal minder aan belastingen ontvangen. Een niet te verwaarlozen feit daar de VS toch al behoorlijk op zwart zaad zitten. Zie de bijna wanhopige pogingen om op allerlei overheidsvoorzieningen te bezuinigen. De rentelast op de staatsschuld vormt tegenwoordig de voornaamste begrotingspost.
Liberation Day
Volgende week maakt de regering-Trump op Liberation Day nieuwe importheffingen bekend. Daar werd gisteren echter al enigszins op teruggekomen. De regering lijkt tot nog toe vooral te testen hoe ver ze met hun tarifering kunnen gaan. Reageren de markten te heftig, dan bindt men onmiddellijk in. Uiteindelijk zullen die nieuwe tarieven er wel komen. Maar waarschijnlijk in een mate waarin de meeste handelspartners en beleggers er mee kunnen leven.
De Fed verandert koers
Ondertussen anticipeert ook de Federal Reserve op de dingen die komen gaan. Terwijl de aandacht uitgaat naar het aantal renteverlagingen dat we dit jaar nog kunnen verwachten, nam de centrale bank vorige week een veel belangrijker besluit. Het programma om afgeloste obligaties niet te herinvesteren (QT) wordt verder teruggedraaid. Feitelijk komt het er op neer dat de Federal Reserve de rest van dit jaar voor 160 miljard dollar aan staatsobligaties gaat kopen. Geen overbodige luxe nu de regering-Trump zich werkelijk in allerlei bochten moet wringen om de uitgaven gefinancierd te krijgen. Zeker nu buitenlandse beleggers steeds minder happig blijken om Amerikaans schuldpapier te kopen.
Tijdelijke terugval
De huidige onrust op de markten kan best nog even voortduren. De winstverwachtingen voor dit jaar zijn al fors naar beneden bijgesteld. Analisten worden somberder. Net als de beleggers. Hun pessimisme bereikte vorige week zelfs een dieptepunt. Sta er niet raar van te kijken als deze periode van chaos en onzekerheid achteraf een correctie van de AI-rally blijkt te zijn geweest. En dat de beurzen op zeker moment hun weg naar boven toch weer weten te vinden.