Auteur: Krist Plaizier Datum: 29-07-2021

Belegger in Shell vorstelijk beloond

Royal Dutch Shell kwam vanochtend met de kwartaalresultaten. Als gevolg van een ruim verdubbelde olieprijs ten opzichte van het tweede kwartaal van vorig jaar, werden er prima kwartaalcijfers verwacht. Nu de werkelijke cijfers bekend zijn gemaakt, blijkt dat Shell het nog beter heeft gedaan dan werd verwacht. Vooral de hogere operationele vrije kasstroom is indrukwekkend. Deze kwam uit op 12,6 miljard dollar terwijl dit een jaar geleden nog 2,6 miljard dollar was. Shell gaf vandaag aan daarvan 20 á 30 procent te willen uitkeren aan de aandeelhouders. De hogere olieprijzen deden de aangepaste nettowinst met een factor acht (!) stijgen van 638 miljoen dollar naar 5,53 miljard dollar. De analistenconsensus lag op ongeveer 5,1 miljard dollar. Zoals gebruikelijk profiteerden vooral de divisies die olie en gas oppompen en verkopen van de hogere olie- en gasprijzen. De raffinaderijen van Shell, die juist olie moeten inkopen ter verwerking naar andere producten, hadden juist last van de hogere prijzen en noteerden lagere resultaten.

Belegger profiteert mee

De gedurende het afgelopen kwartaal versterkte balans (de nettoschuld daalde met 12,1 miljard dollar tot 65,7 miljard dollar) en de goede gang van zaken bij het olieconcern geven het bestuur van Shell de mogelijkheid om het dividend flink te verhogen. Vorig jaar werd Shell nog genoopt tot een historische dividendverlaging, maar nu gaat het kwartaaldividend ten opzichte van vorig jaar met 50 procent omhoog naar 24 dollarcent. Ten opzichte van vorig kwartaal stijgt het dividend met 38 procent. Het huidige dividendrendement komt daarmee op ruim 4 procent. Daarnaast zal Shell dit jaar nog voor 2 miljard dollar aan aandelen gaan inkopen zodat de winst per aandeel automatisch verder zal toenemen. Beleggers ontvingen de berichten van Shell met gejuich. Het aandeel steeg vanmorgen al snel met zo’n 3 procent naar ongeveer 17,20 euro. Hoewel Shell afgelopen kwartaal een nettowinst behaalde die vergelijkbaar is met het winstniveau van voor de pandemie, staat de aandelenkoers thans nog ruim 30 procent lager als destijds.

Nestlé positiever dan de concurrentie

Afgelopen dagen kwamen concurrenten als Unilever, Kimberly-Clark en Reckitt Benckiser met teleurstellende resultaten en/of outlook naar buiten. Het gevolg was dat de aandelen van deze bedrijven met meer dan 4 procent daalden op de berichten. Zo niet ons favoriete Nestlé. De grootste voedingsproducent ter wereld verhoogde de verwachte autonome omzetgroei voor het hele boekjaar van 3,6 procent naar 5 á 6 procent en blijft daarmee positief over de nabije toekomst. Hoewel ook Nestlé verwacht dat de operationele marge de rest van dit jaar last zal hebben van kosteninflatie, verwacht het concern slechts een bescheiden daling van de marge met 0,2 procent naar 17,5 procent voor het gehele jaar. De hogere grondstofkosten zullen grotendeels tenietgedaan kunnen worden door structurele kostenreducties, lagere kosten gerelateerd aan COVID-19 en hogere prijzen. Het afgelopen halfjaar bedroeg de operationele marge 17,4 procent hetgeen gelijk was aan vorig jaar. Op de middellange termijn zal de marge bescheiden verder toenemen. De nettowinst per aandeel zal derhalve kunnen blijven groeien. De concurrentie verwacht juist een lagere marge en daarmee ook een lagere winst per aandeel.

De organische groei van Nestlé kwam afgelopen halfjaar uit op maar liefst 8,1 procent. Hogere prijzen zorgden voor 1,3 procent van de groei, hogere volumes voor 6,8 procent. Ter vergelijking: Unilever behaalde afgelopen halfjaar een autonome omzetgroei van 5,4 procent. De omzet van de Zwitsers steeg met 1,5 procent naar 41,8 miljard Zwitserse frank. De omzet werd met 3,1 procent getemperd omdat de verkochte Noord Amerikaanse wateractiviteiten en de vleeswaren van Herta niet meer meetelden. De nettowinst groeide met 1,1 procent naar 5,9 miljard frank. Per aandeel nam de winst met 8,3 procent toe tot 2,17 frank. Hiervan was 1,4 procent het gevolg van ingekochte eigen aandelen. Deze inkoop van eigen aandelen gaat nog wel even door. Van het driejarige inkoopprogramma van 20 miljard Zwitserse frank werd afgelopen halfjaar slechts 3,1 miljard frank gedaan.

Beleggers zetten het aandeel vanmorgen op een bescheiden verlies van circa 0,2 procent.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.