Auteur: Joop van de Groep Datum: 17-09-2021

AEX op naar de 900 punten

Voormalig directeur van de EOE optiebeurs Tjerk Westerterp richtte in 1983 de Amsterdamse beursindex op onder de naam EOE-index. De Amsterdamse beursindex ging op 4 maart 1983 van start. In 1997 fuseerde de EOE optiebeurs met de Amsterdamse effectenbeurs. De nieuwe combinatie ging verder onder de naam Amsterdam Exchanges. De naam EOE-index veranderde in de Amsterdam Exchange Index, afgekort als AEX.

Bij de start bestond de Amsterdamse beursindex uit dertien bedrijven. Gaandeweg nam het aantal beursfondsen toe. In 1990 kwam het aantal beursfondsen in de index op het huidige aantal van vijfentwintig.

Start

Hoewel de handel in de EOE-index op 4 maart is gestart, werd de beginkoers van de index teruggerekend naar de start van het beursjaar op 3 januari. De startkoers werd op 100 punten gezet op basis van de Nederlandse gulden. Bij de introductie van de euro is de startkoers omgerekend naar 45,38 punten.
Van de oorspronkelijke dertien bedrijven in de index zijn er nu nog zeven over in de AEX-index. Dit zijn Ahold, Akzo, Heineken, Koninklijke Olie, Nationale Nederlanden, Philips en Unilever.
Voor het eerst in de geschiedenis van de AEX-index is de openingskoers vanochtend boven de 800 punten uitgekomen, 803,67 om precies te zijn. Dit betekent dat de index sinds de start bijna verachttienvoudigd is. Met andere woorden; in bijna veertig jaar tijd is de index ruim vier keer verdubbeld. Bij een jaarlijks samengesteld rendement van 7,2 procent is de verdubbelingstijd van het belegde vermogen 10 jaar.

Tech

Van de dertien oorspronkelijke bedrijven was alleen Philips een technologiebedrijf. Per ultimo juni van dit jaar is het aandeel van de technologiebedrijven in de AEX aanzienlijk te noemen. Denk hierbij aan ASML, ADYEN, Prosus, ASMI, BESI en Philips. De gezamenlijke weging van deze zes bedrijven in de AEX-index is bijna 40%. De huidige weging van ASML in de AEX-index is ongeveer net zo groot als de weging van Unilever en Royal Dutch Shell bij elkaar opgeteld. De koers van het aandeel ASML is dit jaar met 90 procent gestegen, aanzienlijk meer dan de 22 procent koersstijging van Royal Dutch Shell dit jaar. Unilever heeft vooralsnog een slecht jaar achter de rug met een koersdaling van ruim 3 procent. Vanwege de huidige dominantie van de technologiebedrijven wordt de AEX-index ook wel gekscherend de ‘Nasdaq aan ’t IJ genoemd”.

De AEX-index heeft er vijf en een halve maand over gedaan om van 700 punten te stijgen naar 800 punten. De vraag is nu hoelang het gaat duren voordat de AEX door de 900-punten grens breekt. Procentueel gezien zou het sneller moeten kunnen. De stijging van 700 naar 800 punten is procentueel 14,3 procent. De stijging van 800 naar 900 punten is procentueel 12,5 procent.

Of de huidige aandelenrally blijft aanhouden, is onder andere afhankelijk van het monetaire beleid van de centrale banken en de financiële prestaties van de bedrijven in het derde kwartaal. Het worden interessante weken.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.