Auteur: Martine Hafkamp Datum: 02-08-2021

Augustus groen van start

De Europese aandelenmarkten zijn de nieuwe maand in het groen van start gegaan. Beleggers hebben er over de brede linie zin in. Vorige week vrijdag kwam er veel positief macronieuws uit de Verenigde Staten. Zo daalde het consumentenvertrouwen minder dan waarmee vooraf rekening was gehouden. Op de laatste handelsdag van de maand juli kwam de index uit op 81,2. Dat was hoger dan de verwachte 80,8.

Verder was het positief dat de Amerikaanse inflatie lijkt te stabiliseren. De zogenaamde PCE-inflatie, waarin de prijsverandering van persoonlijke consumptieve uitgaven wordt gemeten van een breed pakket door consumenten gekochte goederen en diensten, kwam uit op 4 procent. Dat is gelijk aan het percentage dat een maand eerder werd vastgesteld. De PCE-kerninflatie kwam uit op 3,5 procent en dat is 0,1 procentpunt lager dan waarop werd gerekend. In de eurozone aan de andere kant liepen de consumentenprijzen juist op. Waar in juni de teller nog bleef steken op 1,9 procent, stond er in juli 2,2 procent op de borden. Vooraf kwamen de schattingen uit op 2 procent. Richten we onze blik op de kerninflatie, dus zonder de prijzen voor bijvoorbeeld voedsel, alcohol en energie, dan zien we dat die juist daalde en uitkwam op 0,7 procent. Dat was een maand eerder namelijk nog 0,9 procent. Centrale bankiers lijken met hun stelling dat de inflatie een tijdelijk fenomeen is, het gelijk dus (nog steeds) aan hun zijde te hebben.

Shell desinvesteert verder

Half juni werd al bekend dat Shell de verkoop van een groot olie- en gasveld in het Permian Basin in Texas en New Mexico zou overwegen. Gisteren wist persbureau Bloomberg te melden dat een aantal partijen concreet interesse heeft in deze velden die volgens bronnen wel 10 miljard dollar zouden kunnen opbrengen, waaronder Devon Energy, ConocoPhilips en Chevron. De velden zijn goed voor totaal 6 procent van de olie- en gasproductie van Shell. Het gaat hier om velden waar schalieolie gewonnen wordt. Dat soort olie zit vast in gesteente en wordt gewonnen met fracking. Dat wil zeggen dat er met hoge druk water, zand en chemicaliën in de grond wordt gespoten. Daar komt veel CO2 bij vrij. Met een eventuele verkoop zou Royal Dutch Shell een stap dichterbij zijn bij het bereiken van de klimaatdoelstellingen om in 2050 in een keer netto geen CO2 meer uit te stoten.

Mocht de verkoop definitief worden, dan draagt dat weliswaar bij aan de doelstellingen die Shell door de rechter kreeg opgelegd en die Shell zichzelf heeft gesteld, maar schiet de wereld an sich daar niets mee op. De velden worden immers niet gesloten, maar gaan over in andere handen. De productie zal doorgaan en er zal dus nog steeds CO2 worden uitgestoten, zij het niet meer door Shell.
Tja, wie houd je dan voor de gek?

Braziliaanse bezittingen Holcim in de verkoop

Holcim, wereldwijd de grootste en meest gespreide speler in beton en cement, heeft de Braziliaanse activa in de etalage staan. Cementmakers staan erom bekend dat ze bij de productie van cement veel CO2 produceren. Bovendien wordt er veel water gebruikt. Daarentegen wordt er weinig vervuild als gevolg van transport (CO2, stikstof, fijnstof). Al van oudsher wordt er uit praktische overwegingen dicht bij de bouwlocaties geproduceerd en stelt het transport niet zoveel voor. Daarom is LafargeHolcim in zoveel landen vertegenwoordigd. Maar nu wordt er dus van de Braziliaanse bezittingen die bestaan uit 10 productiefabrieken, afscheid genomen. De deal moet eind deze maand al in kannen en kruiken zijn.

LafargeHolcim heeft een voortrekkersrol op het gebied van duurzaam bouwen. Van alle cementproducenten heeft LafargeHolcim één van de laagste CO2-emissies per duizend kilo cement. Net als bij Shell bestaat daar concrete interesse voor van een aantal partijen.

Van Robinhood naar Don Quichot?

De beursgang van Robinhood was geen onverdeeld succes. De introductiekoers van 39 dollar zat aan de onderkant van de vooraf bepaalde bandbreedte van 38-42 dollar. De eerste handelsdag verliep niet geheel en al voorspoedig. Het aandeel daalde afgelopen donderdag ruim 8 procent in waarde. Vrijdag sloot het aandeel op 35,15 dollar. Op de korte termijn doet Robinhood daarmee z’n naam geen eer aan. De Engelse volksheld Robin Hood stal immers van de rijken om z’n buit vervolgens te verdelen onder de minderbedeelden. 

Zoals wellicht bekend was 35 procent van de aandelen die naar de beurs kwamen bedoeld voor gebruikers van de app. Totaal maakten ruim 300.000 van de totaal 22,5 miljoen klanten van Robinhood daar gebruik van. Bij Fintessa doen we met dit soort beursgangen niet mee, al is het een bedrijf geweest dat veel disruptie in de financiële sector heeft veroorzaakt.

Op zich voorzien wij best een (grote) toekomst voor de broker, maar nu nog even niet. Sowieso zou een beursgang verboden moeten worden als een bedrijf boetes krijgt van toezichthouders omdat het zich schuldig heeft gemaakt onethisch gedrag. Dan zouden potentiële beleggers zich achter de oren moeten krabben, toch? Maar de generatie die interesse toont in deze beursgang is van een andere orde dan wat wij gewend zijn. Kijk naar de hypes rondom meme-aandelen. Daar komt nog eens bij dat het verdienmodel van het bedrijf wankel is. De afhankelijkheid van handel in crypto ’s is groot. Het geld dat met de beursgang is opgehaald, wil Robinhood (deels) gebruiken voor expansie buiten de Verenigde Staten. Maar, nu nog 75 procent van de omzet wordt verdiend met het doorverkopen van orders (payment for orderflow, pfof) en dat is in veel andere landen toch echt verboden. De SEC beraadt zich hierover.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.