Auteur: Krist Plaizier Datum: 10-06-2021

Beleggers kijken even de kat uit de boom

Gisteren was het relatief rustig op de financiële markten. Beleggers wachtten even de informatie af die ze vandaag zullen gaan krijgen. De Amerikaanse markten sloten lichtjes lager. Onze eigen AEX-index wist wel hoger te sluiten, zelfs op een record slotstand van 722,71 punten. Beursuitbater Euronext maakte bekend dat bij de volgende aanpassing van de Amsterdamse indices per 21 juni er geen aanpassing van de AEX zal plaatsvinden. Twee nieuwkomers op de Amsterdamse beurs, vastgoedbelegger CTP en het Poolse kluisjesbedrijf InPost, zijn qua marktwaarde inmiddels groot genoeg voor onze belangrijkste index maar hebben te weinig aandelen in omloop (free float). Daarom kwalificeren ze zich nog niet voor de AEX. Wel worden ze opgenomen in de AMX, de Midkapindex. Dit gaat ten koste van biotechbedrijf Pharming. 

Beleggers hebben gewacht op belangrijk macro-economisch nieuws dat vandaag bekend gemaakt werd. Om half drie Nederlandse tijd is bekend gemaakt hoe hoog de Amerikaanse inflatie in mei geweest is. Er werd een stijging van de prijzen verwacht van 4,7 procent ten opzichte van mei 2020. Het werd 5,0 procent. Vorige maand kwam de inflatie nog uit op 4,2 procent. De kerninflatie, dus zonder de volatiele brandstof- en voedingsprijzen, voorzag men op 3,5 procent, het werd 3,8 procent. Ook in Europa keek men uit naar inflatieverwachtingen en wel die van de Europese Centrale Bank. Bij de toelichting op het verse rentebesluit, wat begon om half drie, zal de ECB waarschijnlijk ook de inflatieverwachtingen voor de eurozone naar boven bijstellen evenals de groeiverwachtingen.

Belangrijke dag voor aandeelhouders Just Eat Takeaway

Wie al enkele maanden wachten op de dag van vandaag, zijn de aandeelhouders van Just Eat Takeaway (JET). Vandaag beslissen immers de aandeelhouders van de Amerikaanse maaltijdbezorgdienst GrubHub of zij akkoord gaan met het bod op hun aandelen door JET. JET beidt 0,671 aandeel voor één aandeel GrubHub. Ten tijde van de lancering van dit bod kwam dit neer op circa 75 dollar per aandeel. Maar sindsdien is het aandeel JET fors gedaald en nu zouden de aandeelhouders van GrubHub nog maar zo’n 62 dollar ontvangen. Het wordt dan ook spannend of de overname doorgang zal vinden. Boze tongen beweren dat de concurrenten van GrubHub in de Verenigde Staten niet zitten te wachten op een sterke combinatie van GrubHub en JET. Daartoe zouden ze hun best hebben gedaan om de koers van JET naar beneden te krijgen om zo de overname te dwarsbomen. Zo maakten DoorDash, Uber Eats en Delivery Hero de afgelopen weken bekend de voor JET belangrijke Duitse markt te zullen gaan betreden. Waarschijnlijk is hier niets van waar, maar de aandeelhouders van JET schrokken er stevig van met een lagere koers tot gevolg. Ook is JET inmiddels het meest geshorte aandeel in Amsterdam; volgens Bloomberg betreft het ruim 11 procent van het aandelenkapitaal van JET. 

Citi geeft Darling Ingredients een stevig koopadvies

Gisteren kwam er prettig nieuws voor onze cliënten waarvoor wij in Darling Ingredients beleggen. De analisten van Citi gaan het aandeel volgen en geven het een stevig koopadvies. Het koersdoel zetten ze op 110 dollar. Volgens Bloomberg hebben 12 andere analisten die het aandeel volgen, een gemiddeld 12-maands koersdoel van 90,60 dollar. Gisteren sloot het aandeel Darling Ingredients op 74,69 dollar. Dit is ruim 29 procent hoger dan aan het begin van dit jaar maar volgens Citi kan er dus nog zo’n 47 procent bovenop. De Amerikaanse bank is positief over het bedrijf vanwege de stevig groeiende vraag naar biobrandstoffen. Darling maakt in samenwerking met raffinagebedrijf Valero Energy Corp hernieuwbare diesel uit niet voor voeding geschikte maïsolie, dierlijke vetten en gebruikte oliën zoals frituurvet. Dit gaat zo goed dat men over afgelopen kwartaal een winst per aandeel bekend kon maken van 90 dollarcent waar dit een jaar geleden nog 51 dollarcent bedroeg. 

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.