Auteur: Martine Hafkamp Datum: 06-09-2021

Beleggers verkeren in een overwinningsroes

We hebben weer een nieuw record te pakken en dan hebben we het niet over de overwinning van Max Verstappen gisteren op Zandvoort. De koersborden kleuren alleen niet oranje, maar groen. De afgelopen week werden aandelen wereldwijd totaal 1,6 biljoen dollar meer waard. De gezamenlijke waarde van aandelen bedraagt nu 120,4 biljoen dollar, het hoogste bedrag uit de geschiedenis. Die marktwaarde is gelijk aan 142 procent van het wereldwijde Bruto Binnenlands Product, ook dat is een nieuw record.

Een van de redenen voor de verdere koersstijgingen was het tegenvallende Amerikaanse banenrapport van afgelopen vrijdag. In plaats van de verwachte 750.000 nieuwe banen, bleef de teller steken op 235.000. Wel werd het aantal gecreëerde banen over juni en juli opwaarts bijgesteld. In juni kwamen er volgens de meest recente inzichten nog eens 24.000 banen extra bij, in juli waren dat er maar liefst 110.000 meer. Het werkloosheidspercentage kwam conform verwachting uit op 5,2 procent. Een maand eerder bedroeg dat percentage nog 5,4 procent. De stijging van de lonen zette door; op maandbasis was er sprake van een loonstijging van 0,6 procent, op jaarbasis bedroeg de toename 4,3 procent.

Duiken we iets dieper in de cijfers dan zien we dat vooral de banengroei in de leisure- en hospitality-sector achterbleef. Nieuwe uitbraken van het coronavirus en de nieuwe beperkende maatregelen die als gevolg hiervan werden ingesteld, waren hier debet aan. ‘Normaal’ gesproken zouden deze sectoren goed zijn voor een aanwas van zo’n 350.000 banen. Maar ja, wat is normaal in deze tijden?

De werkelijke werkloosheid, in welk cijfer ook het aantal mensen wordt meegenomen dat zich überhaupt niet als werkzoekende heeft ingeschreven net zoals het aantal mensen dat een parttime baan heeft maar liever fulltime aan het werk zou gaan, kwam conform verwachting uit op 8,9 procent. Aan de andere kant staat het aantal openstaande vacatures met 10,5 miljoen op het hoogste niveau sinds maart vorig jaar, pre corona dus.

Markten konden het nieuws van het tegenvallende banencijfer, gecombineerd met een lagere score van de Amerikaanse inkoopmanagers uit de dienstensector wel waarderen en zetten vooral tech-aandelen hoger. Macrocijfers die lager uitvallen dan verwacht kunnen er immers wel eens voor zorgen dat de Fed voorlopig nog geen begin zal maken met de afbouw van het maandelijkse opkoopprogramma van obligaties.

Vandaag blijven de Amerikaanse aandelenmarkten dicht in verband met Labor Day, maar dat mag de pret in Europa en Japan evenmin drukken. In Japan zijn beleggers er erg mee in hun sas dat premier Yoshihide Suga zich niet verkiesbaar zal stellen als leider van de Liberaal-Democratische Partij. Die verkiezing staat voor eind van de maand gepland. Beleggers hopen dat z’n opvolger nog meer grof geschut zal inzetten om de Japanse economie te ondersteunen en kordater zal zijn wat betreft de bestrijding van de coronapandemie en de uitrol van het vaccinatieprogramma. Afgelopen vrijdag zorgde dat er al voor dat de Nikkei 2 procent hoger de dag uitging en vandaag pluste de Japanse hoofdgraadmeter nog eens met 1,8 procent. In eigen land nadert de AEX inmiddels de 800 punten.

De ECB die donderdag met een rentebesluit komt, zal hoogstwaarschijnlijk geen roet in het eten gooien. Er worden geen verrassingen verwacht nu binnenkort in Duitsland de Bondsdagverkiezingen worden gehouden en dus bekend wordt welke partij de opvolger van Merkel als de nieuwe Bondskanselier van Duitsland mag leveren.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.