Auteur: Krist Plaizier Datum: 09-09-2021

Betalingsverkeer is 'hot'

We zagen de trend bij Fintessa al langer. Consumenten kopen steeds meer online en de coronapandemie heeft dit doen versnellen. Nu COVID-19 steeds verder wordt teruggedrongen, trekt bovendien de reiswereld weer langzaam aan. Daarnaast worden betaalalternatieven naast cash steeds populairder, vooral betalen met de mobiele telefoon ontwikkelt zich sterk. Allemaal factoren die fintech gewild maken. Bij Fintessa profiteerden we ervan door in eerste instantie in Prosus en Mastercard te beleggen. Onlangs hebben we afscheid genomen van deze aandelen en hebben we voor onze cliënten in het Nederlandse Adyen geïnvesteerd. Adyen heeft zich in slechts een paar jaar ontwikkeld tot een heuse wereldspeler met een betalingsplatform dat door analisten als ‘best in class’ wordt bestempeld.

PayPal koopt Japans betaalbedrijf voor uitgesteld betalen

In de fintech-sector wordt uitgesteld betalen steeds populairder, vooral onder jongeren. Betaalplatforms zien dit ook en dit heeft tot gevolg dat er in de sector een sterke concentratietendens gaande is. De aftrap werd afgelopen maand verzorgd door het Amerikaanse Square dat het Australische Afterpay kocht voor 29 miljard dollar. Het was de grootste overname op het Australische continent ooit. Vervolgens lieten de Britse onlinebank Revolut en Apple weten zich ook te gaan begeven in deze tak van sport. Gisteren werd een nieuwe overname bekend gemaakt. Het Amerikaanse PayPal, in 2002 gekocht door Ebay als betalingsplatform van de marktplaats maar in 2015 weer verzelfstandigd, heeft het Japanse Paidy gekocht voor 2,7 miljard dollar, voornamelijk in contanten. Paidy is met 6 miljoen gebruikers in Japan actief als ‘buy now, pay later’-fintech (achteraf betalen) en is thans nog zwaar verlieslatend. Toch had PayPal 450 dollar per gebruiker over voor Paidy. De overname is een risico voor PayPal. Naast het feit dat er geen winst gemaakt wordt, staat het elektronisch betalen (gek genoeg) nog in de kinderschoenen in Japan. In Japan wordt momenteel nog zo’n twee derde van alle betalingen contant gedaan, al verdriedubbelde de online shoppingmarkt zich in de afgelopen tien jaar naar een omvang van zo’n 200 miljard dollar. Bovendien bestaat de kans dat toezichthouders moeilijk gaan doen. Door het achteraf betalen neemt namelijk het aantal problematische schulden toe.

PayPal wil zichzelf heruitvinden. Het streeft zich te ontwikkelen naar een superapp zoals het Chinese WeChat of Alipay. Dit zijn betaalbedrijven waarin diverse soorten financiële diensten kunnen worden afgenomen. Eén van die diensten is het kopen op afbetaling.

JPMorgan koopt het betaalbedrijf van Volkswagen Group

De Amerikaanse investment bank JPMorgan heeft een belang van 74,9 procent genomen in Volkswagen Payments S.A. Met deze financiële dienst van het Duitse autoconcern kunnen autorijders eenvoudig mobiel betalen voor parkeren, tolwegen, autoverzekeringen, het elektrisch opladen van de auto en muziek (entertainment) in de auto. De dienst is in 2017 begonnen in Luxemburg en inmiddels actief in 32 landen. Ook na de afwikkeling van de deelname, waarvan de financiële details niet bekend werden gemaakt, blijft de hoofdzetel in het hertogdom. In een gezamenlijk persbericht gaf JPMorgan aan met de overname de mobiele betaaldiensten van de bank verder te kunnen ontwikkelen. Voor Volkswagen is de deal belangrijk omdat op deze manier eenvoudig de financiële dienst uitgerold kan worden naar andere automerken wereldwijd. De overige 25,1 procent van de aandelen blijft eigendom van Volkswagen Financial Services.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.