Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 11-06-2021

Beurs geeft geen krimp na tegenvallend inflatiecijfer

CPI 5,0

Donderdag maakte in de Verenigde Staten het Bureau of Labor Statistics het belangrijkste macrocijfer van het moment bekend, dat van de inflatie. Ten opzichte van vorig jaar bleek de consumentenprijsindex (CPI) in de maand mei met maar liefst 5,0 procent te zijn gestegen, meer dan de verwachte 4,7 procent. Ten opzichte van april bleek de CPI ook harder opgelopen, met 0,6 waar 0,5 procent was verwacht. Ook de kerninflatie (exclusief voeding en energie) bleek meer te zijn gestegen dan verwacht. Ten opzichte van vorig jaar met 3,8 in plaats van getaxeerde 3,5 procent. Kort gezegd, er werd al een flinke toename van de inflatie gevreesd, maar de realiteit kwam nog rauwer op het dak vallen. De markten gaven echter geen krimp. 

Net als vorige maand

Dat terwijl vorige maand de beurzen nog een behoorlijke veer lieten na het toen ook al tegenvallende inflatiecijfer. Nu de wereld de economische malaise als gevolg van de pandemie langzaam achter zich begint te laten bestaat immers de vrees dat het herstel te snel komt. Overal ontstaan tekorten als gevolg van de onverwacht snel aantrekkende vraag, niet alleen in grondstoffen, maar ook in halfgeleiders en personeel. Dat wordt alom gezien als de voornaamste bedreiging van deze rally. Tekorten leidden immers tot prijsstijgingen. Daar zullen de centrale bankiers weer op moeten reageren met een verkrapping van hun zeer ruime monetaire beleid. En dat beleid was nu net de grote motor achter de rally sinds maart vorig jaar.

Rente verdwijnt langzaam

De rente op 10-jaars staatsleningen piekte in de Verenigde Staten ruim twee maanden geleden op 1,74 procent. Dat was inderdaad een behoorlijke toename ten opzichte van de 0,50 procent van augustus vorig jaar. Maar vanaf dat moment begon de opmars van de rente echter te haperen. Geruststellende woorden van de Federal Reserve dat zij deze oplopende inflatie slechts als tijdelijk ziet, deden hun werk. De markten geloofden de centrale bankiers en de rente begon weer langzaam te dalen. Naar 1,48 procent deze week. De vrees van beleggers dat de dreigende inflatie vroegtijdig een einde zou kunnen maken aan het ruime monetaire beleid verdween weer van de radar. De gouverneur van de Federal Reserve gaf aan zelfs niet eens te denken aan het begin van het terugdraaien van het ruime opkoopbeleid. Eerst zou de arbeidsmarkt zich weer moeten herstellen naar het niveau van voor de uitbraak van het virus. Onder de oppervlakte gebeurde er echter toch wel het een en ander.

Omgekeerde QE

De centrale bank van de Verenigde Staten koopt iedere maand voor een bedrag van 120 miljard dollar aan staats- en hypotheekobligaties. Zij koopt deze obligaties van de banken en injecteert daarmee enorme hoeveelheden geld in de economie. De afgelopen weken bleek de behoefte aan deze liquiditeiten echter behoorlijk te zijn afgenomen. De laatste twee weken bleek de centrale bank voor een bedrag van 483 miljard dollar weer obligaties te hebben terug verkocht aan de banken. Dat is vier maanden obligaties opkopen teniet gedaan in twee weken! Waarom doet de Fed dit? Welnu, de centrale bank is er alles aan gelegen de Federal Funds Rate – de basis voor de geldmarktrente in de Verenigde Staten – niet onder nul te laten zakken. Het fenomeen van de negatieve rente in Europa is een gruwel voor de Amerikanen. Door feitelijk een omgekeerde QE toe te passen tracht de Federal Reserve de rente krampachtig boven nul te houden.

Markten geven geen krimp, vooralsnog

Beleggers zijn dus bevreesd voor het naderende einde van het ruime opkoopbeleid van de Federal Reserve. De centrale bank stelt de beleggers echter gerust dat het nog niet zo ver is. Ondertussen gaat Mr. Market – zoals zo vaak – echter zijn eigen weg. Wacht de Fed te lang met verkrappen? Dan doet Mr. Market het wel voor de Fed. En de rente? Ach, de staatsleningen van de Verenigde Staten vinden nog steeds gretig aftrek, getuige het succes van de laatste emissie van afgelopen week. De rente loopt niet langer met de gestegen inflatieverwachtingen mee. En de aandelenmarkten? Die stegen verder.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.