Auteur: Martine Hafkamp Datum: 13-09-2021

Buy the dip

Tot op heden heeft de S&P 500 dit jaar 54 keer een nieuwe record slotstand laten optekenen. Inmiddels is het bijna half september en lijken de perspectieven voor de aandelenmarkten voor de komende maanden niet onverdeeld gunstig, ondanks het feit dat er nog steeds amper een alternatief is. Volgens Deutsche Bank heeft bijvoorbeeld 85 procent van de Amerikaanse high yield obligaties een rendement dat lager is dan de huidige inflatie.

Net als voor het tweede kwartaal zijn de verwachtingen wat betreft de bedrijfscijfers hooggespannen. In de Verenigde Staten wordt een winstgroei van 28 en een omzetgroei van 14 procent op jaarbasis verwacht. Voor Europa bedragen die cijfers respectievelijk 43 en 13 procent. Er lijkt zo op het eerste gezicht daarom nog weinig reden voor ongerustheid voor beleggers. Toch zijn er op het macrofront tekenen waarneembaar dat de spectaculaire groei aan het afnemen is. Een aantal Amerikaanse zakenbanken stelde daarom hun groeiverwachtingen voor de Amerikaanse economie al naar beneden bij.

Voor die neerwaartse bijstellingen zijn zeker redenen. Een aantal belangrijke indicatoren vertoont immers tekenen van afnemende sterkte. De winkelverkopen in de Verenigde Staten, een belangrijke graadmeter voor het vertrouwen in de economie, zakten al twee maanden op rij weg. Het consumentenvertrouwen ook. De inkoopmanagersindex vertoont een afnemende groei en het aantal nieuwe banen lijkt ook af te nemen. Maar eerlijk gezegd is dat allemaal ook niet zo vreemd. Komend vanuit een zware crisis zijn herstelcijfers in eerste instantie al gauw spectaculair goed. Maar dat tempo kan nooit tot in het oneindige worden vastgehouden. De vergelijkingsbasis wordt immers ook steeds beter. Het is zo bezien dan ook niet meer dan normaal dat de groeicijfers minder worden en het groeitempo normaliseert. Het goede nieuws is dat er nog steeds wel groei is. Het is dan ook zeker niet zo dat de wereldwijde economie in een recessie dreigt te zakken, er is alleen sprake van een lager groeitempo dan de afgelopen tijd het geval was.

Het probleem voor beleggers is echter dat nogal wat aandelenkoersen in veel gevallen geprijsd lijken voor een jarenlang bovengemiddelde groei. Daardoor komt er ruimte voor teleurstellingen. Nu het virus in weer een nieuwe variant overal de kop opsteekt en autoriteiten in veel gevallen weer reageren met (gedeeltelijke) lockdowns kan er natuurlijk een vertraging in de groei optreden. Daar komt de vrees bij voor een langdurigere en hogere inflatie dan waar de centrale bankiers nu vanuit gaan. We moeten alleen niet vergeten dat het niet raar is dat er inflatie de kop opsteekt. Ook hier was de vergelijkingsbasis van vorig jaar zo laag dat een beetje prijsherstel al snel tot inflatie leidt. Niet alleen grondstoffen en vrachtvervoer zijn in prijs gestegen, maar er ontstonden ook tekorten in belangrijke zaken al halfgeleiders en personeel. Er heerst onzekerheid over hoe lang dit soort bottlenecks in de economie zullen duren. Volgens een recente studie van Bloomberg zal de inflatie in Europa in het vierde kwartaal pieken op 3,2 procent, voordat deze midden volgend jaar zal terugzakken naar onder 2 procent. Beleggers lijken zich vandaag in ieder geval weinig zorgen te maken. Het adagium lijkt nog steeds te zijn; buy the dip.

Containerbedrijf bevriest de prijzen

Het Franse containerbedrijf CMA CGM, de op twee na grootste ter wereld, wil in ieder geval z’n steentje bijdragen aan het binnen de perken houden van de inflatie. Het bedrijf zal de vervoersprijzen voor vracht over zee daarom tot in ieder geval 1 februari volgend jaar bevriezen, omdat men van mening is dat de prijzen voor klanten van de containerrederij anders te hoog zullen oplopen. En dat ondanks dat ook CMA CGM verwacht dat de vrachttarieven verder zullen oplopen. De prijzen voor containervervoer over zee zijn in korte tijd tot wel zeven keer over de kop gegaan. Het containerbedrijf hecht echter veel waarde aan de lange termijn relatie met z’n klanten en is van mening dat de huidige situatie in de scheepvaartindustrie ‘ongekend’ is. Waarschijnlijk zullen andere bedrijven uit de sector hetzelfde besluit nemen. Als er één schaap over de dam is…

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.