Auteur: Krist Plaizier Datum: 05-08-2021

Cijfers Adidas zorgen voor chagrijn bij beleggers

De cijfers over het tweede kwartaal waarmee de Duitse sportgigant Adidas vanochtend mee naar buiten kwam, konden niet tippen aan de eerder bekend gemaakte cijfers van Puma en Under Armour. De deze week flink opgelopen koers van het aandeel kreeg vanochtend een knauw van ruim 4 procent.

Toch waren de cijfers van het merk met de drie strepen helemaal niet slecht en verhoogden de Duitsers zelfs hun outlook voor de rest van het jaar. Voor heel 2021 verwacht Adidas nu ten opzichte van vorig jaar een toename van de omzet van minimaal 20 procent bij gelijke wisselkoersen. De operationele winst zal waarschijnlijk uit gaan komen tussen de 1,4 en 1,5 miljard euro. Hoewel de verhoging van de outlook natuurlijk een blijk van een vertrouwen is, is een groei van 20 procent wel erg voorzichtig als je in het eerste halfjaar al een omzetgroei van 33,8 procent (tot 10.35 miljard euro) laat zien. De verwachte omzetgroei in het tweede halfjaar van zo’n 7 procent is daarmee fors lager. En dat terwijl in het tweede halfjaar grote evenementen als de Olympische Spelen in Tokio, de start van het Europese voetbalseizoen en de start van het NFL-seizoen in de Verenigde Staten zullen plaatsvinden. Beleggers in het aandeel waren hierover teleurgesteld (ondanks dat de analistenconsensus 18,8 procent bedroeg) en verkochten daarom hun positie.

Ook de Chinese koopstaking als reactie op de houding van het Westen inzake de Oeigoeren-kwestie had invloed op de cijfers. Het zorgde voor 16 procent minder omzet in China afgelopen kwartaal. Over het eerste halfjaar kwam de omzetgroei in China wel positief uit op ruim 38 procent. De beste regio voor Adidas in het eerste halfjaar was Latijns Amerika met een ruim 80 procent hogere omzet (tegen gelijke wisselkoersen). Op productniveau bekeken gingen vooral de voetbal- en outdoorsportartikelen erg goed. Een ander minnetje was dat de online verkopen in het tweede kwartaal met 14 procent daalden ten opzichte van dit kwartaal vorig jaar. Maar dat valt natuurlijk te verklaren door het feit dat toen de fysieke winkels dicht waren. De verkopen in de eigen fysieke winkels namen het afgelopen kwartaal dan ook toe met dubbele cijfers en maakten daarmee de mindere online verkopen goed. De nettowinst in het tweede kwartaal kwam uit op 397 miljoen euro waar er vorig jaar nog een verlies van 295 miljoen euro werd behaald. De nettowinst per aandeel in het tweede kwartaal bedroeg 1,93 euro. Omdat Adidas afgelopen kwartaal minder korting heeft weggegeven steeg de brutomarge met een half procent naar 51,8 procent. Voor het hele jaar verwacht Adidas een brutomarge van 52 procent. Dit is gelijk aan de analistenverwachting.

Amerikaanse overheid dreigt weer op slot te gaan

De Democratische Partij doet er alles aan om de begroting voor volgend jaar door het Congres te krijgen maar, zoals gebruikelijk de laatste jaren, werkt de andere partij in het Congres (in dit geval de Republikeinen) tegen.
Dit zou ervoor kunnen zorgen dat de begroting voor de start van het nieuwe begrotingsjaar per 1 oktober niet rond is en er daarmee ook geen overeenkomst is over de verhoging van het schuldenplafond van de Verenigde Staten. Indien de Verenigde Staten niets meer mogen lenen, komt het sluiten van diverse overheidsdiensten weer in beeld en komen vele Amerikaanse ambtenaren zonder salaris thuis te zitten.

De Amerikaanse overheid geeft de prioriteit aan het sluiten van niet-essentiële overheidsdiensten zodat de rente op de schulden betaald kan blijven worden. Zouden de Verenigde Staten dit niet doen, dan verliest het land haar kredietwaardigheid en wordt lenen (fors) duurder. Mocht er een ‘shutdown’ komen dan is dit de 21ste keer sinds 1976. De laatste keer was in 2018 dankzij Trump omdat hij toen geen geld kreeg van het Congres voor de financiering van zijn Mexicaanse muur. Deze shutdown kostte toen 11 miljard dollar.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.