Auteur: Martine Hafkamp Datum: 27-07-2021

Dagen van de waarheid?

Zoals we gisteren al aangaven in ons beursbericht verslaan tot op heden ruim meer dan 80 procent van de bedrijven de toch al hooggespannen verwachtingen. Wat opvalt is dat ook autoproducenten het veel beter doen dan verwacht, ondanks een tekort aan chips. Het blijft natuurlijk spannend of dit ook het komende halfjaar zal lukken…

Mooi is dat ABB aangeeft de tekorten aan grondstoffen in de omzet op te kunnen vangen met een hogere omzet in diensten, te weten service en onderhoud. Ook opvallend is dat business-to-consumer bedrijven (Unilever, Kimberly) aangeven last te hebben van inflatie. Veel grondstofprijzen zijn de hoogte ingeschoten. Dat gebeurde vooral door haperingen in de aanbodketen en je ziet inmiddels dan ook de prijzen van een aantal grondstoffen weer dalen. Blijkbaar zijn de supermarkten tegenwoordig zo machtig dat het verhogen van de prijzen heel lastig is, al zeggen de supermarkten zelf dat zij de hogere kosten juist nog niet doorberekenen aan de consument omdat ze concurrerend willen blijven.
Als een bedrijf conform de verwachtingen presteert, wat dus meestal al veel beter is dan vorig jaar en vaak ook beter dan het tweede kwartaal van 2019, wordt het dit cijferseizoen maar matig beloond door beleggers. De goede prestaties zaten dus waarschijnlijk al verwerkt in de koers. Veel aandelen lijken daarmee ‘priced for perfection’ te zijn. Dat zie je ook als de cijfers dan wel de outlook wel tegenvallen. Dan gaat er zo maar 5 procent of meer van de koers af. Vandaag nabeurs zullen we meer weten als de echte krakers in de vorm van de techgiganten Apple, Microsoft en Alphabet de boeken openen. Worden dit de dagen van de waarheid?

De prijzen van energie zoals olie, benzine, ethanol en zelfs kolen, blijven hoog ondanks de productieverhogingen van de OPEC+. De prijzen van edelmetalen doen niet meer mee in de hoogterecords. De prijs van hout is ineengestort. Vanwege het goede weer in de Verenigde Staten worden er prima oogsten verwacht. Daarom zijn de prijzen van maïs, soja en tarwe aan het dalen. Koffie daarentegen is duur vanwege droogte en kou in Brazilië. Koper is meer dan 10 procent gedaald ten opzichte van de top, maar ijzererts blijft onverminderd hoog in prijs vanwege personeelstekorten in de mijnen en bij het vervoer van het erts. Het is dus achterhaald dat alle grondstoffen heel sterk in prijs zijn gestegen. De prijsvorming is nu meer product specifiek zoals dat onder normale omstandigheden eigenlijk altijd gebruikelijk is. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met trends die de vraag bepalen naar de desbetreffende grondstoffen. Investeringen in infrastructuur en woningbouw zorgen ervoor dat de vraag naar bouwmaterialen hoog zal blijven. De elektrificatie (vergroening) doet de vraag naar onder andere koper toenemen. Een andere trend is de honger naar datagebruik en supersnelle verbindingen.

Randstad is voorzichtig

Zo’n aandeel dat door beleggers wordt afgestraft voor de voorzichtige verwachtingen is Randstad. De uitzender boekte in het tweede kwartaal op jaarbasis 37 procent meer omzet. Die kwam daarmee uit op 6.078 miljoen euro en ligt hoger dan in dezelfde periode van 2019 en was hoger dan verwacht. Het bedrijfsresultaat bedroeg in het tweede kwartaal 260 miljoen euro en de marge kwam uit op 4,3 procent. Ook deze cijfers waren beter dan waarmee vooraf rekening was gehouden. Onder aan de streep realiseerde Randstad een nettowinst van 176 miljoen euro. Dat was in het tweede kwartaal van vorig jaar nog een verlies van 57 miljoen euro. Toen ook besloot Randstad het dividend te passeren.

De conversieratio bedroeg in het tweede kwartaal 53 procent, gedurende de eerste helft van dit jaar kwam deze uit op 50 procent. Dat is heel mooi, maar, hoewel het momentum volgens eigen zeggen nu nog heel sterk is, voorziet Randstad dat het moeilijker wordt om in sommige sectoren geschikt personeel aan te trekken. Vooral in de gezondheidszorg, het onderwijs en de horeca is het steeds lastiger om vacatures ingevuld te krijgen. Daarom is Randstad terughoudend en denkt dat de conversieratio zal dalen naar 30-40 procent. Voor de langere termijn wordt een conversieratio van 40-50 procent nagestreefd. Beleggers waren met zo veel voorzichtigheid niet blij en zetten het aandeel in de ochtendhandel ruim 7 procent lager.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.