Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 26-10-2021

De bitcoin een bedreiging voor Nvidia?

 

Sterperformer Nvidia

Met nog ruim twee maanden te gaan lijkt 2021 het jaar van de chipaandelen te worden. Nederlandse beleggers in aandelen als ASML, ASMI en BESI weten daar alles van. De grote sterperformer in deze sector is echter al jaren de chipontwerper uit Californië, Nvidia. De koers van het aandeel is dit jaar met 77 procent gestegen. Beleggers die het geluk hadden het aandeel reeds in maart 2009 – startdatum van de rally na de kredietcrisis – in bezit te hebben zagen het aandeel 110 keer over de kop gaan. Dat is gemiddeld ruim 46 procent per jaar. Een niet onaardige outperformance van de S & P 500-index, overigens ook niet echt een achterblijver.

Verwachtingen verpletterd

Nvidia bereikte deze week een nieuwe All Time High. Daarmee rendeert de chipontwerper ook beter dan zijn peers die gezamenlijk de Philadelphia Semiconductor Index uitmaken. Niet vreemd gezien de indrukwekkende wijze waarop het bedrijf bij de bekendmaking van zijn meest recente kwartaalcijfers de verwachtingen verpletterde. Nvidia is oorspronkelijk een leverancier van de gaming industrie. Inmiddels zijn echter ook de datacenters een geduchte afnemer van de grafische chips met hun enorme rekenkracht. Nvidia heeft daarnaast nog meer ijzers in het vuur. Het bedient ook de markt voor professioneel design en speelt een belangrijke rol bij de realisatie van het autonoom rijden.

Niet alleen maar zonneschijn

Gaat ‘s werelds grootste chipontwerper daarmee een louter zonnige toekomst tegemoet? Daar lijkt het op daar het bedrijf zich exact in die markten begeeft waar het allemaal lijkt te gebeuren. Toch gaat er ook wel eens wat mis. Zo onderging Nvidia in 2018 een forse koersval, met name in de laatste drie maanden van dat jaar. De koers halveerde in een kwartaal ruimschoots. De reden hiervoor was vooral te vinden in de crash dat jaar in cryptocurrencies. De Bitcoin verloor dat jaar zo’n 80 procent van zijn waarde.

Ethereum

Belangrijker voor Nvidia was dat jaar echter de crash in Ethereum. Deze bij het grote publiek iets minder bekende cryptocurrency verloor in 2018 meer dan 90 procent. Waarom had Nvidia daar zo’n last van? Welnu, de grafische chips van Nvidia bleken uitstekend geschikt om cryptocurrencies te minen. De enorme rekenkracht maakt de chips bij de miners buitengewoon populair. Daar er vooral Ethereum werd gemined met de chips van Nvidia reageerde het aandeel sterk op de koersval van deze crypto.

Lucratieve tweedehands markt

Nvidia zelf heeft eerder dit jaar het probleem onderkend. Het feit dat zijn grafische chips op de tweedehands markt (EBay) werden aangeboden voor een prijs die gemiddeld twee tot vier keer zo hoog was als de prijs van nieuwe chips baarde de nodige zorgen. De chips werden dus niet gebruikt door de gewenste eindgebruiker (de gamer), maar door de niet gewenste (de miner). Voor de gamers werden de chips daarmee schaars. Nvidia heeft er echter weinig belang bij om zijn aandeel in de lucratieve gaming markt te verliezen. Bovendien ziet men de cryptomarkt als een erg volatiele. Met name de crash van 2018 sprak in dat opzicht boekdelen. Daar wilde het bedrijf niet langer sterk afhankelijk van zijn.

Ontkoppeling

Recent blijkt er echter sprake van een ontkoppeling tussen de prijs van crypto’s en die van Nvidia’s chips. De tweedehands chips van Nvidia zijn nog steeds duurder dan de nieuwe, maar nu nog maar met de factor 1,5 tot 2,5. De recente koersstijging van bijvoorbeeld de Bitcoin had niet veel effect meer op de prijzen van de chips van Nvidia. Voor veel beleggers was juist dit verband een reden om niet in Nvidia te beleggen. Deze relatie lijkt dus te verdwijnen. Veel beleggers zijn immers enigszins sceptisch over de koersvastheid van de crypto’s.

Nieuw protocol?

Deze bedreiging lijkt nu dus afgewend. Er is echter nog een ander gevaar. Ethereum gaat over enkele maanden over op een nieuw protocol. De technische details zal ik u besparen. Maar het komt erop neer dat in het nieuwe protocol mining niet langer nodig is. En dus ook geen grafische chips. Op korte termijn kan dat een bedreiging voor Nvidia betekenen. Daar het bedrijf toch al van zijn afhankelijkheid van de cryptomarkt af wilde hoeft dat op de lange termijn echter niet vervelend uit te pakken. In november komt Nvidia met zijn resultaten over het recente kwartaal.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.