Auteur: Jan-Willem Nijkamp    Datum: 04-03-2026

 

De bommen vallen, maar paniek blijft uit

“Ernstige dingen”

President Trump stelde op 19 februari 2026 een ultimatum van 10 tot 15 dagen aan Iran om een akkoord te bereiken over hun nucleaire programma. Hij waarschuwde hierbij dat er anders "ernstige dingen" of "slechte dingen" zouden gebeuren, wat algemeen werd geïnterpreteerd als een dreiging met militaire actie. Het is te verkiezen deze man serieus te nemen. Voor de VS en Israël hun bombardementen begonnen werd gevreesd voor een worst-case scenario voor de energiemarkten: het afsluiten van de Straat van Hormuz en Iraanse vergelding tegen havens, raffinaderijen en gasterminals in de regio. 

Realiteit

Vijf dagen verder is dat scenario realiteit geworden. Eind vorige week kostte een vat Brent olie nog 70 dollar, nu 84 dollar. Dat is 20 procent in een paar dagen tijd. De TTF Gasprijs op de Amsterdamse beurs steeg zelfs van 31,95 naar 55,60 per MWh. Dat is 74 procent in een paar dagen. De aandelenmarkten daalden. De S & P 500 met bijna vier procent, de AEX verloor vijf procent. De rente op 10-jaars staatsleningen in de VS liep op met 10 basispunten en opmerkelijk, de dollar steeg.

De meest serieuze stresstest sinds Oekraïne

Het conflict in het Midden-Oosten is de meest serieuze stress test sinds de invasie van Rusland in Oekraïne, vier jaar geleden. Destijds liep de olieprijs op naar 128 dollar. De gasprijs explodeerde tot boven de 300 MWh. Zo ver is het dus nog niet. De markten zijn wel nerveus, maar de reactie is beheerst. Dat terwijl een herhaling van vier jaar geleden allerminst lijkt uitgesloten. Er gaan dagelijks tenslotte niet minder dan 15 miljoen vaten olie en vier miljoen vaten geraffineerde producten door de Straat van Hormuz. Bovendien wordt 20 procent van alle LNG in de wereld door de smalle doorgang vervoerd.

Veel volatiliteit

Een plotse verstoring van de energiemarkten heeft in het verleden steevast voor veel volatiliteit op de beurzen gezorgd. Het Arabische olie-embargo in 1973-74 deed de olieprijs met 260 procent stijgen. De Iraanse revolutie in 1979 joeg de olieprijs met 160 procent omhoog. De invasie van Irak in Koeweit in 1990 liet de prijs met 180 procent stijgen. Elke gebeurtenis leidde tot meer dan de nodige rimpelingen op de beurzen. Een hogere energieprijs draagt immers bij aan een oplopende inflatie. Met een hogere rente tot gevolg.

Boven de 100 dollar

Volgens deskundigen zou een aanval op Iran tot een olieprijs boven de 100 dollar kunnen leiden. Dat is zeker nog mogelijk, maar is tot op heden niet gebeurd. Volgens een vuistregel zou iedere stijging van 10 dollar per vat olie het BNP met 0,1 procent reduceren. Iedere 10 procent stijging van de olieprijs zou goed zijn voor een stijging van 0,28 procent van de inflatie. Een scenario waarin de olieprijs tot boven de 100 dollar zou oplopen zou veel van het krappe monetaire beleid van de centrale banken van de laatste jaren weer tenietdoen.

Reactie beheerst

De reactie op de markten is echter zoals gezegd tot op heden beheerst. De koersen zijn iets gedaald, maar dat mag gezien de forse rally van de afgelopen jaren geen naam hebben. De reactie heeft ten eerste vooral te maken met de verwachte duur van het conflict. Er wordt momenteel uitgegaan van een week of vier a vijf. Dat zouden de energiemarkten wel kunnen opvangen. Zo vindt 90 procent van de LNG dat de Straat van Hormuz passeert zijn weg naar Azië. De meeste olie gaat naar China. China heeft op dit moment echter een strategische oliereserve van 1,2 miljard vaten olie. Daarmee kan het land 124 dagen vooruit.

Nieuw olie-aanbod

Daarnaast is hernieuwd olieaanbod vanuit Rusland niet ondenkbaar. In een meer extreem scenario zou er weer openlijk Russische olie op de markt – tegen een aanmerkelijk lagere prijs – gekocht kunnen worden. Denk aan China en India. Verder is de energiemarkt de afgelopen decennia aanzienlijk veranderd. De VS zijn tegenwoordig de grootste olieproducent en zijn zelfvoorzienend. Mede om deze reden is de dollar de afgelopen dagen weer opgelopen. Daar komt nog een mogelijk nieuw aanbod van de schalie-producenten uit de VS bij. Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten kunnen gebruikmaken van alternatieve pijpleidingen. Maar hoe dan ook, er is nog geen gebrek aan olie.

Kanttekeningen

Er zijn echter wel een paar kanttekeningen bij te plaatsen. Zo zijn de schalieproducenten terughoudend. Ze hebben hun productie recent juist afgeschaald. Ze willen een structureel hogere prijs zien alvorens weer meer te gaan produceren. Nog los van het feit of ze dat wel kunnen, want de oliebronnen raken gaandeweg uitgeput. Daarnaast heeft een escalatie van het conflict wel degelijk consequenties. Na aanvallen vanuit Iran heeft Qatar zijn LNG-installaties gesloten en Saoedi-Arabië een raffinaderij stopgezet.

Duur van het conflict

Alles lijkt te draaien om de duur en de intensiteit van het conflict. Het kan binnen de perken blijven. In dat geval kunnen de markten over enige tijd weer opgelucht ademhalen. Mocht het conflict echter escaleren of veel langer dan verwacht gaan duren dan is een herhaling van vier jaar geleden (Oekraïne)  niet uitgesloten. Een weer oplopende inflatie, stijgende rente en veel volatiliteit op de beurzen. Moeten we “Whatever it Takes” van de president wellicht ook serieus nemen? 

  

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten