Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 15-06-2021

De Fed heeft geen haast

De Zwarte Dood

In de 14e eeuw woedde de pestepidemie gedurende vijf jaar door Europa. De Zwarte Dood, zoals de epidemie ook wel werd genoemd, veroorzaakte naar schatting 75 miljoen doden. Bij benadering een derde van de bevolking. Het zou tot rond 1600 duren alvorens de bevolking weer op hetzelfde niveau terug was. Naast alle ellende bood de crisis echter ook kansen. De “overlevenden” onder de werknemers konden door de ontstane schaarste een hoger loon bedingen. Zij waren slechts tegen een fors hogere vergoeding bereid hun oude werkzaamheden weer op te pakken. Door het verlies van menselijke arbeidskrachten werden tevens de eerste stappen richting mechanisatie van de economie gezet. De emancipatie van het gewone volk en het begin van de mechanisatie waren de eerste stappen in de richting van de Moderne Tijd. 

L’histoire se répète

In Engeland werd het Statute of Labourers geïntroduceerd. Arbeiders die meer ontvingen voor hun werkzaamheden als voor het uitbreken van de pest belandden in de gevangenis. Het huidige tekort aan arbeidskrachten nu de pandemie langzaam wijkt zal niet direct tot dergelijke excessen leiden, maar er is toch enige gelijkenis. De tekorten leiden ook nu tot loonstijgingen en vervang “mechanisatie” door “digitalisering” en zie daar, l’histoire se répète. Amerikaanse bedrijven plaatsen meer vacatures dan ooit, werknemers nemen ontslag omdat ze ergens anders meer kunnen krijgen en de loonstijging voor werknemers in de horeca loopt op naar wel 20 procent op jaarbasis. Dat ondanks het feit dat bijna tien miljoen Amerikanen hun baan van voor de uitbraak van het virus nog niet terug hebben. Het is dan ook niet vreemd dat er vrees bestaat voor een loon-prijs spiraal met structureel hogere inflatie tot gevolg. Vorige week bleek de consumentenprijsindex (CPI) in de Verenigde Staten zelfs met 5 procent te zijn gestegen.

Vrees voor inflatie

Deze vrees is waarschijnlijk niet nodig. Ten eerste is het gemiddelde uurloon in de Verenigde Staten inderdaad met 5,1 procent gestegen, waar deze voor de pandemie nog met gemiddeld 3 procent groeide. Maar deze toename is niet het gevolg van forse loonstijgingen. Het is meer een eenvoudig statistisch verschijnsel. Wanneer er tien miljoen banen – merendeels matig betaald – verdwijnen, stijgt het gemiddelde van de overgebleven banen vanzelf. Het gemiddelde uurloon stijgt ondanks het feit dat de meeste werknemers echt geen cent meer verdienen dan voor de pandemie.

Minder verband

Daarnaast is het verband tussen lonen en prijzen minder rechtlijnig dan vaak wordt verondersteld. Weliswaar zijn de prijzen van voeding en huisvesting hier en daar behoorlijk opgelopen, maar het zijn sectoren waarin relatief weinig Amerikanen werkzaam zijn. Zo wordt er in de Verenigde Staten slechts één op de zeven verdiende dollars besteed aan voeding, terwijl slechts één op de twintig dollars daar wordt verdiend. Hetzelfde geldt voor de bouwsector, waar slechts 7 procent van de werkzame bevolking zijn geld verdient, terwijl 16 procent van het budget aan huisvesting wordt besteed. Er is dus niet zo’n duidelijk verband tussen lonen en prijzen als vaak wordt gesuggereerd.

Einde aan de steun

Bedenk verder dat er een einde zal komen aan de riante uitkeringen die ontslagen of naar huis gestuurde werknemers in staat stelden hun consumptiepatroon op peil te houden. Er zal waarschijnlijk geen gevolg komen op de laatste ronde cheques en ook de verhoogde uitkeringen zijn binnenkort passé. Hoewel de monetaire steun van de centrale bank nog wel even zal voortduren, zal de fiscale steun van de overheid eindig blijken te zijn.

De Fed heeft het gelijk aan zijn zijde

Het is dan ook niet zo vreemd dat de markt het verhaal van de Federal Reserve – dat de inflatie slechts tijdelijk is – gelooft. Zie de daling van de rente op 10-jaars staatsleningen. Deze is inmiddels gezakt van 1,74 naar 1,48 procent. Rekening houdend met een inflatieverwachting van 2,35 procent duidt dat op een negatieve reële rente van 0,87 procent. De druk op de Federal Reserve om toch vooral eens een begin te gaan maken met taperen lijkt overbodig. Feitelijk is de centrale bank daar al mee begonnen gezien de enorme terugkoopactie van de afgelopen weken. Zo werden in twee weken tijd voor ruim 480 miljard dollar aan obligaties weer terug verkocht (dat is vier maanden QE) aan de banken. Recente succesvolle emissies van nieuwe staatsleningen duidden op nog een ander fenomeen. Buitenlandse beleggers blijken weer op grote schaal Amerikaanse staatsleningen te kopen. De inflatie stijgt? Wellicht, maar de rente daalt. Vooralsnog heeft de Federal Reserve het gelijk aan zijn zijde.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.