Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 05-10-2021

De grote correctie, of niet?

September was weer niet goed

September was voor beleggers geen goede maand. De AEX-index eindigde de maand met een verlies van 1,99 procent. De S&P 500-index deed het een stuk minder met een verlies van 4,76 procent. De Nasdaq-100 met alle grote technologiefondsen verloor nog iets meer met 5,73 procent. September deed zodoende zijn naam weer eer aan als traditioneel de slechtste maand voor de beurs. Moeten beleggers zich nu zorgen gaan maken nu we in de beruchte maand oktober zijn aangeland?

Oktober kan meevallen

Dat valt te bezien. Oktober heeft zijn slechte naam onder beleggers vooral te danken aan een paar enorme uitschieters die het gemiddelde behoorlijk hebben gedrukt. Zo waren de oktobermaanden in 1929, 1987 en 2008 rampzalig voor beleggers. Het gemiddelde over de afgelopen 100 jaar op de beurs valt echter alleszins mee. Met een gemiddeld rendement van 0,21 procent laat oktober de maanden mei en september nog achter zich. Dat ondanks die uitzonderlijk grote negatieve uitschieters.

Vierde kwartaal historisch het beste

Daar komt nog bij dat het vierde kwartaal waar we net aan begonnen zijn historisch geldt als de beste periode van het jaar voor beleggers. In de laatste maanden van het jaar beginnen beleggers zich al weer op te maken voor het naderende volgende jaar. Meestal zijn de verwachtingen positief. Een eindejaarsrally wil ook nog wel eens helpen. Vooral in jaren waarin de beurzen na negen maanden stevig in de plus staan – zoals dit jaar – wil het laatste kwartaal nog wel eens positief uitpakken.

Index maar een gemiddelde

Wel valt op driekwart van het jaar op dat er onder de oppervlakte van de indices nogal grote verschillen kunnen bestaan tussen sectoren en aandelen onderling. Een index is tenslotte slechts een gemiddelde. Zo bedraagt het rendementsverschil tussen het beste en het slechtste aandeel uit de AEX-index momenteel maar liefst 108 procent. Uitspraken als “aandelen zijn duur” of  “de aandelenmarkt is hard opgelopen” zeggen eigenlijk heel weinig. Het is maar net welke aandelen een belegger in portefeuille heeft. Zo bleek in de maand september dat alle sectoren verlies hebben geleden. Technologie en nutsbedrijven nog het zwaarst. Alle? Nee, één sector hield moedig stand. De energiesector realiseerde zelfs een stevige winst, dwars tegen het heersende sentiment in. Het heeft uiteraard alles te maken met de hard opgelopen prijzen voor olie, gas en steenkool.

Big Tech lijdt

De grote technologiefondsen – Apple, Microsoft, Facebook, Alphabet en Amazon – lieten echter een behoorlijke veer. Sommige halfgeleideraandelen deden het nog slechter. Dalingen van 10 tot meer dan 20 procent zijn geen bijzonderheid. Eigenlijk zou je kunnen stellen dat alles wat in de afgelopen rally hard is gestegen nu even in de uitverkoop gaat. In dezelfde periode liep de index voor grondstoffen – de Bloomberg Commodity Index – met 6 procent op.

Golf slecht nieuws

De brede indices hebben sinds begin september inmiddels zo’n 5 tot 6 procent aan waarde verloren. Veel beleggers zetten zich schrap voor De Grote Correctie, zeker gezien de beruchte reputatie van de maand oktober. Een vloedgolf aan slecht nieuws – schuldenplafond in de Verenigde Staten, stijgende inflatie, instortend Chinees vastgoed, sterk oplopende energieprijzen en een taperende centrale bank – lijkt de stemming verder te versomberen.

Champagneflessen

Het is echter maar de vraag of De Grote Correctie er echt gaat komen. Natuurlijk, de huidige daling kan zeker nog wel iets doorzetten. Sommige indices – de AEX en de S&P 500 – hebben te lijden onder hun zware weging in technologie. Het zou echter zo maar eens kunnen zijn dat de echte correctie vooral onder de oppervlakte plaatsvindt. Waar sommige sectoren (technologie, nutsbedrijven) fors onderuit gaan worden elders (energie) de champagneflessen ontkurkt. Historisch gezien ook geen vreemde beweging. Bedenk dat de energiesector in 2008 nog meer dan 10 procent van de S&P 500 uitmaakte. Heden ten dage nog maar drie procent. Er lijkt dus nog ruimte voor meer.

 

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.