Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 12-10-2021

Een cruciaal cijferseizoen

Een sombere stemming

Beleggers zijn na de zomer overspoeld met een vloedgolf aan mindere berichten. In de Verenigde Staten blijkt het schuldenplafond niet hoog genoeg om de ambitieuze plannen van de regering-Biden voldoende ruimte te geven. In China lijkt Evergrande een topzwaar gefinancierde vastgoedsector aan het wankelen te brengen. De centrale banken vinden het zo langzamerhand tijd geworden om hun ruime monetaire beleid iets te gaan verkrappen. Overal in de wereld blijken de energieprijzen tot verrassing van velen erg snel op te lopen als gevolg van de economische rebound na de pandemie. Maar wellicht de meeste zorgen baren toch wel de hard opgelopen prijzen. Een iets minder tijdelijke inflatie zou wel eens voor een structureel hogere rente kunnen gaan zorgen. En een hogere rente zou de bodem onder de Everything Rally wel eens kunnen wegslaan.

Weer een winstsprong

Het is om bovengenoemde redenen dat beleggers meer dan gewoonlijk uitzien naar de resultaten die het beursgenoteerde bedrijfsleven komende weken gaat rapporteren over het zojuist afgelopen derde kwartaal. Niet alleen de gerealiseerde omzetten en winsten zijn daarbij van belang, maar vooral de uitgesproken verwachtingen voor de komende tijd. In de Verenigde Staten waren de eerste twee kwartalen van dit jaar winstgevender dan ooit. De winsten liepen zelfs harder op dan de koersen. Analisten gaan er vooralsnog vanuit dat ook het derde kwartaal een ongekende winstsprong zal laten zien. Er wordt een winsttoename verwacht van 27,6 procent voor de 500 bedrijven uit de S&P 500.

Fors hogere producentenprijzen

Zijn analisten echter niet te optimistisch? Inmiddels openden reeds 21 bedrijven hun boeken. Driekwart van deze bedrijven gaf aan last te hebben van bottlenecks in de aanvoerketen, stijgende grondstofkosten, fors gestegen kosten voor vervoer en personeel. De index voor producentenprijzen was vorige maand dan ook hard opgelopen. Het is de grote vraag in hoeverre de bedrijven in staat blijken deze gestegen kosten aan klanten en afnemers door te berekenen. Bedrijven als Nike en FedEx lieten weten dat de gestegen kosten beginnen te snijden in de omzet en de winstmarge.

Een corpulent varken op weg naar de slachterij

Overigens blijkt het analistengilde inmiddels al wat realistischer. Zo is men iets minder goed gestemd over dit kwartaal dan over de vorige paar kwartalen. Het aantal neerwaarts bijgestelde winstverwachtingen was bijna net zo groot als het aantal opwaarts bijgestelde. Iets wat we sinds het herstel uit de pandemie niet eerder gezien hebben. Zeker, de gezamenlijke winststijging is nog steeds meer dan 20 procent. Feit is echter dat na een razende rally van de afgelopen 12 jaar de beurs inmiddels trekjes begint te vertonen van een nogal corpulent varken op weg naar de slachterij.

Banken bewegen zijwaarts

Deze week trappen de grote Amerikaanse banken het cijferseizoen af. De afgelopen kwartalen lieten zij hun voorzieningen voor slechte leningen vrijvallen waardoor hun winsten spectaculair omhoog knalden. Beleggers zijn echter niet van gisteren. De KBW-index – een toonaangevende bankenindex in de Verenigde Staten – beweegt sinds eind april voornamelijk zijwaarts. Beleggers willen vooral weten in hoeverre banken weer kredieten verstrekken en de consumenten weer zijn gaan uitgeven. JP Morgan Chase, Bank of America, Citigroup, Morgan Stanley, Wells Fargo en Goldman Sachs zullen daar deze week meer inzage in geven.

Een keerpunt?

Nu is de S&P 500 sinds begin september een slordige vier procent aan waarde kwijtgeraakt. Beleggers prijzen dus reeds een mindere periode in. De komende weken zal echter meer duidelijk worden. Zijn de verwachtingen niet nog steeds te hoog gespannen? Wanneer de rente op zijn minst ophoudt met dalen en de centrale banken gaan taperen zal er iets anders nodig zijn om de koersen nog verder omhoog te krijgen. Aanmerkelijk betere bedrijfswinsten, bijvoorbeeld. De komende weken zullen duidelijk maken hoe de vlag er echt bij staat. Misschien was de mindere beurs sinds begin september de inleiding op verdere dalingen. Het zou natuurlijk ook goed kunnen dat in deze maand juist een bodem wordt gelegd voor een vervolg van de inmiddels historische rally.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.