Auteur: Martine Hafkamp Datum: 01-11-2021
Een goed beleggingsjaar
Dit jaar lijkt de geschiedenisboeken in te kunnen gaan als een goed beleggingsjaar. Vorige week vrijdag sloten zowel de Dow, de S&P 500 als de Nasdaq op de hoogste stand ooit. We hebben dit beleggingsjaar nog twee maanden voor de boeg. In die twee maanden kunnen zich uiteraard nog ontwikkelingen voordoen die het ofwel tot een nog beter jaar kunnen maken of iets van de glans afhalen. De AEX is de nieuwe maand in ieder geval in het groen uit de startblokken geschoten.
Eén ding is in ieder geval wel zeker, niet eerder vond zo’n omvangrijke stroom nieuw geld zijn weg naar de beurs. In de Verenigde Staten vloeit er gemiddeld een bedrag van tussen de vijf en tien miljard dollar per week naar beleggingsfondsen in aandelen. Dat is de afgelopen 20 jaar niet meer voorgekomen. Alleen dit jaar al vond in de Verenigde Staten 306 miljard dollar zijn weg richting beurs. De particuliere belegger die tijdens de rally, die eigenlijk al sinds 2009 bezig is, lange tijd aan de zijlijn stond, lijkt helemaal terug van weggeweest.
Ondertussen zitten institutionele beleggers met de handen in het haar. Daar waar zij gewoonlijk portefeuilles beheren die uit een aantal verschillende beleggingscategorieën zijn opgebouwd, moeten zij nu voortdurend herwegen binnen een beperkt scala aan mogelijkheden. In deze rally van oplopende aandelenkoersen zouden zijn hun belang in aandelen telkens moeten terugbrengen ten gunste van obligaties. De historisch lage rente weerhoudt hen daar echter van.
De voornaamste motor achter deze stroom van geld vormt natuurlijk het al jarenlange heel ruime monetaire beleid van de centrale banken wereldwijd. Daar kwam in de pandemie nog het expansieve fiscale beleid van de overheden bij. De liquiditeiten stromen daardoor wel heel rijkelijk door de markten. Omdat de rente, en zeker de reële rente, zich op historisch lage niveaus bevindt, hebben beleggers maar een beperkt aantal alternatieven voorhanden om hun geld de kans te geven in ieder geval enigszins te renderen.
Mede ondersteund door dit ruime geldbeleid rapporteren de beursgenoteerde bedrijven al meerdere kwartalen-op-rij resultaten die de toch al niet bescheiden verwachtingen ver overtreffen. Overvloedig geld en mooie bedrijfsresultaten zijn de ingrediënten voor een prima beleggingsklimaat. Beleggers vragen zich echter al wel enige tijd af hoe lang deze voor de beurs uitstekende omstandigheden kunnen blijven voortduren. Het razendsnelle herstel uit de pandemie heeft namelijk een oude bekende weer op het toneel doen verschijnen, de inflatie. Inflatie betekent niet alleen dat de prijzen stijgen, maar ook dat centrale banken in actie moeten komen. Dat doen centrale banken normaliter door de rente te verhogen. De centrale bank van Australië lijkt inmiddels het vertrouwen van beleggers te verliezen. Dat zorgde er afgelopen week voor dat de rente daar fors opliep. De markt daar schreeuwt daardoor bijna om een renteverhoging terwijl de Australische centrale bank tot op heden heeft aangegeven niet eerder dan 2024 een renteverhoging te willen doorvoeren. Inmiddels lijken de beleidsmakers down under te worden ingehaald door de realiteit. Deze week komen zij in ieder geval bijeen.
De rente is de belangrijkste factor in het bepalen van je beleggingsbeleid. Op basis van het rentepeil moeten immers niet alleen de verwachte toekomstige winsten van ondernemingen contant worden gemaakt, maar kunnen ook de waarderingen van andere beleggingen worden bepaald. De risicovrije rentevoet is de maatstaf aller dingen in de beleggingswereld.
We zullen daar de komende tijd nog genoeg over horen. Deze week zullen beleggers vooral op de Fed letten, want het is inmiddels november en er is aangekondigd dat dan echt zou worden begonnen met het afbouwen van het lopende opkoopprogramma van 120 miljard dollar per maand. En we weten allemaal dat een bekend adagium uit de financiële wereld luidt dat je als belegger ‘do not fight the Fed’. Ingaan tegen het beleid van de machtigste centrale bank leidt uiteindelijk tot verlies.
Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten
Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021
Inflatie maakt beleggers nerveus
Consumenten Prijs Index
Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.
Einde aan TINA?
Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?
Basiseffecten
Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.
Markt voor tweedehands auto’s explodeert
Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.
Irrational exuberance
Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.