Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 01-07-2021

Een moedige centrale bankier

Opperbeste stemming

Deze week sloten de beurzen het eerste half jaar af in een opperbeste stemming. Zo kon de AEX-index na de eerste zes maanden van dit jaar 17 procent aan koerswinst bijschrijven. De AEX is daarmee één van de betere beurzen van Europa. Hoewel her en der wordt beweerd dat de Europese beurzen het tegenwoordig beter doen dan de Amerikaanse rendeerde de S&P 500-index in euro’s gemeten gewoon 18 procent. Feit is in ieder geval dat het momenteel niet op lijkt te kunnen. De afgelopen zes maanden kenden eigenlijk geen serieuze correctie en met uitzondering van een kortstondige opwelling van inflatievrees was er vrijwel geen wolkje aan de lucht te bespeuren.

Consumenten hebben er vertrouwen in

Deze week werd dat eens te meer ondersteund door het consumentenvertrouwen in de Verenigde Staten. Dat bereikte met een stand van 127 punten de hoogste stand sinds de pandemie. Het geeft de huidige stemming op de markten goed weer. Zo stroomde er in de Verenigde Staten meer geld naar de beurs dan we in jaren gezien hebben. De economie groeit stevig, de rente blijft vooralsnog laag, de consumenten spenderen weer en het vaccinatieprogramma verloopt voorspoedig. Na het uitstekende eerste kwartaal wordt er in de Verenigde Staten een winstsprong van de bedrijven over het tweede kwartaal verwacht van 52 procent. Alle seinen lijken op groen te staan.

Geen wolken aan de lucht?

Wat zou deze uitzonderlijke rally kunnen stoppen? Behoudens onverwachte gebeurtenissen waar wij nu geen weet van (kunnen) hebben – het virus kwam destijds ook als een volslagen verrassing – lijken er twee reële redenen tot enige zorg te bestaan. De eerste vormt de mogelijkheid dat de huidige prijsstijgingen niet – zoals de centrale banken en de consensus in de markt verwachten – van tijdelijke maar meer van een structurele aard zijn. In dat geval zullen de centrale bankiers op de rem moeten trappen. Dat zou de brandstof uit de motor van deze historische rally halen. Wanneer het virus koppiger blijkt dan aanvankelijk gedacht zou dat daarentegen ook wel eens tot economische teleurstellingen kunnen leiden. Iets wat de aandelenmarkten momenteel in de verste verte niet in prijzen. En juist om die reden hard zou kunnen aankomen.

Werkloosheidscijfer

De werkloosheidscijfers van later deze week zullen wellicht meer duidelijkheid verschaffen. Loonstrookjesverwerker ADP rapporteerde eerder deze week reeds dat er in juni 692.000 nieuwe banen in de private sector waren bijgekomen. Meer dan verwacht. Economen gaan nu uit van een toename van de werkgelegenheid met 700.000 nieuwe banen. Dat zou een verbetering zijn ten opzichte van de vorige twee maanden, die enigszins teleurstellende cijfers te zien gaven. Een beter dan verwacht cijfer zal de vrees voor oplopende inflatie ongetwijfeld weer aanwakkeren, met een mogelijk hogere rente tot gevolg. De Federal Reserve zou de rente dan wel eens eerder kunnen gaan verhogen dan nu ingeschat.

Schuldenberg

Dat laatste is – zeker gezien de laatste bijeenkomst van de Federal Reserve – niet uitgesloten. Het is echter zeer de vraag hoe ver de Fed komt met een eventueel verkrappingsbeleid. Eerder dit jaar maakte het gezaghebbende Institute of International Finance bekend dat de schulden wereldwijd inmiddels zijn opgelopen tot 355 procent van het wereldwijde BNP, een record. Hoe graag de centrale bankiers het wellicht ook zouden willen, er lijkt erg weinig ruimte voor een serie renteverhogingen met zoveel uitstaande schuld. De Federal Reserve deed bij monde van toenmalig gouverneur Bernanke in 2013 een eerste poging. Op de uitspraak dat men wellicht het opkoopprogramma van obligaties zou gaan terugdraaien volgde direct een correctie op de markten.

Moedige Powell

In de herfst van 2018 deed de huidige gouverneur Powell wederom een stoere poging. Tegen de wens van de toenmalige president in verhoogde de Fed toen de rente enkele stappen-op-rij tot 2,50 procent. Een week na de laatste renteverhoging stortten de beurzen in. Op kerstavond stond de S&P 500-index zelfs op een verlies van 20 procent. Onmiddellijk besloot de Fed zijn beleid te wijzigen. De rente werd razendsnel weer verlaagd. Tot het huidige niveau van vlak boven nul. De beurzen haalden opgelucht adem en herstelden weer. Het signaal was echter duidelijk. De met schuld beladen wereld trekt geen serie renteverhogingen. Een moedige centrale bankier die hier tegenin durft te gaan.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.