Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 01-06-2021

Een stille swexit

Zwitserland kiest voor soevereiniteit

Vorige week brak de Zwitserse regering de onderhandelingen over een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met de Europese Unie af. Beiden waren al zeven jaar in gesprek om een zogenaamde raamwerkovereenkomst te sluiten. De Europese Commissie zegt het besluit van de Zwitsers te betreuren. De lopende afspraken worden niet langer gemoderniseerd en komen in sommige gevallen gewoon te vervallen. Het eerste concrete gevolg hiervan is de weigering door de Europese Unie nog langer Zwitserse medische apparatuur te erkennen. Zwitserland exporteert jaarlijks voor ruim 5,5 miljard euro aan beademingsapparaten, tandboren en scanners naar de EU. Het zijn de beste en duurste ter wereld. Medische apparatuur voor de bestrijding van corona kan niet langer meer de grens over.

Zwitserland heeft een eeuwenoude traditie van neutraliteit. De aversie tegen het aangaan van verplichtingen die de autonomie beperken zit de Zwitsers in de genen. Neutraliteit in beide wereldoorlogen was daar een voorbeeld van. Toch dienden de Zwitsers in 1992 een verzoek tot lidmaatschap van de Europese Unie in. De Zwitserse bevolking wees echter een lidmaatschap van de minder ver gaande Europese Economische Ruimte per referendum af. Het lidmaatschap van de Europese Unie verdween daarmee ergens in de la. 

Stilzwijgend lid

Voor Zwitserland is de handel met de Europese Unie echter heel belangrijk. Zo is de Europese Unie goed voor 51 procent van de Zwitserse export en 69 procent van hun import. Net als landen als Noorwegen en IJsland heeft Zwitserland daarom in het verleden besloten wel mee te willen doen op de Europese interne markt. Ze nemen EU-wetgeving over en betalen een symbolisch bedrag voor structuurfondsen voor arme regio’s. Zwitserland heeft daarvoor ruim 120 aparte akkoorden met Brussel gesloten. Daarin worden, per sector, markttoegang en overname van wetgeving geregeld. Hoewel Zwitserland officieel dus geen lid is van de Europese Unie komt dat er in de dagelijkse realiteit wel zo’n beetje op neer.

Raamovereenkomst

De gesloten akkoorden dienden voortdurend aangepast te worden om innovatie en andere wijzigingen bij te kunnen houden. Hier werd continu door Brussel en Bern over onderhandeld. Een zeer tijdrovende bezigheid. De Europese Unie wilde hiervan af. Daarom werd in 2014 besloten een kaderovereenkomst te sluiten die de 120 bilaterale overeenkomsten zou kunnen vervangen. Dit ook tegen de achtergrond van de inmiddels lopende onderhandelingen met de Britten over de Brexit. De Europese Unie wilde de één niet onthouden wat het aan de ander gaf. In 2018 waren de Zwitsers en de Europese Unie eruit. Er lag eindelijk een raamwerkovereenkomst.

Toch maar niet

De Zwitserse regering besloot na lang dralen deze overeenkomst toch maar niet te ondertekenen. De Zwitsers hebben bezwaren tegen drie onderdelen van de overeenkomst. De Europese regels over staatsteun, de toegang van werknemers uit de Europese Unie tot het Zwitserse sociale stelsel en tenslotte de beperkte mogelijkheden om maatregelen te treffen tegen immigranten die bereid zijn om tegen lagere lonen te werken. Soevereiniteit is belangrijker dan de prijs ervoor. Hoewel een peiling uitwees dat 64 procent van de Zwitserse bevolking met deze raamovereenkomst kan leven heeft de regering dus anders besloten. Vakbonden, boeren en populistische partijen bleken een groot obstakel. De regering heeft het uiteindelijk niet aangedurfd de overeenkomst per referendum aan de bevolking voor te leggen.

Swexit in slow motion

De bestaande bilaterale verdragen blijven wel van kracht. Hoewel de Zwitserse regering de politieke dialoog wil openhouden is de Europese Unie minder happig. Brussel wil de Zwitsers de consequenties van hun besluit laten voelen. De bestaande verdragen zullen geleidelijk hun waarde verliezen. De medische apparatuur is het eerste voorbeeld. Europese aandelen kunnen niet meer verhandeld worden via Zwitserse beurzen en omgekeerd. Meer gevolgen zullen na verloop van tijd duidelijk worden. De Europese Unie is met de Britten hun belangrijkste handelspartner reeds kwijt. Dat was vervelend. Zwitserland ook verliezen maakt het er allemaal niet beter op. Vooral voor de Zwitsers zelf. Eén van de rijkste landen ter wereld wordt zo een beetje minder rijk. Terwijl de wereld nog in de ban is van de pandemie vindt er stilzwijgend een Swexit in slow motion plaats.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.