Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 28-09-2021

Energiecrisis?

Weinig goeds uit China

Het coronavirus kwam uit China. Daar zijn we net een beetje van hersteld. De Chinese autoriteiten zijn nu weer druk doende de schokgolven op de beurzen als gevolg van de deconfiture van Evergrande tot meer beheersbare rimpelingen te reduceren. In het noordoosten van het immense land vindt momenteel echter nog een ander drama plaats met mogelijk grote gevolgen voor de wereldeconomie. Een serieuze energiecrisis heeft inmiddels geleid tot een schreeuwend tekort aan elektriciteit. Een schreeuwend tekort? Jawel, lokale nieuwsmedia meldden dat verkeerslichten zijn uitgeschakeld, evenals liften in wooncomplexen. Ook fabrieken zouden de deuren sluiten. Stroom is zo schaars dat zelfs leveranciers van Tesla en Apple hun productie hebben moeten stilleggen. Een nutsbedrijf meldde zelfs dat dit energietekort een verstoring in de watertoevoer kan veroorzaken. 

Energietekort

Tekorten in aardgas en steenkool liggen hieraan ten grondslag. Een samenloop van omstandigheden heeft vooral voor ernstige tekorten aan aardgas geleid. Gereduceerde voorraden door lang aanhoudende kou in Europa dit voorjaar, minder toevoer uit Rusland en een sterk toegenomen vraag door het economische herstel na de pandemie. En dat juist op een moment dat er van overheidswege overal sterk bij institutionele beleggers op wordt aangedrongen minder in fossiele brandstoffen te beleggen. Het tekort aan aardgas heeft al tot een enorme prijsstijging van steenkool geleid. Energie moet immers ergens vandaan komen. Ook de olieprijs is bezig aan een verrassende rally.

Aardgasprijs loopt hard op

Ook in Europa wordt het energietekort voelbaar. Files bij tankstations in het Verenigd Koninkrijk en kleinere nutsbedrijven die failliet gaan zijn daar voorbeelden van. Het termijncontract in aardgas is in korte tijd zeer hard opgelopen. De Verenigde Staten zijn weliswaar in staat de wereld van vloeibaar LNG te voorzien, maar vooral in Azië (China met name) worden de voorraden gretig afgenomen en dat drijft de prijs op. De tekorten beginnen in China reeds het huishoudelijk gebruik ter beïnvloeden. Het bedrijfsleven heeft er echter niet minder last van. Zodanig zelfs dat de verwachtingen voor economische groei reeds naar beneden worden bijgesteld.

Meer tekorten

Maar er is meer. Hogere gasprijzen hebben reeds tot sluiting geleid van lokale chemische en kunstmestfabrieken. Minder kunstmest heeft uiteraard weer gevolgen voor de voedselproductie. De Britse Meat Processors Association waarschuwt reeds voor een afnemende vleesproductie. In China vraagt de regering in Beijing zelfs voedselproducenten hun faciliteiten stil te leggen. Zo begint een oplopende prijs voor aardgas door een samenloop van omstandigheden langzaam maar zeker door te dringen tot steeds bredere lagen van de wereldeconomie. Waar gaat dit toe leiden?

Subsidie op aardgas?

Dat de toenemende tekorten in een keur van noodzakelijke grondstoffen uiteindelijk tot een prijsstijging over de gehele linie zal kunnen gaan leiden kan niet uitgesloten worden. Denk bijvoorbeeld eens aan de gevolgen van een strenger dan gebruikelijke winter in Europa voor de gasprijs. Uitgerekend op een moment dat wereldwijd gestimuleerd wordt om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen loopt de vraag ernaar hard op. De officiële doelstelling van de Nederlandse overheid is om geleidelijk van het gas af te gaan. Het zou echter zomaar eens kunnen dat het gebruik van aardgas de komende winter daarentegen gesubsidieerd moet gaan worden! Naast verliezers – de afnemers van energie – zijn er uiteraard ook winnaars. Kijk bijvoorbeeld eens goed welk aandeel de AEX vrijwel dagelijks aanvoert.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.