Auteur: Joop van de Groep Datum: 05-11-2021
Equinix bouwt verder aan digitale snelweg
De coronapandemie heeft ervoor gezorgd dat het dataverkeer een enorme vlucht heeft genomen vanwege het vele thuiswerken. Vergaderingen op kantoor maakten plaats voor online vergaderingen door gebruik te maken van onder andere Zoom Video Communications of Microsoft Teams. Hadden wij vroeger nog te maken met gebrekkige internetverbindingen, tegenwoordig is een overbelaste website meer uitzondering dan regel. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de online webshops van Amazon, eBay en Alibaba. Om filevorming op de digitale snelweg grotendeels te voorkomen is het belangrijk om datacenters zoveel mogelijk met elkaar te verbinden waardoor de beschikbare cloudcapaciteit optimaal benut kan worden.
Deze week kwam datacenterspecialist Equinix met de derde kwartaalcijfers. Het bedrijf beschikt over het meest waardevolle, best beveiligde en duurzaamste datacenter-platform ter wereld. Equinix beschikt over een netwerk van 220 datacenters in 63 verschillende metropolen. Het aantal klanten is gestegen tot boven de 10.000. Van de 500 grootste Amerikaanse bedrijven (Fortune 500) zijn meer dan de helft klant bij Equinix. De datacenterspecialist werkt hard aan het optimaliseren van haar platform. In het derde kwartaal zijn er 7.800 nieuwe verbindingen tussen de datacenters aangelegd. Hiermee komt het totaal aantal verbindingen (inter-connections) tussen de datacenters onderling op meer dan 414.400.
Equinix heeft sterke kwartaalcijfers gerapporteerd. De Adjusted Funds From Operations (AFFO), een financiële maatstaf die gebruikt wordt om de inkomsten uit het vastgoed weer te geven, zijn met 7,1 procent op jaarbasis gestegen naar 786 miljoen dollar. Dit is meer dan de 782 miljoen waarop analisten hadden gerekend. De omzetstijging van 10 procent naar 1,675 miljard dollar in het derde kwartaal lag iets onder de consensus van analisten. Desalniettemin werd er voor de 75ste keer op rij een groei van de kwartaalomzet gerapporteerd.
Voor het lopende kwartaal wordt er een omzetstijging van 1-2 procent ten opzichte van het afgelopen kwartaal verwacht. De datacenterspecialist rekent op een AFFO van 27,03-27,25 dollar per aandeel. Op de huidige aandelenkoers van ruim 800 dollar betekent dit een waardering van 30 keer de inkomsten (aangepaste bedrijfskasstroom).
Amerikaanse banenrapport
Eerder deze week publiceerde loonstrookjesverwerker ADP de groei van de werkgelegenheid in de private sector. Vooraf werd volgens Bloomberg rekening gehouden met een groei van 400.000 banen in de maand oktober. Vanwege de aantrekkende werkgelegenheid in de dienstensector als gevolg van de versoepelingen van de coronamaatregelen, steeg het aantal banen met 571.000 harder dan verwacht.
Ook het aantal aanvragen voor een werkloosheidsuitkering in de laatste week van oktober is sterker gedaald dan verwacht. Kijken wij naar het voortschrijdende gemiddelde van de afgelopen vier weken dan is er een dalende trend waar te nemen. Dit is dezelfde periode waarop het officiële banenrapport betrekking heeft.
Volgens nieuwsdienst Dow Jones verwacht de markt een stijging van het aantal banen met 450.000 en dat het werkloosheidspercentage daalt naar 4,7 procent.
Het Amerikaanse Ministerie van Arbeid publiceerde een stijging van de werkgelegenheid met 531.000 en een daling van het werkloosheidspercentage naar 4,6 procent. De stijging van de werkgelegenheid in de private sector kwam uit op 604.000. Met name de vrijetijdssector, horeca en hotelbranche zijn hier debet aan. Dit is zelfs hoger dan de uitkomsten van het ADP. Bij de overheid daalde de werkgelegenheid met 73.000. Het beter dan verwachte banenrapport wijst op een verder herstel van de Amerikaanse economie. De verwachting is dat Wall Street hoger gaat openen.
Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten
Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021
Inflatie maakt beleggers nerveus
Consumenten Prijs Index
Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.
Einde aan TINA?
Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?
Basiseffecten
Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.
Markt voor tweedehands auto’s explodeert
Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.
Irrational exuberance
Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.