Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-07-2021

ER KLOPT IETS NIET


Consumentenprijsindex

Vandaag publiceert het Bureau of Labor Statistics de consumentenprijsindex in de Verenigde Staten. De CPI is een reeks indexcijfers van de consumentenprijzen en geldt als een weergave van de actuele inflatie. Op het moment van dit schrijven is de nieuwe CPI nog niet bekend, maar er wordt een prijsstijging van 4,9 procent op jaarbasis verwacht. Vorige maand bedroeg de CPI 5,0 procent. De reactie van de markten was toen verrassend. Waar men een verder oplopende rente zou verwachten zette de rente op 10-jaars staatsleningen in de Verenigde Staten juist een duikvlucht in. Waar deze rente op het hoogtepunt van de opgelaaide inflatievrees nog 1,75 procent bedroeg zakte ze naar 1,25 procent vorige week. Volgens velen een raadsel.

Vertrouwen in centrale banken

Er is immers nog weinig veranderd aan het bestaande scenario van economisch herstel en een sterk aantrekkende vraag. De overal in de economie ontstane tekorten aan grondstoffen, halfgeleiders en personeel zorgden voor prijsstijgingen die we sinds de jaren 70 niet meer gezien hebben. Voor velen een reden om een structureel hogere inflatie en het begin van een nieuwe, oplopende rentecyclus te verwachten. De centrale bankiers susten deze vrees en lieten niet na te benadrukken dat deze plots opgelaaide inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Vooralsnog hebben de centrale bankiers het gelijk aan hun zijde. De prijzen van de meeste grondstoffen zijn weer wat gedaald, de rente ook en de beurzen stijgen rustig verder. De beleggers hebben hun vertrouwen in de centrale banken nog niet verloren.

Er wringt iets

Toch wringt er iets. De heersende consensus gaat uit van voortgaande economische groei, mede mogelijk gemaakt door een zeer ruim monetair en fiscaal beleid. Uiteindelijk is de verwachting dat we weer terugkeren naar een langdurig lage inflatie en een lage rente. De beurs volgt dit scenario en dat geloof kan ook nog best enige tijd aanhouden. Toch klopt er iets niet aan deze veronderstelling. Wanneer de economie inderdaad naar verwachting fors gaat groeien kan de rente niet eeuwig laag blijven. Toch lijkt de obligatiemarkt dat momenteel te impliceren. Eigenlijk zou je kunnen stellen dat de obligatie- en de aandelenmarkt elkaar tegenspreken. Waar de een met een lage rente een lagere economische groei lijkt in te prijzen gaat de ander nog steeds uit van een fors herstel.

Een ander scenario

Zijn er andere scenario’s denkbaar? Jazeker. De sterk aantrekkende economische groei zou tot oververhitting kunnen leiden. De inflatie blijkt niet tijdelijk en keert niet terug naar het lage niveau waar wij al decennia aan gewend zijn geraakt. Op zeker moment zal de centrale bank dan moeten verkrappen. Waarschijnlijk te laat, daar ze zelf van een ander scenario uitgaat. Te laat ingrijpen betekent een forse dreun voor de beurzen en mogelijk zelfs economische krimp. Zeker geen wenselijk scenario, maar niet ondenkbaar.

Of heeft de obligatiemarkt gelijk?

Een ander scenario zou zijn dat de obligatiemarkt – zoals wel vaker – het gelijk aan zijn zijde heeft. De huidige rentedaling prijst reeds een economische groeivertraging in en het breed verwachte economische herstel gaat tegenvallen. Het virus kan zich opnieuw van zijn gemeenste kant laten zien of de huidige groeiverwachtingen waren gewoon veel te optimistisch. In dat geval zouden de fantastische winsten die de bedrijven over het tweede kwartaal zullen gaan rapporteren wel eens het hoogtepunt kunnen zijn geweest. De groei heeft dan wellicht zijn top reeds bereikt en vanaf hier wordt het alleen maar minder. Uitgaande van de dalende rente en de aantrekkende dollar niet zo’n vreemd scenario.

Houd rekening met Plan B

Wat er ook gaat gebeuren, niemand die het nu weet. Maar als belegger kun je maar beter rekening houden met de mogelijkheid dat jouw verwachting niet uitkomt. Houd vooral ook rekening met een Plan B. Volledig uit de markt stappen is niet de meest verstandige beslissing daar markten altijd weer herstellen na een daling. Of zou het deze keer voor het eerst in de geschiedenis zijn dat dat niet gebeurt? Het is veel verstandiger de beleggingen zodanig in te richten dat een eventuele klap zo min mogelijk schade aanricht. Het herstel dat erop volgt zal dan ook een stuk aangenamer zijn. Terugkomen van zware verliezen kan vele jaren vergen. En verkopen op de bodem sluit ieder mogelijk herstel uit.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.