Auteur: Krist Plaizier Datum: 20-05-2021

Fed brengt markten tot rust

Gisteren was er, net als buiten, ook onweer op de financiële markten. Aangemoedigd door forse dalingen van diverse cryptomunten, gingen ook de aandelenmarkten lager. Maar zoals vaker, lukte ook dit keer het stelsel van Amerikaanse centrale banken, de Federal Reserve (Fed), het om de markten tot rust te manen. Nadat de notulen van de Fed gepubliceerd waren, stegen de Amerikaanse markten en wisten ze zo hun verliezen te beperken. Vervolgens sloot vanochtend de Japanse Nikkei lichtjes hoger en openden de Europese aandelenmarkten met mooie plussen.

Regelmatig hebben beleggers vrees voor een ommezwaai van het beleid van de centrale banken, vooral dat van de Fed. Men is bang dat Jerome Powell en zijn kompanen besluiten om de steunmaatregelen te gaan afbouwen teneinde de Amerikaanse inflatie te beteugelen. Gisteren bleek uit de notulen dat hierover onenigheid bestaat tussen de verschillende leden van het beleidscomité. De centrale bankvoorzitters uit Atlanta en St. Louis denken dat het langzaam tijd wordt om na te gaan denken over hoe het soepele monetaire beleid te verkrappen. Er zullen plannen moeten worden gemaakt om de maandelijkse opkoop van obligaties van 120 miljard dollar terug te schroeven. In ons jargon noemen we dit ‘tapering’. Maar vooralsnog is dit toekomstmuziek, de Fed blijft van mening dat de huidige inflatie tijdelijk is. Men is voorzichtig positief over het herstel van de Amerikaanse economie, maar de economie is nog niet boven Jan. Uit de notulen van de vergadering van 27 en 28 april blijkt dat de Fed daarom voorlopig vol blijft inzetten op de bevordering van de Amerikaanse economie door middel van het huidige verruimende monetaire beleid.

Tencent komt met mooie cijfers over het eerste kwartaal

Beleggers keken vanochtend reikhalzend uit naar de kwartaalcijfers van het Chinese Tencent Holdings Ltd. Als gevolg van angst voor een mogelijk ingrijpen door de Chinese overheid bij het grootste gamebedrijf ter wereld, stond de koers de laatste weken onder druk en werd het bedrijf maar liefst 200 miljard dollar minder waard op de beurs in Hongkong sinds de piek in januari. Beleggers waren benieuwd of de bedrijfsprestaties van China’s grootste bedrijf eronder geleden zouden hebben. Dit bleek enorm mee te vallen: de kwartaalcijfers versloegen de analistenverwachtingen wederom ruim! De omzet in het eerste kwartaal kwam uit op 135,3 miljard yuan (zo’n 21 miljard Amerikaanse dollar) waar er 133,75 miljard yuan werd verwacht. Ten opzichte van vorig jaar nam de omzet met 25 procent toe. Onder aan de streep hield Tencent hier een nettowinst van 47,8 miljard yuan (7,4 miljard dollar) aan over, 39 procent meer dan de analistenconsensus van 34,4 miljard yuan en maar liefst 65 procent meer dan vorig jaar. Ten opzichte van het vierde kwartaal van 2020 daalde de winst wel, met 19 procent. De cijfers tonen aan dat Tencent erin geslaagd is om de sterk toegenomen groei van de game- en cloudactiviteiten tijdens de Covid-19 pandemie te continueren. Het bedrijf kondigde aan dat het nog eens 40 nieuwe spellen in de pijplijn heeft zitten. Maar de ook advertentieverkoop en de omzet uit financiële diensten namen stevig toe. Er werd voor 21,8 miljard yuan aan advertenties verkocht, 23 procent meer dan in het eerste kwartaal van vorig jaar. De omzet uit fintech en andere zakelijke diensten groeide met 47 procent naar 39 miljard yuan. Hiermee maken de snel groeiende financiële diensten al bijna een derde uit van de totale omzet van Tencent. Het is met name deze financiële dienstverlening waar de Chinese overheid met Argusogen naar kijkt.

De koers van het in Amsterdam genoteerde Prosus, dat een fors belang in Tencent aanhoudt, ging al vlot 2 procent hoger op de cijfers.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.