Auteur: Krist Plaizier Datum: 23-09-2021

Fed voldoet aan de verwachtingen van analisten

Gisteren kwam het stelsel van Amerikaanse centrale banken (‘Fed’) met een vers rentebesluit. Voorzitter Jerome Powell en de zijnen voldeden met het besluit volledig aan de verwachtingen van analisten. De Fed schiep duidelijkheid en dat is waar beleggers van houden. Het geeft ze rust. Na de bekendmakingen van de Fed gisteravond, herstelden de Amerikaanse effectenmarkten verder van de dips eerder deze week. De Amerikaanse rente steeg heel lichtjes, hetgeen ook gold voor de dollar.

Ook in de Verenigde Staten wordt het steunprogramma afgebouwd

De federal funds rate en het discontotarief bleven ongewijzigd. Volgens de Fed is er echter wel voldoende vooruitgang geboekt ten aanzien van de doelstellingen van inflatie en maximale werkgelegenheid. Daarom is het gerechtvaardigd om langzaam te stoppen met het steunprogramma dat opgetuigd werd om Amerika door de coronacrisis heen te helpen (‘taperen’). Powell vertelde in zijn toelichting op het besluit dat tijdens de volgende vergadering op 2 en 3 november het definitieve besluit tot afbouw genomen zal kunnen worden en dan ook gelijk daarmee begonnen zal kunnen gaan worden. Maar natuurlijk alleen onder de voorwaarde dat de economie zich verder blijft herstellen en dat corona geen verdere belemmeringen veroorzaakt. De Fed zal vervolgens de tijd nemen tot medio 2022 om het steunprogramma geheel af te bouwen. Bij de afbouw van het vorige steunprogramma in 2014 nam de Fed daarvoor 10 maanden de tijd. Of daarna ook de rente omhoog zal gaan, is een heel andere kwestie volgens Powell. Over wanneer een mogelijke renteverhoging zal plaatsvinden bleef dus wel de nodige onduidelijkheid bestaan. Enig houvast hierin geeft de ‘dot plot’, een puntenwolk met de individuele verwachtingen van de diverse centrale bankiers. Uit deze puntenwolk valt af te leiden dat de helft van de beleidsmakers een eerste renteverhoging in 2022 verwacht, de andere helft ziet dit pas in 2023 gebeuren.

Nieuwe groeiverwachtingen

Naast het rentebesluit kwam de Fed ook met nieuwe groeiverwachtingen voor de Amerikaanse economie. De verwachting voor dit jaar is iets lager en gaat van 7,0 procent eerder naar 5,9 procent nu. Voor 2022 werd de groeiverwachting verhoogd van 3,3 procent naar 3,8 procent. Ook werden de inflatieverwachtingen bijgesteld. In juni ging de Fed nog uit van een inflatie van 3,4 procent voor dit jaar, nu werd deze verwachting naar boven bijgesteld naar 4,2 procent. In 2022 zal de inflatie weer dalen tot iets boven de 2 procent.

Duits onderzoeksinstituut gaat uit van zwakker herstel Duitse economie

Het economisch onderzoeksinstituut Ifo uit München denkt dat de Duitse economie minder krachtig zal herstellen dan eerder werd aangenomen. Waar in juni nog uitgegaan werd van een economische groei in Duitsland van 3,3 procent voor dit jaar, voorziet men nu slechts 2,5 procent. De Duitse economie wil wel krachtiger herstellen, maar wordt tegengehouden door de industrie die met een groot tekort aan halffabricaten te kampen heeft. Zoals inmiddels wel bekend moge zijn, worden halfgeleiders hierbij het vaakst genoemd. De tekorten zijn echter van tijdelijke aard volgens het Ifo. Daarom zal de Duitse economie in 2022 krachtiger groeien dan eerder werd aangenomen. Men verhoogde de verwachting van 4,3 procent naar 5,1 procent. Het vandaag uitgekomen cijfer van de Duitse inkoopmanagersindex bevestigt de zienswijze van het Ifo over het lopende jaar. De samengestelde index voor diensten en industrie daalde in september van 62,6 naar 58,5. De verwachting van economen lag op 61,5. Het feit dat de index een getal boven de 50 aangeeft, betekent dat de economie nog wel groeit, maar dus minder krachtig dan werd aangenomen.

De vrachtenwagendivisie van Volkswagen, Traton, was gisteren de zoveelste autobouwer die waarschuwde voor tegenvallende verkopen in het derde kwartaal. Traton heeft te kampen met een gebrek aan elektronicaonderdelen die nodig zijn bij de assemblage van de vrachtwagens.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.