Auteur: Martine Hafkamp Datum: 16-08-2021

Flauwe maandag

De AEX is de week negatief uit de startblokken gekomen. Dat wordt vooral veroorzaakt door een aantal tegenvallende cijfers uit China. Zo vielen de industriële productie, de winkelverkopen en de stedelijke investeringen tegen. De industriële productie kwam lager uit dan verwacht. Een van de redenen is dat China op zijn manier inzet op CO2-reductie en dat zien we terug in een lagere staalproductie. Maar ook de deltavariant van het coronavirus krijgt steeds meer voet aan de grond in Azië en daar lijkt het Chinese vaccin niet goed bescherming tegen te bieden. China neemt geen halve maatregelen om te proberen de verspreiding van het virus in te dammen en sluit zo maar een haven nadat er een besmetting is geconstateerd.

De Chinese gamingindustrie zat wederom in het verdomhoekje nadat de Chinese overheid nogmaals liet weten dat excessen moeten worden aangepakt. De koers van het aandeel Tencent, waar het aan de Amsterdamse effectenbeurs genoteerde Prosus een belang in heeft, daalde met 4,5 procent. Die koersdaling werkt direct door in de koers van het aandeel Prosus en is een belangrijke reden waarom de AEX lager aan de dag is begonnen.

Toch blijft het sentiment voornamelijk positief. Afgelopen vrijdag schreven we al in ons beursbericht dat beleggers geen boodschap lijken te hebben aan een groot deel van de mogelijke donkere wolken die aan de beleggershorizon kunnen verschijnen. Deze week kunnen ze wellicht wat meer duidelijkheid krijgen over de plannen van de Fed als woensdag de notulen van de laatste beleidsvergadering worden gepubliceerd. Zal er binnen het beleidsbepalende comité meer discussie zijn over het moment waarop er een begin zal worden gemaakt met het afbouwen van het opkoopprogramma?

Nu zijn de tweede helft van augustus en de maand september traditioneel iets zwakkere maanden, dus het zou niet verbazingwekkend zijn als de beurzen de komende tijd een kleine pas op de plaats maken of misschien licht corrigeren. Dan gaat het over een (tussentijdse) daling van 5-10 procent, die zich eigenlijk in ieder beursjaar wel een of meer keer voordoet. Het is alweer een tijdje geleden dat we dergelijke koersdalingen voor het laatst gezien hebben, want tegenwoordig lijkt iedere daling op de beurs als een koopmoment te worden aangegrepen. Bovendien is een tussentijdse correctie in een bullmarkt niet erg. De beurs is dan iets te ver vooruitgelopen op de fundamenten en zijn beleggers iets te enthousiast. Als dat gebeurt hoef je niet in paniek te raken of er iets mee te doen, want met de fundamenten is op het moment niet zo veel mis. Een kleine correctie zou ook wel gezond zijn, want dan weet iedereen die op de financiële markten actief is weer wat risico is. Het is de prijs die je betaalt omdat je in aandelen belegt en waarmee je een hoger rendement kunt behalen dan als je geld staat stof te vangen op een spaarrekening.

Ondertussen is er ook een aantal beleggers aan het beleggen met geleend geld. Op de Amerikaanse beurzen zou het gaan om een bedrag van ruim boven de 800 miljard dollar. En, ook daar maakt een aantal mensen zich zorgen over, waaronder Michael Burry, de hedgefondsmanager die indertijd het barsten van de bubbel op de Amerikaanse huizenmarkt voorspelde. In absolute zin is dat natuurlijk een groot bedrag. Maar, als we naar de totale marktwaarde kijken van de Amerikaanse beurzen dan zien we dat het beleggen met geleend geld als percentage daarvan minder dan 2 procent is. In de historie van de beurzen is dat wel een paar keer hoger geweest. De verleiding om te lenen en dat geld in de aandelenmarkten te stoppen kan best groot zijn. Je kunt immers tegen een rente van (bijna) niets lenen. Als je nog eens corrigeert tegen inflatie kom je uit op een fors negatieve rente en wordt de drempel nog lager. Bovendien, wereldwijd bedraagt het kasoverschot van consumenten, mede door corona en het gegeven dat we met z’n allen ons geld aan heel veel dingen niet konden uitgeven, zo’n 5 biljoen dollar. Dat is vele malen meer dan die ruim 800 miljard dollar waar sommige deskundigen zich nu zorgen over maken. Zo verdwijnt er, ondanks deze matige zomermaandag, weer een wolkje aan de beleggerslucht. Wie weet kunnen we in de beurswijsheid ‘flauwe dinsdag, vaste week’ dinsdag wel vervangen door maandag.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.