Auteur: Jan Bouius Datum: 19-05-2021

Frisse tegenwind

Wereldwijd hebben de beurzen vandaag even te maken met wat tegenwind, maar laten we eerlijk zijn, dat kan ook wel eens verfrissend zijn. Zeker als beleggers bang worden dat de economische groei oververhit raakt. Als reden voor huidige tegenwind wordt dan ook de vrees voor de oplopende inflatie genoemd, met mogelijk toekomstige renteverhogingen tot gevolg. Wat dat betreft moeten we vanavond goed opletten tijdens de publicatie van de notulen van de Fed. Wie weet geven die beleggers weer wat meer houvast, hoewel dat eigenlijk niet nodig zou moeten zijn.

Vanuit de kant van de consument is er volop optimisme getuige gisteren de bedrijfsresultaten van Walmart, Macy’s en Home Depot, die allemaal met veel beter dan verwachte resultaten kwamen. Deze retailers kunnen alleen maar zo goed presteren als Joe Sixpack zijn geld weer laat rollen. Dat belooft veel goeds als we straks met z’n allen van de lockdownmaatregelen bevrijd zijn en bedrijven ook geen Covid-19 gerelateerde kosten meer hoeven te maken.

Bij het bovenstaande moet wel worden aangetekend dat, waar Walmart en Macy’s de outlook voor de rest van het jaar verhoogden, Home Depot zich onthield van het uitspreken van verwachtingen. De vergelijkbare omzet en winst steeg bij deze Amerikaanse doe-het-zelf keten in het eerste kwartaal weliswaar met respectievelijk 31 en 85 procent, maar de onderneming voelt intussen wel al wat tegenwind door de stijgende grondstofkosten. De hogere houtprijzen drukten de brutomarge met 35 basispunten.

Een andere factor die positief is voor richting dan wel ondersteuning van de aandelenmarkten zijn de toenemende inkopen van eigen aandelen. Waar bedrijfsleiders in tijden van onzekerheid buffers aanleggen om eventuele tegenslagen op te vangen, is de lucht wat hen betreft geklaard en gebruiken ze de overtollige gelden van al die topwinsten onder andere om eigen aandelen in te kopen. En die geldbuffers zijn groot. Volgens de data van Bloomberg zitten de S&P 500 bedrijven momenteel op een geldberg van 2,7 biljoen dollar. Maar al dat geld levert die bedrijven helaas geen rendement.

Volgens Goldman Sachs kochten de Amerikaanse bedrijven in de eerste vier maanden van dit jaar al voor 484 miljard dollar aan eigen aandelen in, en dat is nog maar slechts de start van het jaar. Ze verwachten een explosie aan inkopen die Wall Street een flinke boost kan geven, want als er minder aandelen uitstaan, verhoogt dat de winst per aandeel. Vers in het geheugen staan nog de aangekondigde inkoopprogramma’s van Alphabet en haasje-over Apple, die respectievelijk voor 50 miljard en 90 miljard dollar van plan zijn aan eigen aandelen in te kopen.

Kenmerkend in deze zijn de woorden van Jamie Dimon, CEO van JPMorgan, tijdens de cijferpresentatie op 14 april; “We kopen aandelen terug omdat onze beker overstroomt”. In het eerste kwartaal kocht de zakenbank daarom voor 4,3 miljard dollar eigen aandelen in van een in december goedgekeurd inkoopplan ter grootte van 30 miljard dollar.

Fikse tegenwind

Iets minder plezierig is de fikse tegenwind bij de cryptomunten. Werden die de laatste week vooral naar beneden getwitterd door ene Elon Musk, gisteren gooide de Chinese overheid olie op dat vuur. Het wordt financiële instellingen verboden om diensten te verlenen op het gebied van cryptocurrency-transacties en dat leidde tot een slagveld onder de crypto’s. Bitcoin daalde met meer dan 10 procent tot onder de 40.000 dollar, ongeveer 38 procent onder de top van een maand geleden. Het is pijnlijk voor hen die achter de kudde zijn aangelopen, maar voor beleggers van het eerste uur, of zelfs maar van begin dit jaar, betekent het niet meer dan een fikse tegenwind.

Ook de ECB zal er niet wakker van liggen. Ondanks dat de ECB in zijn Financial Stability Review van de maand mei liet weten dat zij de koersstijging van bitcoin een grotere financiële bubbel vinden dan die van de tulpenmanie, zien ze in de cryptomarkten nog geen gevaar die de financiële stabiliteit van de eurozone kan bedreigen.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.