Auteur: Martine Hafkamp Datum: 13-08-2021

Geen ongelukken op vrijdag de dertiende

Gisteren bereikte niet alleen de AEX een nieuwe hoogste stand ooit, de Dow en de S&P 500 deden dat eveneens, ondanks het feit dat de Amerikaanse producentenprijsindex met 7,8 procent op jaarbasis steeg. In reactie daarop liet een aantal Fed-bestuurders weer van zich spreken door het gevreesde t-woord weer in de mond te nemen. Volgens hen zou de Fed namelijk al in oktober moeten beginnen met het afbouwen van het opkoopprogramma. Ander nieuws was dat in de Verenigde Staten de daling van het aantal werkloosheidsuitkeringen in lijn was met de verwachtingen.

Hoewel beleggers vandaag een beetje gas terug nemen, lijken ze geen kleerscheuren op te kunnen lopen deze vrijdag de dertiende. Sterker nog, over het algemeen zit de stemming er natuurlijk goed in op de beurzen. Grosso modo heeft ongeveer 90 procent van de beursgenoteerde ondernemingen de boeken geopend. Het cijferseizoen is dan ook zo goed als ten einde, en dus kan de balans zo onderhand wel worden opgemaakt. In de Verenigde Staten namen de winsten met zo’n 90 procent toe ten opzichte van vorig jaar. Natuurlijk is de vergelijkingsbasis gunstig, maar er is wel sprake van bijna een verdubbeling en dat terwijl de winsten vorig kwartaal ook al met 54 procent stegen. Voor het beursgenoteerde Europese bedrijfsleven zien we over het tweede kwartaal een winsttoename van 71 procent terwijl de winsten over de eerste drie maanden van dit jaar, afgezet tegen dezelfde periode vorig jaar, ook al met 41 procent aandikten. Kijken we naar de AEX dan zien we wel dat de winsten gemiddeld 36 procent hoger zijn dan vorig jaar.

Zo bezien is het niet zo verwonderlijk dat de aandelenmarkten telkens nieuwe records bereikten en dat alle risico’s die er zijn of die zich dreigen te manifesteren aan de beleggingshorizon op het moment worden genegeerd. Het lijkt niet erg te zijn dat er in de Verenigde Staten en delen van Zuidoost-Azië nieuwe pieken zijn in het aantal coronabesmettingen of dat een aantal havens in China dichtgaat en dat de rente zo op het eerste gezicht niet zo veel lager meer kan. Aan de andere kant staan de recordstanden die op de beurzen worden bereikt niet in verhouding tot de winststijgingen die tot op heden zijn gerealiseerd. Dat wil zeggen dat er al wel heel veel goed nieuws is ingeprijsd en dat er vooral gekeken wordt naar de verwachtingen die bedrijven uitspreken of hebben uitgesproken voor het lopende kwartaal. Vandaag zal de aandacht vooral uitgaan naar het voorlopige cijfer van het Amerikaanse consumentenvertrouwen dat vanmiddag wordt gepubliceerd. Hoewel deze index over z’n piek heen lijkt, beweegt hij zich nog steeds wel rond een hoog niveau.

Geen bokkesprongen meer voor Adidas

Vorig jaar oktober werd al bekend dat Adidas mogelijk dochterbedrijf Reebok zou willen verkopen en dat er al geïnteresseerde partijen zouden zijn. Hoewel Adidas destijds niet op het bericht wilde reageren werden VF Corp en Anta International Group Holdings toen als mogelijke kopers genoemd. Afgelopen februari besloot Adidas eindelijk om formeel afscheid te nemen van het merk Reebok waarmee het maar niet wist te scoren, al was toen nog niet duidelijk of Reebok echt zou worden verkocht of dat het merk een aparte beursnotering zou krijgen. De verwachting was toen dat een eventuele verkoop zo’n 1 miljard euro zou opbrengen, flink minder dan de 3,8 miljard dollar die Adidas vijftien jaar geleden op tafel moest leggen voor de acquisitie van het merk waarmee het de concurrentie met Nike wilde aangaan op vooral de Amerikaanse markt.

Inmiddels zijn de marktomstandigheden flink verbeterd. Naar aanleiding van de resultaten over zowel het eerste als het tweede kwartaal heeft Adidas de verwachtingen voor het hele jaar verhoogd. In allebei de gevallen werd al rekening gehouden met het verlies dat zou ontstaan door het afstoten van Reebok. De Authentic Brand Group (ABG) is de koper en dat is een andere dan de namen die vorig jaar rondzongen. Met 2,1 miljard euro is het overnamebedrag hoger dan de markt verwachtte. Beleggers konden het nieuws wel waarderen en zetten de koers van het aandeel Adidas in de ochtendhandel zo’n 2,5 procent hoger.

 

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.