Auteur: Martine Hafkamp Datum: 28-06-2021

Geldbonanza

Beleggers hebben dit jaar tot nog toe weinig te klagen als we kijken naar de beurzen. Zo staat de graadmeter van de Amerikaanse economie, de S&P 500-index, vanaf 1 januari dit jaar op een winst van zo’n 14 procent. Afgelopen vrijdag werd er een nieuwe hoogste stand ooit bereikt. ‘Onze eigen’ AEX rendeert nog iets beter met een plus van ongeveer 17 procent. En we zijn pas halverwege het jaar… Nu rapporteerden de beursgenoteerde ondernemingen het afgelopen eerste kwartaal natuurlijk overwegend sterk meevallende omzetten en winsten. In de Verenigde Staten bleken de winsten van de 500 bedrijven uit de S&P 500 met gemiddeld 49 procent te zijn toegenomen. Dat was veel meer dan waar vooraf rekening mee was gehouden. In Europa deden bedrijven het nog beter. Er werd namelijk door de 600 bedrijven uit de STOXX 600 een winstgroei gerapporteerd van 95 procent. Ook dat was een enorme overtreffing van de taxaties.

Dat de aandelenkoersen zo zijn gestegen komt dus niet zomaar uit de lucht vallen. Sterker nog, de bedrijfswinsten zijn veel harder opgelopen dan de koersen. Aandelen werden per saldo dus goedkoper, hoewel er overal gewaarschuwd wordt voor een zwaar overgewaardeerde beurs. De grote Amerikaanse techbedrijven worden ook steeds groter. Na Apple werd vorige week Microsoft de tweede beursgenoteerde onderneming die de grens van 2.000 miljard dollar aan beurswaarde doorbrak. Amazon en Alphabet volgen op respectievelijk 1.800 miljard en 1.700 miljard dollar. Facebook op zijn beurt staat op het punt om de barrière van 1.000 miljard dollar markkapitalisatie te slechten.

Dat beleggen hot is blijkt ook wel uit het grote aantal beursintroducties dat dit jaar wereldwijd al heeft plaatsgevonden. In de periode januari tot en met juni is er totaal voor een bedrag van 350 miljard dollar aan nieuw geld opgehaald op de aandelenmarkten. Dat is meer dan het vorige record dat in de tweede helft van vorig jaar werd gevestigd en op 282 miljard dollar uitkwam. Alleen al in de Verenigde Staten werd er in de eerste vijf maanden van dit jaar voor 171 miljard dollar aan nieuw geld uit de markt gehaald. Veel nieuw geld dat in omloop is door het ontzettend verruimende beleid van de centrale bankiers vindt z’n weg naar de aandelenmarkten. De stijgende koersen trekken ook nog eens een nieuwe generatie beleggers aan, die soms het idee hebben dat er met beleggen snel geld te verdienen valt.

Er staan nog wel wat aansprekende namen op de rol om naar de beurs te gaan. Een paar ervan zijn Didi Chuxing, de grootste deelauto-exploitant van China, broker Robinhood en de maker van elektrische auto’s Rivian Automotive. Voor ons is de beursgang van Didi interessant om te volgen aangezien Tencent daar een belang in heeft en wij via Prosus voor onze cliënten natuurlijk ook in Tencent belegd zitten. Eigenlijk is de wereld maar heel klein. Overigens willen al die beursgangen niet zeggen dat daarmee de weg naar succes er een zonder hindernissen is. Kijk alleen maar naar de koersontwikkeling van Inpost, Deliveroo en Oscar Health sinds die ondernemingen naar de beurs zijn gegaan. Ook wordt er nog wel eens een beursgang uitgesteld. Denk bijvoorbeeld aan de beursgang van Coolblue die afgelopen april niet doorging. Officieel was dat omdat de financieel directeur met zwangerschapsverlof ging, maar waarschijnlijk waren de plannen van de beursgang te vroeg uitgelekt en moesten ze wel met een statement komen.

Volgende maand barst het nieuwe cijferseizoen los. Analisten verwachten voor de bedrijven uit de S&P 500 over het tweede kwartaal een winstgroei van 62 procent. Ook dit keer liggen de verwachtingen voor de STOXX 600 hoger, namelijk op 104 procent. Als deze verwachtingen realiteit worden, zou dat in de Verenigde Staten de grootste winsttoename zijn sinds het vierde kwartaal van 2009. En we weten het allemaal nog wel, ook toen krabbelde de economie op uit een crisis. De geldbonanza lijkt zo bezien nog niet ten einde.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.