Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 02-11-2021

Genoeg redenen om uw aandelen te verkopen, maar doe het niet!

Veerkracht in oktober

Na een slechte septembermaand vertoonden de beurzen in oktober veel veerkracht. ’s Werelds belangrijkste index – de S&P 500-index – verloor in september 5 procent maar veerde een maand later weer terug met 7 procent. Een opmerkelijk herstel daar er ogenschijnlijk genoeg redenen voorhanden lijken voor beleggers om hun aandelenbelang te reduceren. Beleggers lijken zich er echter weinig van aan te trekken. Toonaangevende indices zetten doodleuk nieuwe All Time Highs neer.

Minder groei, inflatie en een stijgende rente

De resultaten van grote technologiefondsen als Apple en Amazon vielen niet mee. Bottlenecks in de aanvoerketens en gestegen personeelskosten werden als redenen aangevoerd. De groei van de Amerikaanse economie zakte fors in naar een schamele twee procent over het afgelopen kwartaal. De oplopende kosten voor grondstoffen, energie, vervoer en personeel doen beleggers vrezen voor een minder tijdelijke inflatie dan aanvankelijk gedacht. Een inflatie die de centrale banken zal bewegen de rente eerder te verhogen dan aanvankelijk voorzien. Een hogere rente en een lagere economische groei, het leidde tot een afvlakking van de rentecurve. Naar verwachting zal de Federal Reserve morgenavond bekendmaken te beginnen met het afbouwen van zijn opkoopprogramma van staats- en hypotheekobligaties. Kortom, een weinig vrolijk makende cocktail van gebeurtenissen. Het zou beleggers toch enige vrees moeten aanjagen.

De winsten blijven knallen

Niet dus. De bedrijfsresultaten die tot op heden gerapporteerd werden blijken – ondanks de bovengenoemde tegenvallers – wederom behoorlijk beter dan verwacht. Zo werd er aan het begin van dit cijferseizoen nog uitgegaan van een winstgroei van ruim 27 procent van de 500 bedrijven uit de S&P 500-index. Inmiddels heeft meer dan de helft van de bedrijven zijn resultaten bekend gemaakt. Maar liefst 82 procent van hen realiseerde een hogere winst dan verwacht en 75 procent overtrof zijn omzetverwachting. De bedrijven stevenen af op een winstsprong van 36 procent. Zolang de resultaten de toch al niet kinderachtige taxaties fors overtreffen kun je moeilijk stellen dat een rally uit de lucht komt vallen.

De Federal Reserve

De inflatie? Tsja, die is al vijf maanden hoger dan 5 procent in de Verenigde Staten. Zeker iets om je zorgen over te maken. Zeker nu de kosten voor olie, aardgas en steenkool zo fors zijn opgelopen. De gestegen inflatie zal volgens velen de centrale banken nopen de rente eerder dan verwacht te gaan verhogen. Iets wat diverse centrale banken in de periferie van de wereldeconomie reeds hebben gedaan. En iets waar de markt rekening mee houdt getuige de afvlakkende rentecurve. Hoewel de opgelopen inflatie zeker zorgwekkend is, lijkt het zeer de vraag of de Amerikaanse centrale bank op korte termijn onder deze druk vanuit de markt zal gaan bezwijken. In het verleden heeft de centrale bank steeds de fout gemaakt te vroeg op de rem te trappen met stevige correcties op de beurzen tot gevolg. Powell en de zijnen lijken zich hiervan bewust en nemen vooralsnog een afwachtende houding aan. Bovendien zijn nogal wat leden van het beleidsbepalende comité aan de “duivische” kant en zijn er net twee “haviken” vanwege ongewenste handel in eigen aandelen vertrokken.

Vervoerskosten dalen weer WCI

De vrees voor de opgelopen vervoerskosten? Hmm….Sinds begin oktober is de Baltic Dry index - de belangrijkste graadmeter voor tarieven van de bulkscheepvaart – met niet minder dan 40 procent gedaald. Inderdaad, juist in de periode dat de beurzen weer opliepen. Maar ook de WCI Composite Freight Benchmark daalde in deze periode met een kleine 10 procent. Niet vreemd dat juist de consumentengoederensector in deze periode de beurs outperformde. Producenten en detaillisten kunnen hun producten blijkbaar weer iets minder duur vervoeren. De kink in de aanvoerketen lijkt iets minder knellend te worden. Als kosten minder beginnen de drukken hoeven producenten ze ook minder door te geven.

Een historisch goede beursmaand

Tenslotte zijn we net begonnen aan wat historisch één van de beste maanden van het jaar voor de beurs is. In de afgelopen 100 jaar bedroeg het rendement over de maand november gemiddeld 1,28 procent. Daarmee is november na juli, december en april de vierde beste beleggingsmaand. Dat gaat helemaal op wanneer de tien maanden die eraan vooraf gingen een mooie rally lieten zien. In de negen keer dat de beurs eind oktober met meer dan 15 procent was gestegen liep de index vervolgens met 1,97 procent op in november. Van die negen keer eindigde november slechts eenmaal in een verlies. Het zijn slechts statistieken, maar toch. Verkoop uw aandelen voorlopig nog maar niet.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.