Auteur: Jan Bouius Datum: 21-07-2021

Goudgerand ASML

De steeds grotere vraag naar computerchips en het huidige schreeuwende tekort daaraan zorgen ervoor dat ASML voor de tweede keer dit jaar de verwachtingen kan verhogen. De omstandigheden voor de Veldhovense chipmachinebouwer zijn dan ook perfect. Geen enkele concurrent kan aan de technologie van ASML tippen waardoor klanten als Intel en TSMC in de rij staan om de machines van ASML te mogen kopen.

In april verhoogde het concern de verwachting voor dit jaar al; van een stijging met dubbele cijfers naar een omzetgroei van 30 procent. Vandaag durft het daar nog wel een flinke schep bovenop te doen. Topman Peter Wennink spreekt nu de verwachting uit dat de omzet met 35 procent zal groeien ten opzichte van 2020 en dat met een niet misselijkmakende brutomarge van 51 à 52 procent.

Over het afgelopen kwartaal boekte ASML een omzet van 4 miljard euro, ‘slechts’ in lijn met de verwachtingen. Maar door de vele software updates van klanten, die daarmee de capaciteit van hun oude machines kunnen vergroten, kwam de marge uit op 50,9 procent en dat is hoger dan de verwachte 49 procent. Het orderboek dikte daarnaast ook flink aan. Het afgelopen kwartaal kwamen er voor 8,3 miljard euro aan nieuwe boekingen binnen (in het eerste kwartaal 4,7 miljard euro), waarvan 4,9 miljard euro voor de nieuwe EUV-machines. Het totale orderboek bedraagt daarmee nu 17,5 miljard euro.

Wie denkt dat het elke klant om de nieuwe EUV-systemen of de iets oudere DUV-systemen gaat heeft het mis. Bijna elke door ASML gemaakt chipmachine is nog wel ergens in een fabriek operationeel. Van de in 1991 geïntroduceerde PAS 5500 systeem verwacht ASML zelfs nog dit jaar 20 opgeknapte (refurbished) machines te verkopen. ASML heeft zich wat dat betreft goed gecommitteerd aan een circulaire economie.

De uitstekende resultaten leiden ook tot overtollige gelden die ASML zal gebruiken voor de inkoop van eigen aandelen. Het vorige inkoopprogramma van 6 miljard euro, dat liep tot 2022 en waaraan tot nu toe 5,2 miljard euro werd uitgegeven, wordt nu stopgezet en opgevolgd door een nieuw programma waarmee tot eind 2023 voor 9 miljard euro eigen aandelen zullen worden ingekocht. Het gros van de ingekochte aandelen zal vernietigd worden, waardoor de toekomstige winst over steeds minder aandelen verdeeld hoeft te worden.

Al met al wederom een goudgerande prestatie van AMSL. Geen wonder dat beleggers vanochtend het aandeel 4 procent hoger zetten. Is daarmee de koek al op? Volgens analisten van Morgan Stanley en Bank of America niet. Zij verwachten dat ASML op de Investor Day op 29 september aanstaande de outlook voor 2025 zal verhogen en ook positief zal vooruitblikken op de jaren daarna. Dat klinkt als een mooie hoeksteen van een beleggingsportefeuille.

Optisch bedrog

Nu we toch in de chipsector zitten, nog even een kleine terugblik naar gisteren. Diverse beleggers dachten even dat hun belegging in de aandelen van Nvidia met meer dan 75 procent crashte. Maar niets is minder waar. Het bedrijf had in mei een aandelensplitsing aangekondigd waarbij elk aandeel in vier nieuwe aandelen zou worden gesplitst. Dit gebeurt om de aandelen aantrekkelijker te maken voor beleggers en medewerkers. Die actie vond gisteren plaats. De koers daalde dan wel plotsklaps met 75 procent, maar daar stonden opeens ook vier keer zoveel aandelen tegenover. Gezien niet iedere bank dat à la minute kon verwerken, zag dat er intraday iets minder prettig uit. Of een aandelensplitsing nu echt nut heeft om het aantrekkelijker te maken? Dat is te betwijfelen. Maar voorlopig heeft Nvidia het gelijk aan haar zijde. De koers is sinds de aankondiging al van 146 dollar (omgerekend) naar 186 dollar gestegen.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.