Auteur: Krist Plaizier Datum: 26-08-2021

Groene energie van Shell

Ingetogen stemming op de financiële markten

De opgetogen stemming op de financiële markten van de laatste tijd is even weg. De Amerikaanse markten eindigen gisteren vrijwel vlak en in Azië sloten de beurzen vanmorgen overwegend met rode cijfers. Ook in Europa begonnen de markten lichtjes lager. Beleggers kijken de kat uit de boom nu vandaag de (virtuele) conferentie van centrale bankiers in Jackson Hole is begonnen. We schreven hier eerder deze week op deze plaats al uitvoerig over. Daarom hou ik het kort want er is ook nog ander nieuws. Ik laat het bij de opmerking dat de gemiddelde consensus van het analistengilde momenteel is dat er morgen door Jerome Powell tijdens zijn speech op het congres geen concrete statements gemaakt zullen worden over ‘taperen’. Naar verwachting komt de Fed hier pas mee na hun reguliere vergadering op 21 en 22 september aanstaande. De reden dat Powell het nog even wil aankijken is de momenteel haperende economische groei door het toenemende aantal besmettingen met de deltavariant van Covid-19 en de tekorten aan chips en grondstoffen. 

Groene energie van Shell

Olie- en gasgigant Royal Dutch Shell gaat in Nederland de concurrentie aan met Vattenfall (voorheen Nuon), Essent en Eneco. Nu de overname in 2019 van Eneco door Shell niet is gelukt (het Japanse Mitsubishi ging er met de buit vandoor), heeft het bedrijf met het roodgele logo besloten om zelf gas en elektriciteit te gaan verkopen aan huishoudens in Nederland. Ze doen dit overigens al langer in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. De consumentenautoriteit ACM heeft zijn fiat al gegeven aan Shell. De energiereus bouwt de activiteiten van de grond af op, er wordt geen bedrijf overgenomen om meteen een stevige positie in de markt te verkrijgen. De geleverde elektriciteit zal opgewekt zijn met Nederlandse wind- en zonneparken en is dus groen

Vanaf eind 2021 kunt u klant worden bij Shell Energy. Hoewel Shell eigen windparken (bij Borssele en Egmond aan Zee) en zonneparken (in Heerenveen en later dit jaar in Sas van Gent) heeft, zal de meeste verkochte energie vooralsnog ingekocht worden op de vrije energiemarkt. Shell is al sinds jaar en dag een hele grote handelaar in energie. Overigens benadrukt Shell dat de beslissing om groene energie te gaan verkopen geheel los staat van de gerechtelijke procedure die thans loopt om Shell te dwingen de CO2-uitstoot te halveren in 2030. De doelstelling van Shell is om klanten te helpen om te verduurzamen. Shell zou graag bewerkstelligen dat Nederlandse consumenten straks voor hun hele energiebehoefte bij Shell terecht kunnen. Niet alleen voor hun benzine voor hun auto en voor groene elektriciteit en gas in huis, maar ook voor laadpalen met korting voor de auto thuis en voor het opladen van de accu’s tegen korting bij de Shell-stations langs de snelweg.

Op de beurs in Amsterdam lieten de berichten van Shell beleggers koud. Zij kijken voor de koersvorming van het aandeel toch vooral naar de ontwikkeling van de olieprijzen.

Concurrent van Holcim is positief over bouwmaterialenmarkt

Het Ierse bouwmaterialenbedrijf CRH, concurrent van het Zwitserse Holcim waar wij voor onze cliënten in beleggen, presenteerde vandaag prima halfjaarcijfers. De omzet steeg met 15 procent en de winst per aandeel verdubbelde bijna dankzij een verbeterde winstmarge. Hiermee versloeg CRH de analistenconsensus. Het lukte CRH dankzij een lagere kostenbelading en hogere verkoopvolumes om de impact van kosteninflatie (hogere grondstofkosten) zo minimaal mogelijk te laten zijn. Het bedrijf verhoogde het dividend, gaat door met het inkopen van eigen aandelen en ziet de markt voor bouwmaterialen verder verbeteren in de rest van dit jaar. Beleggers waren tevreden met de cijfers en zetten het aandeel ruim een procent hoger.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.