Auteur: Martine Hafkamp Datum: 25-10-2021

Het kan niet op

In september was het beurssentiment nog wat onzeker, maar op dit moment vormen alle bedrijfscijfers een mooie bliksemafleider voor zaken als inflatie, disrupties in de aanvoerketens, het beleid van de centrale rente, de (iets) oplopende rente, etc. Vorige week bereikten de Dow, de S&P 500 en de AEX nieuwe hoogste standen ooit. De bewegingen die beleggers nu zien komen dus vooral op het conto van de veelal beter dan verwachte bedrijfscijfers die hen niet alleen hoop geven maar ook de lust om weer te kopen. Het lijkt niet op te kunnen. Bovendien gaat TINA (There Is No Alternative) op voor de markten. Waar o waar moet je anders zijn in deze tijden van inflatie?

Tot op heden heeft 75 procent van de ondernemingen uit de S&P 500 dat de resultaten heeft gepubliceerd, het beter qua omzet gedaan dan verwacht. Kijken we naar de winst per aandeel, dan zien we dat die in 84 procent van de gevallen hoger uitkwam dan waarvan eerder werd uitgegaan.

Ondertussen reppen steeds meer bedrijven over de hogere grondstof- en energiekosten en die al eerdergenoemde verstoringen van de aanbodketen. Dat alles leidt tot een hogere inflatie die volgens Powell afgelopen vrijdag toch ook nog wel eens langer hoog kan blijven dan waar de Fed eerder van uitging. Maar, hij is niet van belang de officiële rentetarieven van de Fed al eerder op te hogen. De Amerikaanse minister van Financiën, Janet Yellen, bevestigde het beeld van de tijdelijkheid van de hogere inflatie gisteren tegen nieuwszender CNN. Daar maakt zij uitdrukkelijk wel de kanttekening bij dat de hogere inflatie in haar ogen een tijdelijk fenomeen is en blijft. Daarmee gaat zij in tegen econoom Larry Summers die juist bang is dat de inflatie in de Verenigde Staten uit de hand loopt.

Maar goed, de huidige inflatie is vooral een gevolg van een situatie die we nog nooit eerder hebben meegemaakt, namelijk de coronapandemie. De wereldeconomie moet zich daarvan herstellen en dat gebeurt met bepaalde zaken die tijdelijk doorslaan. De inflatie is vooral een gevolg van hogere prijzen voor energie en een tekort aan chips, wat op zich weer een gevolg is van een verkeerd ingeschatte vraag. Er is echter genoeg voorhanden, alleen heeft het even tijd nodig om alles te produceren dan wel te delven. De hogere prijzen zullen weliswaar hoger blijven, maar de prijstoename zal afnemen. Wel zullen de huidige tekorten tot een lagere economische groei zorgen, omdat men wel wil produceren, maar dit eenvoudig niet kan. Op het moment dat er wel weer genoeg grondstoffen, chips, etc. voorhanden zijn, zal de economische groei weer terugkomen. Er is immers (meer dan) voldoende vraag van de consument.

Als gevolg van de hoge en verder oplopende energieprijzen zal inflatie nog wel even een item blijven. Vooral bedrijven die energie-intensief zijn zullen dit merken. Niet voor niets zijn er nu al productiestraten stilgelegd of zelfs hele bedrijven. De winnaars zijn natuurlijk de energieproducenten en bedrijven met pricing power die de hogere productiekosten kunnen doorberekenen. Als ondernemingen dat niet kunnen, dan wordt de winstmarge kleiner en zullen ze aan kracht inboeten. Nu zullen we bij veel bedrijven een soort time-lag zien van wanneer het management denkt de gestegen inputprijzen te kunnen doorberekenen. Vorige week zagen we bijvoorbeeld bij Procter & Gamble ("P&G") dat de grondstofkosten met 350 basispunten waren gestegen, maar dat de onderneming de eigen prijzen maar met 50 basispunten verhoogde. P&G gaat ervan uit dat in de loop van het boekjaar de hogere kosten nog wel door kunnen worden berekend. P&G heeft tevens de operationele kosten behoorlijk kunnen drukken. Als de onderneming blijft slagen in beide voornemens, dan kan P&G zo maar sterker uit deze fase komen.

In de loop van deze week zal duidelijk worden hoe de grote Amerikaanse tech-bedrijven; Facebook, Alphabet, Microsoft, Apple en Amazon het afgelopen kwartaal hebben gereild en -zeild. Na de uitspraken van Powell van afgelopen vrijdag zagen we vooral op de Nasdaq beleggers iets minder enthousiast worden. Als de rente oploopt, moeten toekomstige winsten immers tegen een hogere rentevoet contant worden gemaakt en dat zou kunnen leiden tot lagere waarderingen. Mocht dat het geval zijn, dan is dat voor ons nog geen reden tot zorg. De verdiencapaciteit van de tech-bedrijven waar wij in belegd zitten staat niet noemenswaardig onder druk en ook van eventuele nieuwe lockdowns ondervinden zij geen hinder. Sterker nog, dat zal hen (wederom) in de kaart spelen. Shell opent deze week eveneens de boeken. De onderneming zal ongetwijfeld hebben kunnen profiteren van de opgelopen olie- en gasprijs al viel het merendeel van die stijging aan het einde van het kwartaal.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.