Auteur: Jan Bouius Datum: 29-09-2021

Het rentespook is terug

Het kan snel gaan. Waren de beleggers vorige week nog tevreden met het rentebesluit van de Fed en het te verwachten taperscenario, deze dagen schrikken ze weer wel van het rentespook. De tienjaars rente in de Verenigde Staten is dan ook redelijk snel van 1,31 procent naar 1,51 procent gestegen. We weten allemaal dat zo’n beweging voor de technologieaandelen doorgaans slecht uitpakt. De waardering daarvan wordt immers voor een groot gedeelte bepaald door de (verre) toekomstige winsten naar het heden te verdisconteren. Wat dat betreft hadden beleggers gisteren een déjà vu gevoel met een Nasdaq die 2,83 procent in de achteruit schakelde. Eenzelfde soort beweging zagen we eerder dit jaar in februari-maart, toen deze index vanwege de stijgende rente in een paar weken tijd 10 procent van haar waarde verloor.

Om die renteangst in perspectief te plaatsen het volgende; in maart was de Amerikaanse tienjaars rente opgelopen naar 1,71 procent, 20 basispunten hoger dan nu. En de Nasdaq? Die stond in maart bijna 14 procent lager dan het slot van gisteren. Daarnaast lag destijds de te verwachten renteverhoging door de Fed nog in de verre toekomst, terwijl de markt die nu al in september volgend jaar begint in te prijzen. Zo bekeken kan er nog best wat van de koersen af, maar laten we niet vergeten dat de winsten en winstverwachtingen van de bedrijven in de tussentijd eveneens flink gestegen zijn.

ASML haalt de druk van de ketel

ASML was een van de bedrijven die het gisteren op de beurs zwaar te verduren had en uiteindelijk met een min van 7,2 procent de dag afsloot. Alle chipaandelen lagen overigens uitermate slecht. Misschien dat Lisa Su, de CEO van Advanced Micro Devices, daarbij een rol speelde, want zij verwacht dat het wereldwijde tekort aan chips volgend jaar zal afnemen. Maar misschien waren de koersen van de semiconductors wel te hard opgelopen en moest er wat extra lucht uit, of waren beleggers inzake ASML bevreesd voor de virtuele Investor Day die vanmiddag tussen 13:00 en 18:00 wordt gehouden.

Voor wat betreft dat laatste hadden beleggers achteraf bezien gelijk. Als we kijken naar ASML’s outlook voor de komende jaren, die het bedrijf vanochtend middels een kort persbericht publiceerde, dan waren de analisten het er unaniem over eens dat die iets tegenviel. Het gevolg was dan ook dat de koers van ASML vlak na opening nog eens 2 procent moest inleveren. Na een tijd van bezinning draaide de koers van het aandeel in de plus.

Traditiegetrouw is ASML nu eenmaal conservatief in haar verwachtingen en doet het aan ‘underpromise and overdeliver’, waarmee ze de druk van de ketel haalt voor wat betreft de te behalen resultaten in de komende jaren. Overigens is er helemaal niets mis met de afgegeven outlook!

ASML verwacht nu in 2025 een omzet te behalen in de bandbreedte van 24 tot 30 miljard euro met een bijbehorende brutowinstmarge van ongeveer 54 tot 56 procent. Eerder lag deze lat nog op 15 tot 24 miljard euro en een brutowinstmarge van zo’n 50 procent. Ook na 2025 ziet de onderneming voldoende groeimogelijkheden. Voor de gehele periode 2020-2030 rekent men op een jaarlijkse omzetgroei van gemiddeld 11 procent. ASML verwacht daarnaast te blijven doorgaan met ‘significante hoeveelheden cash’ aan de aandeelhouders te retourneren in de vorm van stijgende dividenden en de inkoop van eigen aandelen.

Wat dat betreft valt het dus wel mee met die ‘tegenvallende’ conservatieve outlook. Hoe dan ook, over een ding is iedereen het wel eens. ASML bevindt zich in de sweetspot van de semiconductor industrie. Door de wereldwijde tekorten aan halfgeleiders schroeven chipfabrikanten als Intel, Samsung en TSMC hun productiecapaciteit flink op. Deze ondernemingen hebben al voor vele tientallen miljarden aan investeringen in nieuwe fabrieken en uitbreiding van bestaande aangekondigd, zeker nu door de de-globalisering elk continent onafhankelijk wil zijn qua chipleveranties. En geen enkele zelfrespecterende chipfabrikant kan om die unieke EUV-machines van ASML heen. De toekomst ziet er dan ook rooskleurig uit. Correcties zoals we die gisteren zagen, zullen veel beleggers als koopkans betitelen.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.