Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 18-05-2021

Ho, ho, niet zo snel

Beurskoersen lopen vooruit

Beurskoersen hebben steevast de neiging om vooruit te lopen op de reële economie. Meestal met zo’n 6 tot 12 maanden. Dat is niet vreemd, want wanneer een belegger een aandeel koopt doet hij dat om te kunnen delen in de toekomstige winstgroei van een onderneming. Zo ook weer nu. Zo was de AEX-index in oktober vorig jaar anticiperend op de Amerikaanse presidentsverkiezingen – met een onzekere uitslag – met een procent of zeven weggezakt. Begin november won Biden de verkiezingen en vlak erna kwam Pfizer met een vaccin tegen corona. Het sentiment op de beurzen sloeg om. Zo steeg de AEX-index in een tijdsbestek van zes maanden met ruim 32 procent. Beleggers liepen daarmee vooruit op een economisch herstel, mede geholpen door de onwaarschijnlijk omvangrijke steunpakketten uitgevaardigd door de nieuwe Amerikaanse regering.

Eerste kwartaalresultaten

De afgelopen weken rapporteerden de meeste bedrijven hun resultaten over het eerste kwartaal van 2021. De verwachtingen van de beleggers waren vooraf hoog. Zo werd er in de Verenigde Staten een winstgroei van 23 procent en in de Europese Unie van 47 procent verwacht. De beurzen waren immers niet voor niets al maanden aan het stijgen. De hooggespannen verwachtingen bleken echter wat bleekjes. Zowel in de Verenigde Staten als in de Europese Unie werden ze niet slechts overtroffen, maar volledig ondersteboven geblazen. In de Verenigde Staten rapporteerden de bedrijven uit de S&P 500-index volgens Factset een winsttoename van niet minder dan 50 procent. Waar beleggers het in de Europese Unie doorgaans met minder moeten doen dan die in de Verenigde Staten was dat deze keer anders. De bedrijven uit de Stoxx Europe 600-index rapporteerden volgens Refinitiv een winsttoename van – schrik niet – 90 procent. Zoals zo vaak bleken beurskoersen de beste – of de minst slechte zo u wilt – voorspeller van de reële economie. Op zich niet zo raar. De beurs is niets anders dan de collectieve mening van miljoenen beleggers. Die weten samen vaak meer dan de meest briljante econoom of analist.

Overal tekorten

Ondertussen rollen de gerenommeerde instituten over elkaar heen in het naar boven bijstellen van hun taxaties voor de economische groei dit jaar. Er worden groeicijfers verwacht waar men in diverse opkomende markten nog van zou watertanden. Deze plots sterk aantrekkende vraag dreigt echter de aanbodzijde van de economie volledig te overdonderen. Veel bedrijven moesten in de pandemie flink saneren om hun hoofd boven water te kunnen houden. Productiefaciliteiten werden stilgelegd of gesloten, personeel werd naar huis gestuurd of ontslagen. Deze bedrijvigheid kan niet zomaar à la minute weer worden opgestart. Personeel heeft in sommige gevallen een andere baan gevonden of is niet meer beschikbaar. Mijnbouwers hadden al jaren niet meer in het delven van nieuwe grondstoffen geïnvesteerd. De plots aantrekkende vraag leidt zo tot enorme tekorten aan industriële metalen, hout, soft commodities en ook halfgeleiders. Tekorten leiden tot prijsstijgingen. 

Van het ene naar het andere uiterste

Zo is in korte tijd de vrees voor een zware economische recessie volledig omgeslagen in de angst voor een oververhitte economie. Inflatie is opeens het buzzword. Beleggers zijn druk doende hun portefeuilles aan de situatie aan te passen. Zo worden de populaire groeiaandelen, voornamelijk uit de technologiesector, omgeruild voor cyclische aandelen. Deze laatsten zouden immers meer van een snel economisch herstel kunnen profiteren. En ze zijn niet zo duur. De prijzen van grondstoffen maken het dak volledig poreus, zo hard gaan ze er door heen. De koersen van aandelen van banken, oliefondsen, industriële bedrijven en verzekeraars lijken wel aan hun tweede jeugd te zijn begonnen. Zeker als de rente ook nog eens gaat oplopen. De beurs kan gewoon krachtig blijven doorstijgen, alleen hebben de oude generaals (technologie) plaats gemaakt voor nieuwe (cyclische aandelen). Niets aan de hand dus? Ho,ho, niet zo snel.

Backwardation

Opvallend is de lauwe reactie van de beurzen op de toch fenomenaal goede bedrijfsresultaten. Zo is de AEX-index sinds eind maart niets meer opgeschoten. De index beweegt al weer enige tijd voornamelijk zijwaarts. Dat terwijl de economie red hot is en de winsten door het dak gaan? Zou het niet zo kunnen zijn dat de beurs anticipeert op juist een tegenvallende economische groei? Is het niet vreemd dat de rente op 10-jaars staatsleningen ook al weer enige tijd niet meer van zijn plaats komt? Obligatiebeleggers lijken daarmee niet te anticiperen op een oververhitte economie met een gierende inflatie. Ook op de grondstoffenmarkten is er geen sprake van overspannen verwachtingen. Jawel, de spotprijzen zijn (toren) hoog, maar de termijnmarkten worden gekenmerkt door een opmerkelijk sterke mate van backwardation. Backwardation is te vergelijken met een inverse rentestructuur op de obligatiemarkt. Beleggers en speculanten verwachten op termijn lagere prijzen in plaats van hogere. Bepaald geen vrees voor een gierende inflatie. 

Wijst China de weg?

Dan nog iets. Het virus brak in den beginne uit in China. Daar werd de economie het eerst hard geraakt. Later volgde de westerse wereld. China kwam ook als eerste weer uit de coronacrisis. De beurzen begonnen daar als eerste weer op te lopen. En nu? De Chinese indices staan stuk voor stuk lager de laatste maanden. Het zou zomaar eens kunnen dat de overal aanwezige tekorten in de westerse economieën het economisch herstel ernstig gaan frustreren. De meest recente macrocijfers uit de Verenigde Staten wijzen daar ook op. Het aantal nieuwe banen viel fors tegen, de detailhandelsverkopen waren minder en het consumentenvertrouwen was niet zo bruisend als verwacht. Het zou zo maar kunnen dat na de publicatie van de kwartaalcijfers de beurzen een rustige, nieuwsluwe periode ingaan. Pas in juli volgen de resultaten over het tweede kwartaal. Tot die tijd zal het macronieuws – inflatie, rente – de markten beheersen. Wellicht ondergaan de beurzen een correctie-in-de-tijd. De winsten stijgen hard, maar de koersen komen nauwelijks van hun plaats. Niet de veronderstelde grote boze crash, maar de aandelen worden wel goedkoper. Beleggers krijgen hierdoor de tijd zich te positioneren voor de rest van het jaar. Haast is niet nodig.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.