Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 07-09-2021

Hoog? Tsja..., wat is hoog?

800 punten

De AEX-index is dezer dagen druk doende de 800-puntengrens te slechten. En dat terwijl de 700-puntengrens nog maar goed vier maanden geleden werd gepasseerd. Het jaar 2021 lijkt een historisch mooi beursjaar te gaan worden. De ene All Time High na de andere wordt op de borden gezet. Beleggers incasseren hun koerswinsten met een brede glimlach. Ondertussen beginnen velen toch enige vorm van hoogtevrees te krijgen. Steeds vaker wordt gewaarschuwd voor het feit dat de markt inmiddels wel erg aan de prijs is. Een stevige crash zou onvermijdelijk zijn.

Wat is hoog?

Staat de beurs hoog? Tsja, het kan inderdaad moeilijk ontkend worden dat sommige aandelen wel erg prijzig zijn geworden na een rally van pakweg 18 maanden. Toch lijkt enige nuance op zijn plaats. Een kleine blik terug in de tijd kan soms verhelderend werken. De voorloper van de AEX-index – de EOE-index – zag in 1983 het levenslicht. Er was toen nog geen euro, maar teruggerekend in deze munt startte de index op een niveau van 45 punten. In 1985 werd de 100-punten grens gepasseerd. Een mooie bevestiging van de rally die toen gaande was. Op een stand van 100 punten stond de index wel hoog en het gevaar van een crash hing in de lucht. Inderdaad, die crash kwam – in 1987 – maar in 1995 slechtte de AEX-index toch de 200-puntengrens. Hoog! Crashgevaar! Hmm…de AEX steeg verder, naar 300 punten twee jaar later, in 1997. Dat was toch al een topjaar, want in hetzelfde jaar werd tevens de 400-puntengrens genomen. Hoog! Dat moet wel fout aflopen! Ach, de AEX steeg door en passeerde in 1998 de 500-puntengrens. Hoog! Een crash is onvermijdelijk! Helaas voor alle doemdenkers, de AEX steeg door. Naar 600 punten in 1999 en een jaar later werd zelfs de 700-puntengrens gepasseerd. Hoog! Dat moet wel fout aflopen!

Soms komt die dan toch

Inderdaad, deze keer kregen de beren gelijk. Het liep fout af. Zo ontzettend fout dat het tot in 2021 zou duren alvorens de 700-puntengrens opnieuw werd gepasseerd. Op de beurs komt het uiteindelijk altijd weer goed. Alleen duurt het de ene keer wat langer dan de andere keer. Maar geduld wordt beloond. Beleggen doe je voor de lange termijn, tenslotte. En nu is de AEX bezig met het “gevecht” met de 800-punten grens. En ook die zal ooit eens geslecht gaan worden. Net als die van 900 punten. En die van 1000 punten.

Een logaritmitsche grafiek

Het loont overigens de moeite om eens een logaritmische grafiek op de index los te laten. Gewone grafieken lijken in tijden van sterke koersrallies altijd sterk op de linkerkant van een behoorlijk steile kerstboom. Dat geeft echter een vertekend beeld. Een stijging van 100 naar 200 punten is procentueel hetzelfde als van 200 naar 400 en van 400 naar 800 punten. Dat komt in een gewone grafiek niet tot uiting. Die overdrijft sterk. Een logaritmische grafiek geeft een betere weergave van de realiteit. Die ziet er een stuk rustiger en minder bullish uit.

It’s not a stockmarket, but a market of stocks

Een zeer sterke beurswijsheid luidt: “It’s not a stockmarket but a market of stocks”. Kortgezegd is een index geen ondeelbare eenheid , maar een gemiddelde van een aantal totaal verschillende aandelen. Dat gemiddelde zegt weinig over de onderliggende realiteit. Zie de huidige AEX-index. Zo staat het beste aandeel (ASMI) op een winst van 96 procent, maar het slechtste (Just Eat Takeaway) op een verlies van 10 procent. En is grootmacht ASML goed voor de helft van alle koerswinst van de AEX dit jaar! Oerdegelijke oudhollandsche waarden als Heineken en Unilever blijven ver achter in de huidige beurseuforie. De recordstand van de AEX zegt dus niet alles over de inhoud ervan. Wanneer iemand zegt dat een beurs hoog staat moet u dat wel even in uw achterhoofd houden. Hoe hoog indices ook staan, er blijven altijd interessante beleggingsmogelijkheden. Bovendien is hoog een buitengewoon aan tijd gebonden begrip.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.