Auteur: Joop van de Groep Datum: 04-06-2021

In het vizier krijgen

De voormalige Amerikaanse regering onder leiding van Donald Trump had al een “zwarte lijst” opgesteld met 48 Chinese bedrijven die banden zouden hebben met het Chinese leger. Amerikaanse bedrijven mogen geen zaken doen met Chinese ondernemingen op deze sanctielijst. Gisteren heeft de huidige regering van Joe Biden deze lijst uitgebreid naar 59 bedrijven die banden hebben met het Revolutionaire Leger. Bekende namen op deze lijst zijn; Huawei Technologies, Aero Engine of China en Aerosun Corporation. De sancties gaan in op 2 augustus aanstaande. 
In het verleden heeft Peking laten weten dat er geen enkel bewijs is van enige banden met het leger. Het besluit van Joe Biden om de sanctielijst uit te breiden, viel niet in goede aarde bij de Chinese regering. Het Ministerie van Buitenlandse zaken liet bij monde van persvoorlichter Wang Wenbin weten dat de Verenigde Staten moet stoppen met het ondermijnen van de internationale financiële markten en het respecteren van de rechten en belangen van investeerders. Het behoeft geen uitleg dat de geopolitieke spanningen tussen Peking en Washington zullen toenemen. De aandelenbeurzen in Azië lieten een gemengd beeld zien. De Nikkei index en de Hang Seng index sloten iets lager. De Chinese beurzen op het vaste land sloten licht in het groen.

Beige Book

Eerder deze week publiceerde de Federal Reserve (Fed) het Beige Book (een samenvatting van de staat van de Amerikaanse economie) over de periode begin april tot eind mei. Over het algemeen groeit de economie in een gematigd tempo maar wel iets sneller dan de periode ervoor. In een aantal districten zijn de positieve effecten van de vaccinatiecampagne voelbaar vanwege de versoepeling van de coronamaatregelen. De kwalificatie “gematigde groei” houdt verband met de aanhoudende verstoringen in diverse toeleveringsketens als gevolg van de tekorten voor onder andere grondstoffen, chips, bouwmaterialen. Daarnaast is er sprake van haperende distributiekanalen.
Deze verstoringen werken kostenverhogend en de verwachting is dat op korte termijn de prijzen verder zullen stijgen.
De algemene conclusie van het rapport is dat de economische groei voorlopig stevig zal blijven.

Doelstellingen monetair beleid

De uitkomsten van het Beige Book werden gisteren ondersteund door de gepubliceerde macro-economische data. De inkoopmanagersindex (ISM) van de dienstensector is in mei harder gestegen dan verwacht. De index steeg van 62,7 in april naar een recordstand van 64. Het aantal eerste steunaanvragen voor een werkloosheidsuitkering is vorige week iets harder gedaald dan verwacht. In het eerste kwartaal van dit jaar zijn de arbeidskosten toch gestegen met 1,7 procent nadat de eerste raming nog uitging van een daling van 0,3 procent.
Volgens loonstrookverwerker ADP is de werkgelegenheid in de private sector in mei veel harder gegroeid dan verwacht. In maart kwamen er 519.000 banen bij, vervolgens in april een plus van 654.000 en in mei steeg het aantal naar 978.000 nieuwe banen. 

Met deze cijfers is het niet zo verwonderlijk dat de beleggers in de wachtkamer blijven zitten tot de publicatie van de banengroei en werkloosheid in de Verenigde Staten.

Eén van de doelstellingen van het monetaire beleid van de Fed is al gehaald namelijk een inflatie van 2 procent. De andere doelstelling is “volledige werkgelegenheid”. Deze doelstelling lijkt nog ver weg maar als er vanmiddag een sterk banenrapport wordt gepubliceerd dan komt ook deze doelstelling in het vizier.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.