Auteur: Martine Hafkamp Datum: 05-07-2021

Independence Day

Hoewel het vandaag 5 juli is, blijven de Amerikaanse beurzen gesloten in verband met de Fourth of July. De Europese beurzen moeten het dus op eigen kracht doen en hebben daardoor vandaag hun eigen Independence Day. De S&P 500 krijgt daardoor deze maandag (nog) niet de kans om voor de achtste keer op rij een nieuw hoogste punt ooit neer te zetten. Het is een uitstekend begin van de tweede helft van het jaar. Het is een mooie opmaat voor het cijferseizoen dat op het punt van beginnen staat. De verwachtingen zijn hooggespannen. Sterker nog, in de afgelopen drie maanden hebben analisten hun schattingen voor de winst per aandeel van de bedrijven uit de S&P 500 afgezet tegen dezelfde periode vorig jaar nog eens naar boven bijgesteld en wel met 7,3 procent. De verwachtingen voor het hele jaar werden de afgelopen periode eveneens opwaarts herzien.

Er zijn grosso modo vier redenen aan te voeren die zorgen voor de hogere verwachtingen. Zo hebben in dezelfde periode vorig jaar als gevolg van de vele lockdowns door de coronapandemie veel analisten veel te hard op de rem getrapt wat betreft hun schattingen. Daarnaast zijn de meningen wat betreft de algehele economische groei veel optimistischer geworden. De derde reden is dat de hogere grondstofprijzen voor een aantal bedrijven positief doorwerken in hun resultaten, zij hebben pricing power. Tenslotte zijn de ondernemingen uit de S&P 500 voor het komende cijferseizoen zelf ook veel positiever geworden waar het gaat om de verwachte winst per aandeel.

Het is voor beleggers natuurlijk altijd de vraag hoe lang we die sterke groeicijfers zullen blijven zien. Waarschijnlijk zal de economische groei in de Verenigde Staten niet zo onstuimig blijven als we in het eerste kwartaal al hebben gezien en over de periode april-juni naar verwachting nog zullen zien. Op een gegeven moment ebben de effecten van de fiscale maatregelen natuurlijk weg. En, er staat nog wel een nieuw infrastructuurplan van 800 miljard dollar uitgesmeerd over acht jaar op de rol, maar dat is minder omvangrijk dan eerder aangekondigd en dan wat we al eerder aan stimuleringspakketten voorbij hebben zien komen.

We verschuiven van een vroeg cyclisch herstel waarin de verwachtingen naar boven werden bijgesteld meer naar het midden van de cyclus, gemiddeld genomen. Onderliggend zijn er natuurlijk wel grote verschillen tussen de diverse sectoren. In deze fase zullen naar verwachting veel investeringen gedaan worden. Bedrijven krijgen meer vertrouwen in de toekomst en zullen de tekorten aan de aanbodkant en de lange levertijden, die overal optreden als gevolg van de snel aantrekkende vraag, willen gaan opvangen en invullen. Met dat in het achterhoofd gaan wij bij Fintessa ervanuit dat de vooruitzichten voor de brede aandelenmarkt voorlopig gunstig blijven, al ligt een correctie van een procent of tien altijd op de loer. Daarbij is er nog steeds geen serieus alternatief voor een belegging in aandelen, al moet je daarbij wel selectief zijn en blijven.

Amerikaanse arbeidsmarkt back on track

Afgelopen vrijdag bleek uit het officiële banencijfer dat de Amerikaanse economie er in juni 850.000 nieuwe banen bij kreeg. Dat cijfer was het hoogste in tien maanden en ook hoger dan verwacht. De banengroei over mei werd naar boven bijgesteld van 559.000 naar 583.000. Je kunt min of meer de conclusie trekken dat het eigenlijk een compensatie vormt voor eerdere maanden toen de aanwas van nieuwe banen tegenviel. Als de banengroei in hetzelfde tempo doorgaat als de afgelopen maanden, duurt het nog meer dan een jaar voor het aantal banen weer op hetzelfde niveau is als voor de uitbraak van de coronapandemie. Het werkloosheidspercentage kwam uit op 5,9 procent, een lichte toename ten opzichte van de 5,8 procent een maand eerder. Dat is meer dan de 5,6 procent waarop werd gerekend. Ook het gemiddelde uurloon steeg, en wel met 3,6 procent. De participatiegraad bleef steken op 61,6 procent. Personeel is er potentieel nog genoeg voorhanden al is het aanbod is sommige sectoren krapper dan in andere. Voor Jerome Powell en collegae zullen de cijfers niet tot grote zorgen hebben geleid, want, zoals gezegd, er is (nog lang) geen sprake van volledige werkgelegenheid en dat is een van de doelstellingen van de Fed.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.