Auteur: Krist Plaizier Datum: 09-04-2026
Kans op renteverlaging neemt weer toe
Over drie weken komt het Amerikaanse beleidscomité van het stelsel van centrale banken weer bij elkaar voor een nieuw rentebesluit. De kans op een volgende renteverlaging leek verkeken door de hogere brandstofprijzen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten. Immers, de hogere brandstofprijzen verhogen de inflatie terwijl het het doel van de Fed is om die inflatie juist tot 2 procent te laten afnemen. Maar uit de gisteravond gepubliceerde notulen van de afgelopen vergadering blijkt dat de beleidsmakers ook duidelijk die andere doelstelling van het rentebeleid, volledige werkgelegenheid, erg belangrijk vinden. "De meeste deelnemers uitten de zorg dat een slepend conflict in het Midden-Oosten zou kunnen leiden tot een verdere verzwakking van de arbeidsmarkt, wat extra renteverlagingen zou kunnen rechtvaardigen, omdat substantieel hogere olieprijzen de koopkracht van huishoudens zouden kunnen verminderen, de financiële condities zouden kunnen verkrappen en de groei in het buitenland zouden kunnen drukken," aldus de notulen. Dus zit er dan toch een renteverlaging aan te komen later dit jaar? De kans hierop neemt weer toe, zeker nu er een, zij het broze, tijdelijke wapenstilstand tussen de Verenigde Staten (en Israël) en Iran is gesloten. Volgens de FedWatch-tool van CME Group rekent inmiddels vrijwel niemand meer op een renteverhoging. De kans op minstens 1 renteverlaging tegen het einde van dit jaar staat nu op 25 procent. Dinsdag, voor de wapenstilstand, was dit nog slechts 14 procent. Maar direct na het bekend worden van het bestand schoot de kans op een renteverlaging voor het einde van dit jaar naar zo’n 65 procent. Echter de huidige onzekerheid van het bestand houdt de olieprijzen nog altijd zo’n 30 procent boven het niveau van vóór de oorlog. Daarmee daalde het percentage in de FedWatch-tool al snel weer. Met de hoger blijvende olieprijzen is een volgende monetaire verruiming immers nog altijd onzeker.
De Fed-bankiers wisten natuurlijk nog niets van het huidige bestand tijdens de afgelopen Fed-vergadering maar hielden er wel al rekening mee zo blijkt uit de notulen. Ze zeiden rekening te houden met een tijdelijke piek in de totale inflatie. Deze rechtvaardigt geen aanpassing van de korte rente. Zou de oorlog echter langer aanhouden dan zouden hogere prijzen de financiën van huishoudens kunnen schaden. Het zou de Fed dan kunnen dwingen een moeilijke keuze te moeten maken tussen de rente te verhogen om inflatie te bestrijden, of de economie te ondersteunen door de rente te verlagen. In dit kader zijn de nieuwste Amerikaanse inflatiecijfers, die vandaag en morgen bekend gemaakt worden, erg belangrijk. Zij zullen waarschijnlijk laten zien dat de consumentenprijzen in maart met een tempo stegen dat we sinds 2022 niet meer hebben gezien.
Lagere volumes en hogere winst voor Shell in het eerste kwartaal
Vooruitlopend op de definitieve cijfers over het eerste kwartaal, die 7 mei aanstaande bekendgemaakt zullen worden, kwam Shell gisteren met een voorlopige update over hoe het eerste kwartaal voor de oliemajor is verlopen. Het tegenwoordig Britse concern verwacht dat er in de eerste drie maanden minder is geproduceerd dan in het laatste kwartaal van 2025. De oorzaak hiervan is de oorlog in het Midden-Oosten. Bij de divisie Upstream schat Shell 1,76 à 1,86 miljoen vaten per dag te hebben geproduceerd. Dit waren er in het kwartaal daarvoor nog 1,89 miljoen vaten per dag. Het vloeibaar gemaakte volume LNG bij de gasdivisie (Integrated Gas) zal waarschijnlijk ongeveer gelijk zijn aan dat in het vierde kwartaal. Dit, ondanks weersproblemen in Australië en een kapotgebombardeerde LNG-installatie in Qatar. De productie van LNG in Canada werd opgevoerd om de mindere productie in Australië en Qatar op te vangen. Shell schrijft niet veel meer verdiend te hebben aan de hogere LNG-prijzen met hun handel in het gas in de afgelopen drie maanden. Dit heeft te maken met het feit dat LNG-leveringscontracten vaak overeengekomen worden voor een langere termijn en de prijzen dus achterlopen op de actuele ontwikkeling van de spotprijzen.
De aangepaste winst bij de divisie Marketing (de benzinestations) zal over het eerste kwartaal ‘significant’ (Schaal van Mock: 12 à 20 procent) hoger uitkomen dan in het eerste kwartaal van 2025, zo verwacht Shell. De verkochte volumes in het eerste kwartaal waren wel lager dan in het laatste kwartaal van 2025. De chemische divisie (Chemicals and Products) meldt over het eerste kwartaal hogere raffinagemarges en een hogere bezettingsgraad dan in het vorige kwartaal. Ook bij deze divisie zijn significant hogere prijzen betaald. De zogeheten ‘raffinagemarge per vat’ lag afgelopen kwartaal op 17 dollar. In het kwartaal daarvoor was dit nog 14 dollar. Daarmee is de marge per vat dus ruim 20 procent gestegen. Shell verwacht dat de hogere prijzen de lagere volumes kunnen compenseren. Opmerkelijk is dat de duurzame activiteiten (Renewables and Energy Solutions) van Shell, die langzaam maar zeker worden afgebouwd, afgelopen kwartaal een gemiddeld vier keer hogere aangepaste winst opleverden dan in het kwartaal daarvoor.