Auteur: Krist Plaizier Datum: 02-09-2021

Kansrijk medicijn voor Roche

Genentech, de biotech-dochter van de Zwitserse farmaceut Roche, heeft samen met het Zwitserse biotechnologiebedrijf AC Immune een succesvolle vooruitgang geboekt met de ontwikkeling van een medicijn tegen de ziekte van Alzheimer. Genentech en AC Immune werken al sinds 2006 samen aan de ontwikkeling van een medicijn tegen de hersenziekte en de ontwikkelaars hadden te kampen met vele tegenslagen. Maar nu valt er dus een succesje te melden. Een onlangs afgeronde experimentele therapie heeft aangetoond dat het de cognitieve achteruitgang van patiënten met 43,6 procent vertraagde ten opzichte patiënten die een placebo kregen. Het medicijn bevat het antilichaam Semorinemab dat het eiwit tau moet aanvallen. Van dit eiwit wordt aangenomen dat het een rol speelt bij de ziekte van Alzheimer.

De succesvolle studie geeft de ontwikkelaars goede hoop op een medicijn tegen één van de meest omvatrijke ziekten op aarde. Het lijkt dan ook de heilige graal voor de medicijnindustrie. Roche en AC Immune zitten met de ontwikkeling in fase II maar er zijn al farmaceuten in fase III zoals Elli Lilly. Het Amerikaanse Biogen kreeg zelfs al een medicijn goedgekeurd door de Food and Drug Administration, de Amerikaanse waakhond voor medicijnen. Toch zijn er nog veel wetenschappers die zich afvragen in hoeverre de ontwikkelde medicijnen effectief zijn. Zo waren en bij de goedkeuring van het medicijn van Biogen (Aducanumab) 10 van de 11 leden van het externe adviescomité niet overtuigd van de effectiviteit van het medicijn. Er is dan ook heftige kritiek op het feit dat de FDA het toch goedgekeurd heeft.

Zoals het een biotech-aandeel betaamt, spoot de koers van AC Immune omhoog op de Nasdaq op de berichten. Afgelopen dinsdag ging het aandeel in de eerste handelsuren met 59 procent omhoog. Maar er werd al snel winstgenomen; het aandeel eindigde dinsdag 16 procent hoger en gisteren ging er bijna 12 procent van de koers af. Dit koersgeweld ging aan het aandeel Roche voorbij. Hier zorgden de berichten slechts voor een rimpeling in de koers.

Ongewijzigde koers bij OPEC+

Het oliekartel OPEC+ houdt vast aan het in juli genomen besluit om tot eind 2022 elke dag 400.000 vaten olie extra uit de grond te pompen ten opzichte van de dagproductie in juli en dit elke maand met hetzelfde aantal te verhogen. Hiermee zal de olieproductie in september 2022 weer terug zijn op het niveau van voor de coronapandemie. Dit was in overeenstemming met de verwachting van analisten. De olieprijs reageerde dan ook nauwelijks op het genomen besluit, al stond de olieprijs in aanloop naar het OPEC-overleg wel onder druk. Wel stelden de OPEC-leden hun prognose voor de vraag naar olie naar boven bij. Men verwacht nu voor 2022 een vraag van 4,2 miljoen vaten olie per dag. Dit was eerder nog 3,28 miljoen vaten per dag. Voor OPEC-begrippen waren de leden (waaronder Saudi Arabië en Rusland) er gisteren snel uit; de vergadering duurde minder dan een uur. De volgende vergadering staat gepland op 4 oktober.

Het Witte Huis is niet blij met het besluit om de productie niet verder te verhogen. Onlangs riep president Biden nog hiertoe op. Aangezien de benzineprijs één van de belangrijkste items is voor Amerikaanse burgers, zou het hem goed uitkomen indien de thans hoge benzineprijs zou dalen vóór de midterm verkiezingen van volgend jaar. Maar de OPEC-leden lieten het verzoek van Biden links liggen. Zij zijn meer gefocust op wat de snel opkomende deltavariant van het coronavirus doet met de vraag naar olie.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.