Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 22-06-2021

Krantenkoppen zijn slechte raadgevers

Inflatie stijgt, rente daalt

“Inflation Is Here. What Now?”, “US Inflation is Highest in 13 Years as Prices Surge”, “Is It Time To Panic About Inflation?”, “Is Inflation Real Enough to Take Seriously?”, zomaar wat krantenkoppen uit de New York Times en de Wall Street Journal van de afgelopen maanden. Afgaande op deze berichtgeving zou de rente een behoorlijke opwaartse beweging moeten maken. Sinds begin april daalde de 10-jaars rente op Amerikaanse staatsleningen echter van 1,75 naar op zeker moment zelfs 1,37 procent. Waarom is de financiële wereld zo bang voor inflatie en geeft de obligatiemarkt geen krimp?

Beurzen lopen vooruit op het nieuws

Het is eens te meer een mooi voorbeeld dat beleggen op basis van krantenkoppen gedoemd is te mislukken. De media berichten immers over zaken die reeds hebben plaatsgevonden, dat is immers hun taak. Beleggers moeten echter inschatten wat er gaat gebeuren. Zo was de stijging van de 10-jaars rente vanaf de zomer van 2020 vanaf het bodemniveau van 0,50 procent het bewijs dat markten reeds lang het herstel uit de pandemie hadden ingeprijsd. Net als de eventuele prijsstijgingen die daar het gevolg van zijn. Begin april bereikte deze zogenaamde herstelrally zijn hoogtepunt met een 10-jaars rente van 1,75 procent. Sindsdien is de rente weer aan het zakken. Voor de goede orde, de S&P 500-index beweegt sinds half april ook voornamelijk zijwaarts.

Opmerkelijke reactie

Nu was vooral de reactie op de laatste uitspraken van de Federal Reserve op het eerste gezicht nogal tegendraads. Eerst kwam Powell met de mededeling dat de centrale bank de inflatie toch meer serieus lijkt te nemen dan aanvankelijk ingeschat. Vervolgens deed mede Fed-lid Bullard het nog eens dunnetjes over door te stellen dat de rente wellicht eerder verhoogd zou kunnen worden. De markten reageerden verrassend. De 10-jaars rente steeg niet, maar daalde. De 2-jaars rente – meer gevoelig voor het monetaire beleid van de centrale bank - steeg echter wel behoorlijk. Terwijl de wereld in de ban lijkt van een zich spectaculair herstellende economie wordt de rentecurve dus vlakker. 

Grondstoffen dalen ook

Een vlakkere rentecurve kan duiden op een afnemende economische groei. Waren de verwachtingen van de markten sinds begin november vorig jaar niet te hoog gespannen? Sinds enkele weken zijn de prijzen van de meeste grondstoffen gedaald. In sommige gevallen zelfs fors. Zo daalde koper met 13 procent in een goede maand tijd. Hout, het symbool van investeringen in de infrastructuur en het economisch herstel, daalde zelfs met ruim 40 procent. De Bloomberg Commodity Index verloor een procent of vijf. Dat was echter mede te danken aan het feit dat de prijs van olie goed bleef liggen. Zijn dit tekenen dat het hoogtepunt van het economisch herstel al weer achter ons ligt?

Koelt de economie weer af?

In de Verenigde Staten wijzen cijfers over afgegeven bouwvergunningen en huizen-in-aanbouw al enige maanden op een mogelijk afkoelende huizenmarkt. Ook de aanvragen voor nieuwe werkloosheidsuitkeringen duiden op een mindere arbeidsmarkt. De recent gepubliceerde tegenvaller in de winkelverkopen onderstreept daarnaast de terughoudendheid van de Amerikaanse consument. Deze cijfers zijn uiteraard geen enkel bewijs voor een naderende recessie. Wel zou het economisch herstel wellicht iets minder euforisch kunnen gaan verlopen dan het afgelopen half jaar op de beurzen was voorzien.

Yields, not headlines

Zo zou het ook zo maar eens kunnen zijn dat de inflatievrees reeds over zijn hoogtepunt heen is. En dat de markten zich minder zorgen hoeven te maken over een Federal Reserve die eerder op de rem gaat trappen dan aanvankelijk verwacht. In een economie waarin de schulden tot historische proporties zijn opgelopen – en in hoog tempo verder groeien – heeft de centrale bank sowieso weinig ruimte om de rente te verhogen. De komende tijd kunnen beleggers zich het beste richten op harde feiten, zoals de rente. En niet op de vele meningen waarmee ze worden overspoeld. “Look for yields, not headlines”.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.