Auteur: Jan Bouius Datum: 06-10-2021

Lagere autoverkopen? Hogere outlook!

In september daalde in Duitsland het aantal nieuwe auto’s dat op kenteken werd gezet met 25,7 procent tot 196.972. Dat is het laagste aantal sinds september 1991. Nu is het niet de vraag die daalt, maar het aanbod. De Duitse auto-industrie kan niet voldoende auto’s produceren als gevolg van de grote chip-schaarste. Dat was ook al in augustus merkbaar toen er in Duitsland 23 procent minder personenauto’s werden geregistreerd. Het aantal medewerkers voor wie de autofabrikanten werktijdverkorting hebben aangevraagd is intussen gestegen van 26.000 in augustus naar 34.000 in september.

De IFO-indicator die het vertrouwen van de Duitse ondernemers weergeeft daalde in september naar de laagste stand in vijf maanden, zo bleek maandag. Niet verwonderlijk daalde de deelindicator van de auto-industrie fiks, van 52,9 in juli naar 32,0 in augustus en 13,2 in september. De onzekerheid van veel consumenten in China als gevolg van de crisis bij de vastgoedontwikkelaar Evergrande drukt de stemming bij de Duitse autofabrikanten, die meer auto’s in China produceren dan in Duitsland. De stemming van de toeleveranciers (chipfabrikanten uitgezonderd) wordt om haar beurt weer gedrukt doordat ze met te grote voorraden blijven zitten omdat de autofabrikanten niet voldoende auto’s kunnen produceren.

Wie dat allemaal leest, zou denken dat het kommer en kwel is bij de Duitse automobielfabrikanten, maar niets is minder waar. Vorige week nog kwam BMW met een positieve winstwaarschuwing. Ondanks het chiptekort en de impact daarvan op de productie wordt dat negatieve aspect meer dan goedgemaakt door de aanhoudende positieve prijseffecten van nieuwe en tweedehandsauto’s. BMW verhoogde de verwachtingen voor de operationele winstmarge voor rente en belastingen (EBIT-marge) van 7-9 procent naar 9,5-10,5 procent. De vrije kasstroom zal dit jaar waarschijnlijk uitkomen op 6,5 miljard euro, waar eerder op ‘meer dan het vorige record’ werd gezinspeeld, dat in 2016 op 5,8 miljard euro uitkwam.

Eenzelfde ontwikkeling zagen we eerder al bij Volkswagen, waarin we bij Fintessa voor onze cliënten beleggen. Volkswagen durfde de outlook voor 2021 bij de halfjaarcijfers al voor de tweede keer dit jaar te verhogen, terwijl BMW destijds de kaarten nog even tegen de borst hield. De chips die de autofabrikanten binnenkrijgen zullen dan ook als eerste richting de meest winstgevende automerken en elektrische modellen gaan, hoewel ze hun diverse marktaandelen ook goed zullen willen bewaken.

Dat binnen het Volkswagen concern Porsche in september als enige een stijging van de kentekenregistraties liet optekenen (+3,9 procent) is zo bezien niet verwonderlijk. In het eerste halfjaar was dit luxemerk goed voor 23,4 procent van de totale operationele winst, terwijl het in de omzet slechts goed was voor 11,6 procent. In 2020 was Porsche zelfs de grote broekophouder met een winstaandeel van bijna 40 procent. Een dergelijk onderdeel wil je als concern geen chips ontzeggen, zeker niet als je bedenkt dat een gedeeltelijke beursgang ervan wordt overwogen. Hiervan wordt de totale waarde ingeschat op zo’n 80 miljard euro, terwijl het gehele Volkswagen concern een marktwaarde heeft van 120 miljard euro.

Een verkoop van 25 procent van de Porsche aandelen zou een goede bron van inkomsten zijn om Volkswagens grootschalig geplande investeringen in de elektrificering van het wagenpark en de bouw van 6 grote batterij fabrieken in Europa te financieren. Dat Volkswagen goed bezig is om daarmee het dieselschandaal van zich af te schudden blijkt wel uit de afgegeven duurzaamheidsrating van onafhankelijk onderzoeksbureau Sustainalytics. In een tijdspanne van nog geen jaar is die rating van een zeer hoog ESG-risico naar een medium risico gedaald. Dat is slechts een fractie slechter dan waarop Tesla wordt ingeschaald. Voor wat betreft het ESG-gehalte; komende vrijdag geeft Volkswagen tijdens haar vierde virtuele ESG Conferentie 2021 hierover een update.

Analisten blijven positief op Volkswagen. Van alle 40 aandelen uit de DAX dichten ze het zelfs het grootste opwaartse potentieel toe, aldus de consensusverwachting uit Bloomberg. De leveringsproblemen die het concern dit jaar kent, zal in de komende jaren een inhaaleffect veroorzaken. En als dat gebeurt met een groter percentage ‘groene’ auto’s, dan is dat mooi meegenomen.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.