Auteur: Jan Bouius Datum: 15-09-2021

Looninflatie op komst

Na een enthousiaste hogere opening sloten de beurzen op Wall Street gisteravond toch nog in het rood. Het aanvankelijke optimisme was te danken aan het meevallende inflatiecijfer over de maand augustus. Deze daalde van 5,4 procent in juli naar 5,3 procent in augustus, precies conform verwachting. De kerninflatie, zonder voeding en energie, daalde echter meer dan verwacht, van 4,4 procent in juli naar 4,0 procent in augustus. Economen hadden hier op 4,2 procent inflatie gerekend. De hier een daar toch nog heersende angst voor een mogelijk vervroegde tapering verdween daardoor geheel naar de achtergrond.

Dat wil echter niet zeggen dat het thema inflatie daarmee van tafel is en dat beleggers aan taperen kunnen ontkomen. Bij lange na niet. Tijdelijke prijsexplosies in bijvoorbeeld ijzererts en timmerhout mogen dan wel geheel teniet zijn gedaan, maar medische kosten en huren gaan binnenkort waarschijnlijk nog omhoog, om over stijgende lonen maar niet te spreken. Eenmaal gestegen lonen zijn als tandpasta uit de tube, die draai je niet meer terug. En laat Amazon nou net vandaag zijn ‘Career Day’ houden en het gemiddelde startersuurloon willen verhogen…

Nadat Amazon in 2020 zijn personeelsbestand al van 798.000 fulltime en parttime medewerkers uitgebreid had naar 1.298.000 medewerkers (+63 procent!), kondigde het concern gisteren aan nog eens 125.000 nieuwe magazijnbediendes en vrachtvervoerders nodig te hebben. Dit om de deze maand nog te openen 100 logistieke centra in de Verenigde Staten te bemannen.

Om al dat nieuw aan te werven personeel over de streep te trekken en het oude te behouden zal het gemiddelde startersuurloon met maar liefst 20 procent worden verhoogd worden naar 18 dollar. In regio’s met grote arbeidskrapte kan het startersuurloon zelfs verhoogd worden naar 22,50 dollar en krijgen de nieuwe personeelsleden ook nog eens een tekenbonus van 3.000 dollar.

In mei sprak de onderneming nog over een verhoging naar 17 dollar per uur, maar er zijn overduidelijk meer kapers op de kust op zoek naar nieuw personeel. Bedrijven als Walmart en Target zullen in deze trend moeten meegaan waardoor de kans op een langdurige hogere inflatie dan verwacht steeds verder toeneemt. Dat hoeft geen probleem te zijn als de economische groei op gezond niveau blijft. Beleggers doen er echter wel verstandig aan zich te richten op die bedrijven die de hogere kosten aan hun afnemers doorberekenen.

Microsoft de witte raaf

Dat Wall Street na het aanvankelijke optimisme toch in het rood eindigde had vooral te maken met de vrees voor de te verwachten verhoging van de vennootschapsbelasting van 21 procent naar 26,5 procent. Dat is nog niet definitief, maar duidelijk is dat alle stimuleringsmaatregelen van president Biden ergens van betaald moeten worden en ervoor gaan zorgen dat de bedrijven onder de streep, verhoudingsgewijs, minder zullen overhouden. Niets nieuws onder de zon wat dat betreft. De enige die binnen de Dow zich aan het negatieve sentiment wist te onttrekken was Microsoft. Deze onderneming kondigde aan zijn aandeelhouders te verwennen door het kwartaaldividend met 11 procent naar 0,62 dollar per aandeel te verhogen en een nieuw aandeleninkoopprogramma te lanceren ter grootte van 60 miljard dollar. Een tijdskader is bij dat laatste niet gegeven, maar het zou een flink deel van de huidige 130 miljard aan liquiditeiten afromen.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.