Auteur: Krist Plaizier Datum: 01-10-2026
Meevallende macrocijfers in VS
Gisteren sloten we het derde kwartaal af. Wereldwijd beleefden obligaties in het afgelopen kwartaal hun grootste daling in jaren, waardoor de lange rentes flink stegen. Dit kwam door een giftige combinatie van verslechterende overheidsfinanciën, een groot aanbod aan nieuwe uitgiften van deze overheden en ook van veel grote techbedrijven en een oplopende inflatie als gevolg van de hoge prijzen van fossiele brandstoffen. Ondanks de oplopende rentetarieven wisten de wereldwijde aandelenmarkten de storm grotendeels te doorstaan. Onze eigen AEX wist afgelopen kwartaal 3,2 procent te winnen. Ook op Wall Street werd het niet dramatisch afgelopen kwartaal. Techbeurs Nasdaq klom met 2,5 procent in de afgelopen drie maanden en de S&P 500 met 2,0 procent. De Dow Jones zakte daarentegen met 2,7 procent. Onze eigen benchmark, de wereldindex MSCI in euro, wist afgelopen kwartaal 2,2 procent toe te voegen. Binnen onze eigen gematigd offensieve modelportefeuille deden de aandelen Maersk, Microsoft en Shell het het beste en gaven Enbridge, Veolia en Vinci even niet thuis. Het Canadese Enbridge daalde als gevolg van de verhevigde handelsoorlog tussen Canada en de Verenigde Staten en de Franse aandelen Veolia en Vinci gingen lager als gevolg van de angst onder beleggers dat de Franse regering hun winsten zwaarder zou willen belasten om de eigen begroting rond te krijgen.
Op de laatste dag van het kwartaal kwamen er voor Wall Street belangrijke cijfers uit. Het betrof onder andere het cijfer van de economische groei over het tweede kwartaal en de inflatiecijfers over augustus. De uitkomsten konden beleggers aanvankelijk bekoren maar uiteindelijk sloten de Amerikaanse indices gisteren lager. Alleen de Nasdaq wist een kwart procent te winnen. De Amerikaanse economie is in het tweede kwartaal harder dan verwacht gegroeid, zo bleek uit de definitieve raming van het Amerikaanse ministerie van handel. De groei was voornamelijk het gevolg van een toename van de consumentenbestedingen. Het bruto binnenlands product steeg in het tweede kwartaal met 2,2 procent, terwijl in een eerdere, voorlopige, raming nog rekening werd gehouden met een groei van 1,5 procent. Over de eerste drie maanden werd de groei naar boven bijgesteld naar 2,5 procent. Eerder werd voor het eerste kwartaal nog een groei van 2,1 procent gemeld.
De werkgelegenheid in de private sector in de Verenigde Staten bleek in september harder dan verwacht te zijn gestegen, zo bleek uit cijfers van loonstrookjesverwerker ADP. Afgelopen maand kwamen er 90.000 banen bij, in augustus waren dit er nog slechts 36.000. De verwachting van economen voor september lag op een groei van 68.000 banen. Aanstaande vrijdag komen de officiële banencijfers van de Amerikaanse overheid.
Tot slot de inflatie. In augustus kwam de PCE-inflatie uit op 3,4 procent, net als in juli. Er werd een toename tot 3,7 procent verwacht. Op maandbasis stegen de prijzen met 0,3 procent na een stijging van 0,1 procent een maand eerder. Hier werd een toename van 0,4 procent verwacht. De kerninflatie, die de Fed betrekt bij zijn rentebesluiten, bedroeg 3,0 procent, net als de maand ervoor terwijl er een verdere toename tot 3,3 procent werd verwacht. Ook op maandbasis viel de kerninflatie mee; een plus van 0,2 procent waar er 0,3 procent werd verwacht. Bij de uitkomst van de inflatiecijfers dient een belangrijke kanttekening te worden gemaakt. De methodologie voor de berekening van de inflatie is door het Bureau of Economic Analysis gewijzigd waardoor de uitkomst sowieso iets lager uitkwam. Maar hoeveel impact de revisie nou werkelijk had op de uiteindelijke cijfers bleef onduidelijk. De minder sterke inflatie dan gevreesd, beperkte de kans op een verdere verhoging van de korte rente door de Fed. Beleggers schatten de kans op een renteverhoging door de Fed met 25 basispunten in oktober momenteel in op 37 procent, terwijl zo'n stap maandag nog op 70 procent stond.
Ook in diverse landen van de Europese Unie werden inflatiecijfers gepubliceerd. In tegenstelling tot de Verenigde Staten kwam in deze landen de inflatie wel boven de verwachting uit. Onaangename verrassingen kwamen uit België, Frankrijk, Spanje en Italië. Zoals bekend werd de hogere inflatie mede gedreven door de stijgende olie- en gasprijzen. Dit wijst op toenemende stagflatoire druk en beperkt daarmee de ruimte voor een verdere versoepeling van het monetaire beleid door de ECB. Op de Europese markten werd negatief gereageerd op de inflatiecijfers en de winsten van de ochtendhandel verdwenen als sneeuw voor de zon. De Stoxx Europe 600 index sloot op de laatste dag van het kwartaal een half procent lager op 634,89 punten.