Auteur: Krist Plaizier Datum: 17-06-2021

Negatieve reactie op onverwachte uitspraken Fed valt mee

Het was even schrikken voor beleggers toen het stelsel van Amerikaanse centrale banken (de Fed) gisteravond naar buiten bracht dat er in 2023 twee renteverhogingen verwacht worden. Voorafgaand aan de vergadering van het beleidscomité van de centrale banken was immers de algemene consensus dat de Fed niet voor 2024 de rente zou gaan verhogen. In eerste instantie daalden de Amerikaanse effectenmarkten met meer dan een procent, maar vervolgens herstelden de markten zich weer vlotjes. Bij het slot van de handel was de Dow Jones Index de grootste daler met slechts 0,77 procent. In Azië sloten vanochtend de effectenmarkten verdeeld. De Hang Seng Index in Hongkong sloot hoger en van de Japanse Nikkei 225 ging 0,9 procent af. In Europa was de negatieve reactie ook gematigd met slechts lichte verliezen. Wel werd de Amerikaanse dollar ongeveer 2 cent sterker ten opzichte van de euro. De Amerikaanse 10-jaars rente steeg slechts lichtjes met zo’n 9 basispunten.

Dat de reactie meevalt, is eigenlijk ook wel logisch. Ten eerste acht de Fed de tijd nu nog niet rijp om iets te wijzigen. Dit besluit werd unaniem genomen. De ‘federal funds rate’ (rente) blijft dus vooralsnog onveranderd in een bandbreedte van 0 tot 0,25 procent staan en het opkoopprogramma van maandelijks 80 miljard dollar aan staatsleningen en 40 miljard dollar aan hypotheekobligaties wordt ook ongewijzigd voortgezet. Ten tweede is 2023 nog ver weg. Voorzitter Jerome Powell gaf daarom aan dat analisten ‘nederig’ moesten zijn. Ze zouden zich goed moeten realiseren wat de waarde van de voorspellingen is in de onzekere tijd waarin we nu leven. Bovendien zijn de renteverhogingen slechts verwachtingen van een deel van het beleidscomité. Vijf van de elf leden van het comité verwachten dat de rentes in 2023 niet zullen veranderen. De centrale bankiers zijn dus nog flink verdeeld in hun visie.

Een andere, onverwachte, uitspraak van de Fed was die over de inflatieverwachting. Hoewel de Fed de fors oplopende Amerikaanse inflatie nog steeds als een tijdelijke hobbel ziet, verhoogde men de verwachtingen wel. Volgens de nieuwe prognoses zal de inflatie in 2021 op 3,4 procent uitkomen. Dit was bij de vorige vergadering in maart nog 2,4 procent. In 2022 en 2023 zal dan vervolgens de inflatie weer terugvallen naar iets boven de 2 procent en dat is precies wat de Fed beoogt. ‘En mocht dit onverhoopt niet zo zijn, dan heeft de Fed voldoende middelen (zoals het aanpassen van de rente) om die dan in te zetten’, aldus Powell.

Prijsstabiliteit is niet de enige doelstelling van de Fed. Men streeft ook naar maximale werkgelegenheid en daar schort het nu nog aan. Ondanks het record aan openstaande vacatures, vallen de werkloosheidscijfers over de afgelopen maanden nog tegen. Dit is het bewijs voor Powell en de zijnen om door te gaan met het ondersteunen van de Amerikaanse economie. Pas in de herfst lopen veel ondersteuningsmaatregelen van de Amerikaanse overheid af, zullen kinderdagverblijven en scholen weer open zijn en zal het grootste gedeelte van de Amerikaanse bevolking gevaccineerd zijn. Het is daarom de verwachting dat pas in de herfst de werkloze Amerikanen op zoek zullen gaan naar een baan.

Meer nieuws over de verwachtingen en acties van de Fed worden eind augustus verwacht wanneer de centrale bankiers hun jaarlijkse bijeenkomst hebben in Jackson Hole, Wyoming.

Misschien voortaan even zelf nadenken?

Vele media buitelden over elkaar heen met het bericht dat de sterspeler van het Portugese voetbalelftal Cristiano Ronaldo de beurswaarde van Coca Cola met maar liefst 4 miljard dollar zou hebben verlaagd. Hij zou dit bewerkstelligd hebben door tijdens de persconferentie na de wedstrijd tegen Hongarije een tweetal flesjes Coca Cola die voor zijn neus stonden weg te halen en te zeggen dat zijn voorkeur uitgaat naar het drinken van water. 

Als gevolg hiervan zouden beleggers het aandeel Coca Cola in de uitverkoop hebben gedaan met als gevolg een daling van het aandeel van de frisdrankgigant met 1,6 procent intraday (het aandeel sloot dinsdag overigens slechts 0,3 procent lager). Wat al die media, die het bericht gretig van elkaar overnamen, vergaten was dat het concern vrijwel tegelijkertijd met de persconferentie 42 dollarcent ex-dividend ging, dit uit de koers ging en dat dit een betere verklaring was voor de lagere koers van het aandeel. Voortaan toch maar zelf even nadenken?

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.