Auteur: Jan Bouius Datum: 11-08-2021

Nieuw succes voor Biden

President Biden heeft met zijn infrastructuurplan gisteren een zeldzaam grote overwinning behaald in de doorgaans verdeelde Senaat. Maar liefst 69 senatoren, waaronder ook 19 Republikeinse, stemden in met zijn plan om 1.000 miljard dollar in de Amerikaanse infrastructuur te investeren. Te denken valt daarbij aan grootschalig achterstallig onderhoud aan wegen, bruggen, riolen, dammen en spoorlijnen, de overstap naar groene energie met onder andere subsidies op elektrische auto’s, maar ook de verbetering van de verouderde waterleidingen alsmede het elektriciteitsnetwerk.

Het zijn plannen waar de industriebedrijven uit de Dow garen bij spinnen, maar hier is dan ook al flink op vooruit gelopen door beleggers. Desalniettemin wist de staalsector nog flink te plussen, waarbij Nucor met een plus van 9 procent het peloton aanvoerde. De hierdoor ontstane plus van 0,46 procent voor de Dow vormde een mooi tegenwicht voor de min van 0,49 procent bij de technologie index Nasdaq, die vanwege de stijgende rente een kleine veer moest laten. De S&P 500 wist met een gezapig plusje een nieuw slotrecord op de borden te zetten.

Eén van de prioriteiten van het infrastructuurplan is de bescherming tegen natuurrampen. Zo moeten bijvoorbeeld de veiligheidsstandaarden van het energienetwerk in de Verenigde Staten hoognodig verbeterd worden. De afgelopen jaren zijn er in Californië immers vele bosbranden veroorzaakt door energiebedrijven. Door het slechte onderhoud aan de houten masten die de elektriciteitskabels geleiden, kunnen deze bij harde wind breken waarbij de vallende kabels een vonkenregen kunnen veroorzaken en er zo brand kan ontstaan.

Natuurrampen zijn een actueel thema gezien alle brandhaarden en overstromingen die momenteel wereldwijd het nieuws halen. Volgens een recent rapport van ’s werelds beste klimaatwetenschappers (IPCC) zijn die mede een gevolg van de opwarming van de aarde. Groen en duurzaam is daarmee een overduidelijke groeitrend de komende jaren. Eentje waar je niet op heen kan, óók niet op de beurs. Alhoewel je dat dit jaar nog niet zou zeggen. Zo is de S&P Global Clean Energy Index dit jaar al 18 procent gedaald, terwijl de MSCI World Index 20 procent in de plus staat. De ESG hype van vorig jaar heeft de koersen van deze aandelen duidelijk te hoog opgestuwd, maar met de huidige correctie verdwijnt die bubbel snel.

Dit neemt niet weg dat er bij windmolenproducent Vestas vandaag nog 1,3 procent van de koers af kan. Waar het eerder genoemde Nucor flink profiteert van de dit jaar al met 87 procent gestegen staalprijzen, kost dat Vestas met zijn staal intensieve windturbineactiviteiten behoorlijk wat marge. Gecombineerd met problemen in de toeleveringsketen zorgde dat ervoor dat Vestas vanochtend zijn omzet- en winstverwachtingen voor 2021 moest verlagen. Overigens is dit op zich niet geheel onverwacht, want Siemens Gamesa waarschuwde eerder ook al voor de gestegen staalprijzen.

Darling Ingredients beter dan verwacht

Niet alle bedrijven met een sterke focus op duurzaamheid hebben overigens de wind tegen. Darling Ingredients, één van de wereldleiders in het creëren van duurzame food- feed- en fuel-ingredients uit agrarische reststoffen, publiceerde gisteravond nabeurs beter dan verwachte kwartaalcijfers

De onderneming zag zijn omzet ten opzichte van een jaar eerder in het tweede kwartaal met 41 procent stijgen tot 1,2 miljard dollar, tegenover een consensus van 1,11 miljard dollar. De winst per aandeel verdrievoudigde tot 1,17 dollar, waar de analisten op 0,89 dollar gerekend hadden. Zowel het bedrijfsresultaat van de Global Ingredients divisie (221,7 miljoen dollar) als die van het 50 procentbelang in de Diamond Green Diesel joint venture (132 miljoen dollar) stegen tot recordhoogten.

Het management is dan ook zo positief, dat het voor de tweede keer dit jaar de outlook durft te verhogen. Darling gaat nu uit van een aangepast bedrijfsresultaat van bij benadering 1,28 miljard dollar en dat is een verhoging van bijna 15 procent ten opzichte van de eerder verhoogde outlook in mei. Nabeurs stegen de aandelen met 1,7 procent.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.