Auteur: Joop van de Groep Datum: 09-08-2021

Nog 5,7 miljoen banen te gaan in de Verenigde Staten

Vorige week vrijdag sloot ik het beursbericht af met de vraag of het tegenvallende arbeidsmarktcijfer van loonstrookverwerker ADP het gevolg was van mindere economische groei of dat er sprake was van minder aanbod van gekwalificeerd personeel.
Economen waren, vooruitlopend op het officiële Amerikaanse banenrapport, nogal sceptisch over de banengroei na de zwaar tegenvallende uitkomst van het ADP-cijfer.

Banenrapport

Uit de afgelopen vrijdagmiddag gepubliceerde werkgelegenheidscijfers bleek dat het aantal banen in juli onverwacht hard is gestegen. Er kwamen maar liefst 943.000 banen bij, aanzienlijk meer dan de 870.000 banen waarop was gerekend. Het werkloosheidpercentage daalde van 5,9 procent in de maand juni naar 5,4 procent in juli. Economen hielden vooraf rekening met een daling naar 5,7 procent. Om het werkloosheidspercentage op het pre-corona niveau van 3,5 procent te krijgen, moeten er nog 5,7 miljoen banen bijkomen. De maandelijkse stijging van het aantal banen was het beste sinds augustus vorig jaar. De reissector, de horeca, het onderwijs en de zakelijke dienstverlening droegen met name bij aan deze stijging.

Als we verder inzoomen op het werkloosheidspercentage dan blijkt dat het herstel breed gedragen wordt. De arbeidsparticipatiegraad (het percentage werkenden afgezet tegen het arbeidspotentieel) is gestegen naar 61,7 procent, de hoogste stand sinds het uitbreken van de pandemie in maart vorig jaar.
Indien er gekeken wordt naar het totaal aantal werklozen, dus inclusief de mensen die wel kunnen werken maar zich niet hebben ingeschreven als werkzoekende en de mensen die fulltime willen werken in plaats van parttime, dan zien wij dezelfde ontwikkelingen als bij het officiële banenrapport. Het percentage werklozen, inclusief de verborgen werkloosheid, is gedaald van 9,8 procent in juni naar 9,2 procent in juli

Vacatures

Vanmiddag publiceert het Amerikaanse Ministerie van Arbeid naar verwachting 9,27 miljoen openstaande vacatures (zogenaamde JOLTs) in de maand juni.
Volgens vacaturesite Indeed stonden er per 16 juli jongstleden 9,8 miljoen vacatures open, aanzienlijk meer dan de 8,7 miljoen werkzoekenden. Als er sprake is van meer vraag dan aanbod op de arbeidsmarkt dan stijgen de lonen. Dit zien wij terug in de hoger dan verwachte stijging van het gemiddelde uurloon met 0,4 procent op maandbasis en 4 procent op jaarbasis.

Fed

Het sterke banenrapport zou voor de centrale bank een signaal kunnen zijn om binnen afzienbare tijd het ruime monetaire beleid af te bouwen. Als de maandelijkse stijging van het aantal banen in dit tempo doorgaat dan zijn de arbeidsmarktdoelstellingen van de Fed binnen een halfjaar gerealiseerd. Ook de financiële markten lijken voor te sorteren op aanpassingen van het monetaire beleid. De Amerikaanse tienjaarsrente op de staatsleningen steeg met 8 basispunten naar 1,29 procent. De dollar werd 0,6 procent sterker ten opzichte van de euro en de goudprijs daalde tussentijds met 4,5 procent afgelopen vrijdag. Op Wall Street sloot voor het weekend alleen de Nasdaq lager. De technologiebeurs is namelijk gevoeliger voor de renteontwikkelingen.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.