Auteur: Krist Plaizier Datum: 27-05-2021

Nvidia breekt records en er komt nog meer

Gisteravond kwam de grootste Amerikaanse chipverkoper Nvidia met de cijfers over het eerste kwartaal naar buiten. Analisten die het bedrijf volgen, hadden hoge verwachtingen. Nvidia is immers het ‘stay-at-home’-aandeel bij uitstek met de verkoop van grafische kaarten voor videogames als hun grootste tak van sport. Daarom was het aandeel vorig jaar erg populair bij beleggers en steeg het in 2020 met 122 procent. Dit jaar kreeg de koersstijging een vervolg en staat het ruim 20 procent hoger. Vanmiddag lijkt het aandeel echter lager te gaan openen. Waarschijnlijk vinden beleggers de verhoogde outlook wat aan de voorzichtige kant; Nvidia verwacht een omzet voor het lopende kwartaal van ongeveer 6,3 miljard dollar, hetgeen ‘slechts’ 62 procent meer is dan het tweede kwartaal vorig jaar.

Ondanks de torenhoge verwachtingen wist Nvidia de analisten te verslaan. Er werd een winst per aandeel verwacht van 3,28 dollar maar de chipverkoper rapporteerde een (aangepaste) winst per aandeel van 3,66 dollar. De totale operationele winst kwam uit op 2 miljard dollar, een ruime verdubbeling van de operationele winst van 976 miljoen dollar in dezelfde periode vorig jaar. De omzet groeide met 84 procent naar 5,66 miljard dollar. De analistenconsensus lag op 5,41 miljard dollar. De omzet van de grootste divisie ‘Graphics’, het maken van grafische kaarten voor onder andere videogames, steeg met 81 procent naar 3,45 miljard dollar. Maar ook de andere divisie liet zich niet onbetuigd. ‘Compute and Networking’, de divisie die onder andere chips voor datacenters en voor het delven van cryptomunten verkoopt, zag de omzet met 88 procent stijgen naar 2,21 miljard dollar. De stijging was deels het gevolg van de overname van Mellanox vorig jaar. Mellanox maakt chips voor datacenters. De verkoop van chips voor het delven van cryptomunten droeg 155 miljoen dollar bij aan de omzet en zal volgens Nvidia het lopende kwartaal toenemen tot 400 miljoen dollar.

Nvidia gaf aan afgelopen kwartaal regelmatig uitverkocht te zijn geweest en verwacht ook het komende halfjaar weer regelmatig ‘nee’ te zullen moeten verkopen wegens een tekort aan chips en grafische kaarten. Wellicht dat dit gegeven ook bijdroeg aan de lauwe koersreactie gisteren nabeurs. Over de geplande overname van ARM Holdings voor 40 miljard dollar had Nvidia alleen te melden dat het proces op koers was om in 2022 afgewikkeld te worden. Vorige week maakte Nvidia bekend het aandeel te zullen gaan splitsen indien de aandeelhoudersvergadering daarmee akkoord gaat. Aandeelhouders krijgen dan 4 nieuwe aandelen voor 1 oud aandeel. 

Volkswagen wijst bod op Lamborghini af

De Volkswagen Groep heeft bevestigd dat het een bod van 7,5 miljard euro ontvangen heeft op hun bedrijfsonderdeel Automobil Lamborghini SpA. Afgelopen november had het concern aangegeven de ‘strategische opties aangaande Lamborghini en Ducati (motorfietsen) te bekijken’ zoals dat in bestuurderskringen heet. In gewoon Nederlands betekent dit dat men van de merken af wil via een koper dan wel via een beursgang. Maar in december kwam men al tot de conclusie dat men de merken toch in bezit wilde houden. Het ontvangen bod van het Zwitserse Quantum Group AG tezamen met het Londense investeringsvehicle Centricus Asset Management werd dan ook vriendelijk afgewezen. Opvallend is dat de oprichter van Quantum Group Rea Stark een goede bekende is van Toni Piech, de zoon van voormalige bestuursvoorzitter van Volkswagen Ferdinand Piech. Stark en Piech junior hebben samen Piech Automobile opgericht. Een ander leuk weetje aangaande dit onderwerp is dat onder rijkeluiskindjes die in cryptomunten handelen een gevleugelde uitspraak is ‘When Lambo?’. Hiermee bedoelen ze de tijdsspanne waarmee ze genoeg verdiend hebben met cryptomunten om een Lamborghini aan te schaffen.

Volkswagen brengt geen aparte cijfers van Lamborghini naar buiten, maar bekend is dat met het bedrijfsonderdeel goed geld verdiend wordt. Er worden marges behaald van dubbele cijfers vooral dankzij de SUV ‘Urus’ waarvan er jaarlijks meer dan 4000 verkocht worden. In zijn totaliteit verkoopt Lamborghini ongeveer 7400 auto’s per jaar.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.