Auteur: Krist Plaizier Datum: 15-07-2021

Olieprijs zet Royal Dutch Shell lager

Na een nieuw slotrecord van de AEX gisteren en ook licht hoger gesloten Amerikaanse beurzen gisteravond, zijn we vandaag in Amsterdam lager begonnen. De hogere Chinese beurzen, inclusief die van Hongkong, gaven de Europese beleggers blijkbaar onvoldoende inspiratie. De Chinese beurzen sloten hoger vanwege de gunstige macro-economische cijfers die gepubliceerd werden. Zo steeg de Chinese industriële productie opnieuw, al was het wel iets lager dan in de voorgaande maanden. De productie in juni steeg met 8,3 procent terwijl analisten uitgingen van een stijging van 7,8 procent. Ook stegen de detailhandelsverkopen harder dan voorzien. Het winkelend publiek kocht 12,1 procent meer dan in juni vorig jaar, terwijl analisten hier een plus van 10,9 procent verwachtten. Ook de stijging van de detailhandelsverkopen nam wel iets af na het forse herstel in de eerste maanden van 2020. De gunstige economische cijfers zorgden ervoor dat de Chinese economie ook in het tweede kwartaal stevig is doorgegroeid. De economische groei in het tweede kwartaal bedroeg op jaarbasis 7,9 procent. Dit was gelijk aan de gemiddelde analistenverwachting. Kwartaal op kwartaal bedroeg de groei van het bruto binnenlands product 1,3 procent.

In Amsterdam is vandaag Royal Dutch Shell aan de beursdag begonnen met een flinke daling. Al vlot liep het verlies op naar meer dan 3 procent. De reden hiervoor zijn de gedaalde olieprijzen. Aanvankelijk liep Koninklijke Olie gisteren nog met ruim een procent op het nieuws van Reuters dat binnen de OPEC+ een akkoord was gesloten met de sputterende Verenigde Arabische Emiraten (VAE). De deal behelst een toezegging aan de VAE dat zij vanaf april 2022, wanneer de lopende afspraken aflopen, hun productie mogen ophogen naar 3,65 miljoen vaten per dag. Aangezien dit een relatief beperkte stijging is, reageerden de oliemarkten in eerste instantie positief. Maar na enige afwegingen draaiden de markten en gingen de olieprijzen onderuit met bijna drie procent. Beleggers zijn bang dat nu de VAE een toezegging hebben gekregen tot een hogere productie, ook andere OPEC-leden hierom zullen gaan vragen. OPEC-lid Irak liet al van zich horen. Afgelopen jaar beperkte de OPEC+ de productie met bijna 10 miljoen vaten per dag. Maar al enige tijd wordt deze productiebeperking langzaam afgebouwd. Dit is ook geen probleem nu de vraag naar olie weer toeneemt omdat we weer mogen reizen en de internationale handel weer op gang is gekomen. Inmiddels bedraagt de productiebeperking nog zo’n 5,8 miljoen vaten per dag.

Prima cijfers TSMC en Daimler

Toch was er ook nog positief nieuws vanmorgen. Zo kwam TSMC, de grootste chipproducent ter wereld, met cijfers over het tweede kwartaal. De grote klant van ASML, dat volgende week woensdag zelf met halfjaarcijfers komt, zag de omzet dankzij de hoge vraag naar chips met 19,8 procent groeien tot omgerekend ruim 11 miljard euro. Een puike prestatie want TSMC had dit jaar al te maken met stroomstoringen, een watertekort en met werknemers die moesten thuisblijven vanwege een coronabesmetting. De nettowinst klom in een jaar tijd met ruim 11 procent van 120,8 miljard Taiwanese dollars tot 134,4 miljard of omgerekend ruim 4 miljard euro. Dat was net iets minder dan de gemiddelde verwachting. Ten opzichte van het eerste kwartaal daalde de winst met 3,8 procent. In Taiwan sloot het aandeel heel lichtjes hoger. Ook kwam Daimler, de producent van onder meer Mercedes Benz, met positief nieuws. Vooruitlopend op de definitieve cijfers van 21 juli meldde de autofabrikant alvast een stevige winstontwikkeling. Gisteren berichtten we al over het Volkswagenconcern dat eveneens veel beter dan verwacht presteerde in het eerste halfjaar. Ondanks de tegenwind die Daimler thans ondervindt van het tekort aan chips, kwam het aangepaste bedrijfsresultaat in het tweede kwartaal uit op 5,4 miljard euro. Analisten die het concern volgen zaten er flink naast met hun gemiddelde verwachting van 4,3 miljard euro. De winst werd voor 120 miljoen euro gevoed door een vrijval van voorzieningen. Ondanks de mooie cijfers van Daimler daalt het aandeel in de DAX vandaag lichtjes.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.