Auteur: Krist Plaizier Datum: 21-10-2021

Opluchting over de cijfers Randstad

Het was even spannend omdat concurrent Manpower eerder deze week maar net aan de verwachtingen van de analisten kon voldoen met de derdekwartaalcijfers. Maar de cijfers van Randstad, die vanmorgen voorbeurs gepubliceerd werden, waren gewoon prima. Dit zorgde voor opluchting bij de beleggers die het aandeel vanmorgen in de opening al vlot tot 4 procent hoger zetten.

Randstad heeft de omzet en de winst in het derde kwartaal flink zien stijgen en versloeg daarmee, net als eerder dit jaar, de verwachtingen van de analisten. Afgelopen kwartaal steeg de omzet met 21 procent naar 6,275 miljard euro. Er werd 6,179 miljard verwacht. Het bedrijfsresultaat (EBITA) kwam ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar geleden bijna 50 procent hoger uit op 298 miljoen euro. De marge bedroeg 4,7 procent. Er werden respectievelijk 280 miljoen euro en 4,5 procent verwacht. Als we eenzelfde vergelijking maken voor de nettowinst, dan komen we uit op een 91 procent hogere winst van 197 miljoen euro.

Randstad ziet ook in oktober de positieve ontwikkelingen van het derde kwartaal doorzetten. Over het vierde kwartaal verwacht de uitzender dan ook een soortgelijke ontwikkeling van de omzet en winst als in het derde kwartaal. Dit is prettig voor CEO Jacques van den Broek. Hij kan dan in maart 2022 een sterk en gezond bedrijf overdragen aan zijn opvolger Sander van ’t Noordende.

Omzetwaarschuwing ABB

Helaas moest het Zwitserse ingenieursconcern ABB vandaag bij de publicatie van de derdekwartaalcijfers een omzetwaarschuwing afgeven. Hoewel de orderportefeuille fors groeide met een plus van (autonoom) 26 procent, kan men niet aan alle vraag van de klanten voldoen als gevolg van tekorten in grondstoffen en halffabricaten, personeelstekorten, geldende coronarestricties en logistieke problemen. Daarom moest ABB de verwachte omzetgroei voor het volledige jaar 2021 verlagen van 10 procent naar 6 tot 8 procent.

De cijfers over het derde kwartaal waren overigens prima. Ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar klom de omzet met 7 procent naar 7 miljard dollar. Het bedrijfsresultaat (EBITA) in het derde kwartaal steeg met 34,7 procent naar 1,06 miljard dollar. De nettowinst is moeilijk vergelijkbaar met vorig jaar omdat ABB toen de winst op de verkochte generatorendivisie aan Hitachi boekte. De nettowinst daalde daardoor jaar op jaar van 4,53 miljard dollar naar 652 miljoen dollar.

De omzetwaarschuwing werd op de Zwitserse beurs niet gewaardeerd. Het aandeel noteerde al snel ruim 5 procent lager.

Oplopende kosten bij Rio Tinto vanwege verduurzaming

Op de Londense beurs was Rio Tinto gisteren een belangrijke dissonant tussen de oplopende koersen. Het aandeel van de op één na grootste mijnbouwer ter wereld sloot 3,3 procent lager na een zelfs ruim 4 procent lagere koers eerder op de dag. Vandaag zakt het aandeel helaas verder. De reden voor de koersdalingen is een persbericht van Rio Tinto waarin het bedrijf aangeeft de komende jaren 7,5 miljard dollar te zullen investeren in acties om de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) met 50 procent te verminderen in 2030. De investering is driemaal hoger dan eerder werd aangegeven door het Brits-Australische concern.

Ook scherpte Rio Tinto het plan aan om al in 2025 (in plaats van in 2030) 15 procent CO2-reductie te realiseren ten opzichte van de uitstoot in 2018 (á 32,6 miljoen ton). Om dit te realiseren wil de mijnbouwer de benodigde energie voor zijn aluminiumsmelterijen in Australië gaan opwekken met wind- en zonenergie. Ook wil men biomassa in plaats van kolen gaan gebruiken voor het maken van staal. Het gebruik van waterstof als krachtbron wordt onderzocht.

Als gevolg van de versnelde verduurzamingsplannen nemen de kapitaaluitgaven in 2022 met 500 miljoen dollar toe tot 8 miljard dollar. In 2023 en 2024 zullen de uitgaven tussen de 9 en 10 miljard dollar bedragen. Wij denken dat Rio Tinto er verstandig aan doet om versneld te verduurzamen. Niet alleen omdat het goed is voor de aarde en mensheid, maar ook omdat Rio hiermee een aantrekkelijk aandeel blijft voor institutionele beleggers die steeds meer ESG-criteria hanteren bij hun beleggingskeuzes. Zo werd gisteren nog bekend dat één van de grootste pensioenfondsen ter wereld, ons eigen ABP, besloten heeft alle aandelen van Rio’s concurrent Glencore te verkopen omdat dit mijnbouwbedrijf niet snel genoeg verduurzaamt.

Fintessa belegt voor haar cliënten in zowel Randstad als ABB en Rio Tinto.

Maak vrijblijvend een afspraak met een van onze specialisten

 

Auteur: Jan-willem Nijkamp Datum: 13-05-2021

Inflatie maakt beleggers nerveus

Consumenten Prijs Index

Dinsdag waren de beurzen al gedaald vooruitlopend op de inflatiecijfers van een dag later. Er was toch wel enige vrees dat het Bureau of Labor Statistics in de Verenigde Staten een CPI (Consumer Price Index) zou publiceren waar beleggers niet erg vrolijk van konden worden. Het was nog erger. Het mandje van prijzen van goederen en diensten dat gezamenlijk de inflatie meet bleek op jaarbasis met niet minder dan 4,2 procent te zijn gestegen. Dat terwijl er een toename van 3,6 procent was verwacht. Ook op maandbasis liepen de prijzen veel harder op dan ingeschat, met 0,8 procent. Een prijsstijging die we sinds 2008, voordat de kredietcrisis uitbrak, niet meer hadden gezien. Daar de beurzen al hadden geanticipeerd op slechte cijfers duurde het even voor er duidelijk richting werd gekozen door beleggers. Maar uiteindelijk zetten de beurzen de weg naar beneden in. Ook vandaag volgen de markten in Europa die van de Verenigde Staten. Zo staat de AEX inmiddels 6 procent onder zijn hoogste koers van begin deze maand.

Einde aan TINA?

Is deze vrees terecht? Beleggers zijn immers al jaren gewend aan een historisch lage inflatie. Als gevolg daarvan kon ook het rentepeil naar ongekende diepten wegzinken. In ons werelddeel is er zelfs al enkele jaren sprake van een negatieve rente. Het joeg spaarders naar de beurs onder het motto dat er geen alternatief was voor een belegging in aandelen (TINA). De aanwassende stroom van geld naar de beurs stuwde de koersen verder op en dat trok op zijn beurt weer nieuwe beleggers aan. Niets heeft zo’n aantrekkingskracht als voortdurende koerswinsten. Beleggers werden daarbij geholpen door de centrale banken die met regelmaat lieten weten voorlopig niet van plan te zijn de rente weer te gaan verhogen. Zelfs een enigszins oplopende inflatie zou ze niet van mening doen veranderen. Maar 4,2 procent?

Basiseffecten

Hoe houdbaar is dan het ruime monetaire beleid nog? Veel beleggers nemen het zekere voor het onzekere en gingen over tot verkoop van hun aandelen. Maar reageren ze niet te snel? De snelle toename van de prijzen kan toch moeilijk als een verrassing zijn gekomen. De pandemie zorgde een jaar geleden voor een enorme prijsdaling van allerlei diensten waar plots weinig behoefte meer aan was. Zo zakte de CPI in april vorig jaar diep weg. Met dit lage niveau als vergelijkingsbasis is het dan ook niet zo vreemd dat een jaar later – in een zich snel herstellende economie – de prijzen hard oplopen. Economen spreken in zo’n geval van basiseffecten. Voor de duidelijkheid, het algemene prijspeil is nog steeds lager dan dat van voor de uitbraak van het virus. Het is het tempo van de groei, niet het absolute prijspeil, dat momenteel zorgen baart.

Markt voor tweedehands auto’s explodeert

Opvallend is verder dat er geen sprake is van een prijsstijging over de gehele linie. Zo blijkt uit een nadere analyse dat de forse toename van de prijzen toe te schrijven is aan diensten die slechts voor 13 procent uitmaken van de consumentenbestedingen. Zo liepen vooral de prijzen van gebruikte auto’s en trucks, hotelovernachtingen, restaurants, vliegtrickets, autoverzekeringen, kaartjes voor evenementen en musea en autoverhuur sterk op. Juist die prijzen waren in de pandemie het hardst gedaald en lopen nu het meest op. In de pandemie hadden autoverhuurbedrijven een gedeelte van hun vloot in de verkoop gedaan en nu dienden ze hun voorraad als de wiedeweerga weer aan te vullen. Daar nieuwe auto’s sowieso moeilijk verkrijgbaar zijn (vanwege het chiptekort) explodeert de markt voor tweedehands auto’s.

Irrational exuberance

Maar wat zegt deze prijsstijging over de brede economie? De centrale banken hebben steeds gesteld dat de inflatie slechts van tijdelijke aard zal zijn. Op zeker moment zullen vraag en aanbod elkaar weer vinden en normaliseren de markten weer. Bedenk ook dat de switch van diensten naar goederen tijdens de pandemie weer vice versa zal zijn zodra de meeste mensen gevaccineerd zijn. Met andere woorden, waar de prijzen van allerlei diensten weer op zullen lopen, kunnen juist de prijzen voor goederen en grondstoffen (die nu hard stijgen) weer zakken. Ondanks alle onrust staat het algemeen prijsniveau nog steeds onder het niveau van de lange termijntrend waar bijvoorbeeld de Federal Reserve de prijzen zou willen hebben. Bedenk dat de kerninflatie momenteel 3,0 procent is. Dat lijkt veel, maar is exact het niveau waar ze bijvoorbeeld in 1996 ook stond. Hoewel de toenmalige gouverneur van de Fed Alan Greenspan toen waarschuwde voor irrational exuberance zouden de beurzen nog vier jaar verder stijgen.